Tabee leven dat had kunnen zijn; F. SPRINGER LAAT ZIJN MANNEN ZICH EVEN ONDERDOMPELEN IN HET VERLEDEN

DE KANS van je leven kondigt zich niet met tromgeroffel aan. Vaak zie je pas bij een terugblik, als je leven een verhaal is geworden dat zich in enkele zinnen laat samenvatten, die momenten oplichten....

De helden in de romans van F. Springer zijn bijna allemaal mannen die hun 'moment' sukkelig hebben laten passeren. Verbitterd zijn ze niet, geen grimmige gravers in hutkoffers vol oud zeer. Evenmin dromers die zich vastklampen aan het waanbeeld dat het ooit, later, nog allemaal goed zal komen. Voor de hoofdpersonen in de laatste romans van Springer is later allang begonnen. 'Buitenland, getrouwd geweest, nu weer alleen en geparkeerd in het moederland (. . .). Terminado, habis, final curtain, niet tragisch, goed pensioen', vat Fergus Steyn in Springers nieuwste roman Kandy zijn half geslaagde bestaan samen. Beste carrière, nooit gelukkig geworden. Wel opgewekt gebleven.

Anders dan de meeste montere melancholici hebben Springers mannen de neiging zichzelf één keer te kwellen met een onderdompeling in het verleden. Want hun schepper is schrijver, zij zijn dagboekschrijvers die wel eens bladeren in beduimelde schriftjes, en dan hun nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. En er is het pesterige toeval: zij zwerven over de aarde, als diplomaat, of zakenman, en voor ze het weten voltrekt zich ergens opnieuw het 'moment' van hun jeugd. Een herhaling van zetten, met dezelfde treurige uitkomst. Chris Regensberg herkent in Bandoeng-Bandung in de tandeloze taxichauffeur Otto zijn jeugdvriend Otje, de beste die hij ooit had. Rudy, in Tabee, New York, hervindt zijn jeugdliefde Dolly, getrouwd met een rivaal. Hun tweede kans duurt één gelukzalige nacht lang. Dan neemt Rudy de benen.

In Kandy heet Dolly Pinkie. Ander verhaal, zelfde afloop. Pinkie is een sprieterig bijdehandje met bruine krullen. Bijna uitgehongerd bevrijd uit een jappenkamp in Indië, net als de 14-jarige Fergus. De oorlog is afgelopen, maar de gezinnen zijn nog niet herenigd. Hun moeders zijn de lastige dames van de Siam Party, een groepje vrouwen dat weigert zich te laten repatriëren zonder hun mannen, die vastzitten in Siam. Na lang zeuren krijgen ze een plekje op een schip van de Royal Navy, naar Colombo, op Ceylon, waar ze de mannen zouden terugzien. Die komen niet, de officieren worden dol van de zeurende vrouwen en het hele zootje wordt ingekwartierd op een legerplaats in Kandy.

Daar, in de bush, tussen de olifanten, heeft een groepje kinderen de tijd van hun leven. Ze zijn een Geheime Club, met een eigen taal en een illegale pijl en boog waarmee Fergus, die inmiddels Navy-achtig Taffy heet, zich als scherpschutter ontpopt. Terwijl de moeders jammeren op hun kamers, worden de kinderen in de miniwereld, bevolkt door een blaasbaak, een bekkentrekker, een jengelende kleuter, een lamme goedzak, de onbevreesde leidster Pinkie en de stille dagboekkrabbelaar Taffy, op eigen kracht in een paar maanden groot.

Taffy is verliefd op Pinkie. Op 'dat bruine kopje en die dunne beentjes', op haar 'diep-bruine septemberogen'. Als ze samen in de struiken liggen, haar hand op zijn jongensdij, haar meisjesgeur in zijn neus, beleeft Taffy zijn finest hour, en tegelijk een klein drama dat hem op slapeloze nachten nog vaak voor de geest zal komen. In zijn verliefde overmoed schiet Taffy op de bolle rug van de aardige bediende die hen vetmestte met lekkere hapjes, bijgenaamd 'de Theekoe'. Gelukkig niet raak, denken ze. Maar dan wordt de Theekoe ziek. Taffy zal nooit weten of hij een moordenaar is.

Dit hele verhaal komt boven in de herinnering van de gepensioneerde Fergus, als hij een uitnodiging krijgt om op een congres te spreken over zijn repatriëring uit Nederlands-Indië. Hij neust wat in een koffer met dagboeken en jongensschatten en besluit een advertentie in de krant te zetten, waarin 'Taffy zoekt naar andere vriendjes van de Theekoe'. Niet Pinkie reageert, maar twee andere gepensioneerde kerels, voorheen de jengelende Bollie en goeiige broer Herman. Zeer geestig beschrijft Springer het teleurstellende weerzien op een jacht in Friesland, waar de twee dronken oude ballen, gewezen piloot en gynaecoloog in ruste, met hem kibbelen over de details van 'Kandy'. Drie kromme versies van één verhaal, dat is alles wat 'de gatenkaas van het geheugen' heeft behouden.

Toch komt Taffy via 'Bollie' aan het adres van Pinkie. Hoewel hij jaren niet aan haar had gedacht, is zij nu in zijn verbeelding de grote nummer één van zijn leven, zijn smartelijk gemis. Hij reist naar Londen, waar hij de well-to-do echtgenote van een olieboer in de armen valt. En dan eindigt alles, zeer on-Springerachtig, in tranen. Nee, Pamela/Pinkie was hem, Taffy, Taffy van Kandy, niet vergeten. Nog altijd kan zij, en alleen zij, lezen wat schuilgaat achter zijn ontwijkende blik. En Pinkie, zijn Pinkie, is nog even mooi, nog even snedig, nog altijd met 'septemberhaar'.

Net als hij haar 'het' zal vragen, of hij de Theekoe raakte, en of zij ook nog van hem. . . komt de joviale echtgenoot binnen. Met het gerinkel van de ijsblokjes in het whiskeyglas van de man die haar inpikte op de achtergrond, smiespelen ze nog wat op de gang, voordat Taffy, terwijl Pinkie 'te laat' murmelt, betraand tussen de deuren van de lift verdwijnt. Tabee Londen, tabee leven dat had kunnen zijn. De oude cowboy vervolgt zijn eenzame weg. Een even larmoyant als voorspelbaar einde van een sprankelend, geestig verhaal.

Want Kandy - Een terugtocht is, hoewel niet zijn beste, hoewel niet verrassend, geen Springer-roman die je net zo goed kunt overslaan. Alleen al de schitterende evocatie van het lost paradise Kandy en zijn 'milde', maar vernietigende spot met zelfvoldane jongens op leeftijd zijn goede redenen om het te lezen. Springer liet zijn held één keertje snotterend over de schreef gaan. Zwelgen in sentiment, tegen strenge ongeschreven literaire wetten in. Nou ja, waarom ook niet.

Aleid Truijens

F. Springer: Kandy - Een terugtocht.

Querido; 157 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 214 8274 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden