Taal is zeg maar echt mijn ding blijkt vooral een vlakke romkom zonder ruimte voor spontaniteit

De taalfilosofietjes van Cornelisse worden slim vertaald naar een speelfilm, maar helaas is de plot voorspelbaar. De nadruk van zo goed als alle dialogen ligt op de woorden, niet op de betekenis.

Fockeline Ouwerkerk als Anne.

Ik wil de taal proeven, zegt hoofdpersonage Anne in Taal is zeg maar echt mijn ding. Voelen. Erin duiken.

Het moet een flinke klus zijn geweest om de succesvolle columnbundel (meer dan een half miljoen stuks verkocht) van Paulien Cornelisse over modern taalgebruik in een behapbare filmvorm te gieten. Scenarist Tijs van Marle en regisseur Barbara Bredero bedachten een charmante, licht neurotische journalist (een innemende Fockeline Ouwerkerk) van midden dertig, vrijgezel uiteraard en tegen haar zin werkzaam voor een oppervlakkig vrouwentijdschrift, om de korte observaties van Cornelisse over te brengen.

Taal is zeg maar echt mijn ding (**), komedie.
Regie: Barbara Bredero
Met: Fockeline Ouwerkerk, Egbert-Jan Weeber, Tarikh Janssen, Peter Faber, Annet Malherbe, Tim Haars, Bilal Wahib.
90 min., in 100 zalen.

Slim, hoe de makers Anne willekeurige mensen laten afluisteren op straat, waarna ze de voice-over volkletst met charmante taalfilosofietjes. Voor de verandering is gefilmd op fotogenieke plekken in onontgonnen Rotterdam in plaats van in de filmisch platgetreden hoofdstad. Aangenaam ook: de film krijgt van deze aanpak, vooral in het begin, iets ongedwongen fladderigs.

De plot bewandelt bekender terrein. De oplettende kijker ziet vermoedelijk direct hoe goed Anne bij haar lieve collega Timo (Egbert-Jan Weeber) past, maar voor ze zich daar ook van bewust is moet ze eerst op een spannend persreisje met de gladde charmeur Rick (Tarikh Janssen), die haar het wauw-gevoel bezorgt. Want Rick is niet leuk, denkt ze, maar leuk-leuk.

Taal is zeg maar echt mijn ding blijkt dan toch vooral een vlakke romkom: de nadruk van bijna alle dialogen ligt op de woorden, niet op de betekenis. Er is geen enkele ruimte voor spontaniteit. Hierdoor bijt de film zichzelf in de staart: het uitgangspunt, de taalbeleving van Anne, gaat tegen de film werken.

Zachtmoedig doch weinig subtiel is het zijpaadje waarin Annes vader (Peter Faber) eerste tekenen van dementie vertoont. Terwijl ze een potje Scrabble spelen klinkt Spinvis' Voor ik vergeet. Dat klonk op papier ongetwijfeld mooi, maar in de film is het veel te veel.

Zelfs de taalobservaties verliezen snel hun scherpte. In haar hoofdstuk over vervliegende en blijvende modewoordjes schrijft Cornelisse dat het bijvoorbeeld niet meer kan om een zin te eindigen met een grappig bedoeld 'punt nl'. Voor de duidelijkheid: de bundel van Cornelisse verscheen in 2009. Bijna een decennium later mag een personage in de film precies dát achter zijn zinnen plakken.

'Misschien is het wauw-gevoel wel kut-kut en moet ik accepteren dat dingen tegelijk leuk-leuk en kut-kut kunnen zijn', zegt Anne op een gegeven moment.

Zo kan Paulien Cornelisse het nooit hebben bedoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden