EssayScandithriller

’t Is een Scandi! Hoe de Scandinavische thriller de plek in de boekwinkel inpikt van de Nederlandse

Het spannende boek is de hoeksteen van het vaderlandse boekenvak. Vooral de ‘Scandi-thriller’ vliegt de winkel uit. Thrillerauteur Peter Römer vraagt zich af wat er mis is met het Nederlandse spannende boek. 

Beeld Martyn Overweel

Wie met enige regelmaat de plaatselijke boekhandel bezoekt, zal het niet zijn ontgaan dat bij de afdeling spannende boeken het aandeel van de Scandinavische thrillers de laatste jaren aanmerkelijk is gegroeid. Het is volkomen normaal iemand in blind vertrouwen een Scandi-thriller cadeau te doen – ‘moet erg goed zijn!’ –, terwijl men niet zo snel een willekeurig spannend boek van eigen bodem meeneemt. 

Wat is dat met die Scandinavische thriller: lezen we liever een Noor dan een schrijver uit de Achterhoek? En waar zit ’m dat dan in?

De meest voor de hand liggende reden is dat de Scandi-thriller in de boekhandel te verkrijgen is. Dat lijkt een open deur, maar het is voor een uitgever behoorlijk lastig om zijn nieuwste uitgave in de winkels te krijgen. Die strijd om een plekje op de tafel is afhankelijk van de hoeveelheid boeken die wordt uitgegeven en de ruimte die ervoor wordt vrijgemaakt. En die ruimte, ook voor het spannende boek, is nu eenmaal beperkt.

Niet dat het Nederlandse spannende boek elk gevecht om een plekje verliest, want van de verkochte spannende boeken was het afgelopen jaar 22 procent oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, volgens onderzoeksbureau GfK. De meeste van die boeken echter worden geschreven door een beperkt aantal succesvolle auteurs, zoals Esther Verhoef, Suzanne Vermeer of Baantjer; de ‘usual suspects’ die één of twee keer per jaar de markt domineren. Het succes van de Scandi-thrillers heeft daar niet onder te lijden.

Het spannende boek is de hoeksteen van het vaderlandse boekenvak, maar elke boekhandelaar wil graag een breed en gevarieerd aanbod in zijn winkel. Het dagelijkse aanbod uit binnen- en buitenland is enorm, zowel bij fictie als bij non-fictie, dus moet hij keuzen maken en die maakt hij aan de hand van de te verwachten verkoop. En daar zit ’m blijkbaar de kneep.

Van de bijna tachtig nieuwe Nederlandstalige thrillers die afgelopen jaar werden aangemeld voor de Gouden Strop, de prijs voor de beste thriller van het afgelopen jaar, hebben de meeste slechts een beperkt aantal boekhandels gehaald. Landelijke spreiding was voorbehouden aan nog minder boeken. Zelfs van de vijf titels die werden genomineerd voor de Gouden Strop was de brede verspreiding, op twee boeken na, niet gegarandeerd. De winnaar van de Schaduwprijs, de prijs voor het beste debuut van het jaar, was vrijwel afwezig in de boekhandel. Dit zegt iets over de status van het Nederlandse spannende boek; de verwachtingen zijn minder hooggespannen.

Daar heeft de Scandi-thriller blijkbaar geen last van. De rij nieuwe namen uit het hoge Noorden die bijna maandelijks de boekhandels bereikt, lijkt schier eindeloos.

Is het soms gemakkelijker of voordeliger om te investeren in Scandinavische auteurs? Volgens Steven Maat, uitgever bij A.W. Bruna, is het uitgeven van een buitenlandse titel bepaald niet goedkoper dan het uitgeven van een Nederlands boek. De vertaalkosten alleen al bedragen enkele duizenden euro’s die direct effect hebben op het rendement van een titel. Daarnaast zijn er de biedingen die de voorschotten kunnen opdrijven, zeker bij boeken die succes hebben in eigen land.

Voor boeken van Nederlandse auteurs worden maar hoogst zelden biedingen georganiseerd, ook niet bij auteurs die zich al bewezen hebben. De investering beperkt zich daar dus tot het voorschot, dat afhankelijk is van de te verwachten verkoop.

Je zou dus kunnen zeggen dat de uitgever een groter risico neemt met het uitgeven van een Scandi-thriller en daarbij anticipeert op het eventuele succes, waarbij hij slechts in beperkte mate kan leunen op de publiciteit. Elke schrijver leeft bij zichtbaarheid en is daarbij voor een deel afhankelijk van free publicity. Om die gewilde, maar beperkte ruimte in de media moet door alle genres even hard worden gevochten en daarbij is de Scandi-thriller niet in het voordeel.

Waarom durft de uitgever dat risico dan te nemen? Is het werk uit Scandinavië soms zoveel beter dan de thrillers die in Nederland worden geschreven?

Zeker is dat Scandinavië een lange geschiedenis heeft van populaire, goedgeschreven politieromans. In de jaren zestig, toen het Nederlandse aandeel op de spannende boekenmarkt nog beperkt was en het lezen van een ‘detectiefje’ voornamelijk een vakantieaangelegenheid, was daar opeens het echtpaar Sjöwall en Wahlöö die met hun policiers het Zweden van hun tijd fileerden. In een serie van tien boeken creëerden ze een nieuw genre binnen de misdaadliteratuur, de maatschappijkritische politieroman, die zelfs in literaire kringen werd gezien als een guilty pleasure. Je kon met zo’n pocketje gezien worden!

Zo’n twintig jaar later veroorzaakte Henning Mankell eenzelfde hype met zijn boeken rond Kurt Wallander. Ook hier een inspecteur die worstelt met de sociale ontsporing van de maatschappij en, niet onbelangrijk, met zichzelf.

De boeken werden hier een groot succes, dat evenwel niet kon niet tippen aan het succes van de Millennium-trilogie dat de (toen reeds overleden) schrijver Stieg Larsson in 2004 ten deel zou vallen.

Bepaalt het sociaaleconomische engagement, dat in de Scandinavische thriller – veel meer dan in de Nederlandse – een grote rol speelt, het succes? Het is zeker een element dat de boeken van een extra laag voorziet en daarmee een meerwaarde geeft aan de verhalen. Ze spelen zich af in een herkenbare samenleving, de problemen waar de hoofdpersonen mee worstelen zijn de lezer niet vreemd.

Ook spelen de persoonlijke omstandigheden van de rechercheurs in de meeste boeken een nadrukkelijke rol. De lezer volgt gedurende de serie hun levens: de ups en downs, het gevecht met superieuren, de problemen met partners, kinderen en alcohol. Al staan ze – doorgaans – aan de goede kant: het blijven mensen van vlees en bloed. Het is opmerkelijk dat de psychologie van de politiemannen en -vrouwen bijna net zo veel aandacht krijgt als die van de slachtoffers en daders. Tijdens de reis langs de duistere krochten van de geest worden die van hun niet overgeslagen. Tot tevredenheid van de lezer.

Een andere belangrijke factor is dat Scandinavië een andere natuur heeft dan wij en dat Scandinaviërs zich daartoe ook anders verhouden. Het is er uitgestrekt, leeg, puur, rauw, gevaarlijk. De dood is dichtbij. De tegenstelling stad versus natuur is nooit ver weg. Bovenstaande elementen kom je in veel van de boeken tegen, ongeacht uit welk Scandinavisch land ze afkomstig zijn.

De Nederlandse thriller heeft een breder palet, is minder goed vast te pinnen op gemeenschappelijke overeenkomsten. Als je blind een Nederlandse thriller koopt, heb je geen idee wat voor leeservaring je te wachten staat. Wat natuurlijk niets zegt over de kwaliteit van het werk.

Scandinavische schrijvers maken over het algemeen beter gebruik van de mogelijkheden die de natuurlijke en maatschappelijke omgeving waarin hun verhalen zich afspelen hen biedt. En omdat ze dat (haast) allemaal doen, zijn ze daar ook goed in geworden en heeft de Scandi-thiller een herkenbare identiteit gekregen. Het is een merk. Dat is het fijne van zo’n thriller, om het even welke je oppakt, de enkele uitzondering daar gelaten, weet je ongeveer wat je krijgt. Je kunt anticiperen op een leeservaring, omdat je bekend bent met het merk.

Het stempel van de Scandi-thriller is een bewijs van goedkeuring.

En dan kreeg de Scandi-thriller er op een bepaald moment een onverwachte bondgenoot bij: de tv-serie. In 2012 was de Deense televisieserie The Killing een enorm succes in Nederland. Het hoofdpersonage, Sarah Lund was een eigenwijze, wat stugge politie-inspecteur die, geheel naar Scandinavisch model, worstelde met een ingewikkelde, duistere zaak, met haar superieuren en haar verleden. De Deens-Zweedse serie The Bridge evenaarde dat succes met een politie-inspecteur, Saga Norén, die zelfs tekenen van Asperger vertoonde. Na die twee series volgden, mede onder invloed van Netflix, nog vele Scandinavische series. Lang niet allemaal even goed, maar immer voorzien van getroebleerde dan wel gefrustreerde hoofdpersonen, die duistere complotten en gruwelijke misdaden moeten ontrafelen in een uitgestrekt en beklemmend landschap.

Al die series, niet voor niets Nordic noirs genoemd, hebben in niet geringe mate bijgedragen aan de positieve beeldvorming van de Scandi-thriller.

Deze redenering volgend is er hoop voor het Nederlandse spannende boek.

In de vorige eeuw had het Nederlandse televisiedrama weinig aanzien. Er waren ook niet zo veel van. Er werd wel massaal gekeken naar Dagboek van een herdershond of De fabriek, maar Nederlandse misdaadseries zag je nauwelijks en de kritiek was vaak niet mals. Dat in tegenstelling tot de, vooral Britse, misdaadseries, zoals Inspector Morse, die door een miljoenenpubliek werden bekeken en op een veel hogere waardering konden rekenen. Het uitzenden van een buitenlandse serie was veel goedkoper dan het produceren van een serie van eigen bodem. De keuze was dus snel gemaakt in Hilversum, waardoor Nederlandse producties het jarenlang moesten afleggen tegen die uit het buitenland.

Daar kwam verandering in toen de commerciële televisie zijn intrede deed in Nederland. Ineens werden er reeksen detectiveseries gemaakt bij het commerciële RTL, die zo succesvol bleken dat ook de publieke omroep gedwongen werd te investeren in spannend drama.

Er werden steeds meer series gemaakt en dat leidde ertoe dat scenaristen, regisseurs, acteurs en alle andere medewerkers in de televisie- en filmindustrie zich steeds beter konden bekwamen in het vak. Met als resultaat dat er tegenwoordig bij ons series worden gemaakt die zich kunnen meten met de buitenlandse, maar die beter bekeken worden en door het publiek hoger worden gewaardeerd. Series als Penoza of Vuurzee en laatstelijk Undercover zijn niet alleen nationaal maar ook internationaal succesvol.

Als er tegenwoordig een nieuwe Nederlandse politieserie op tv verschijnt, is een miljoenenpubliek bereid, zonder enige kennis van de kwaliteit, de eerste aflevering te bekijken. Men vertrouwt erop dat het wel goed zal zijn.

Het staat buiten kijf dat er in Scandinavië goede boeken worden geschreven. Zowel Denemarken, Noorwegen als Zweden hebben topauteurs in huis. Zelfs uit IJsland en Groenland komen thrillers die hoog aangeschreven staan. Maar zijn die zoveel beter dan de beste auteurs uit ons bescheiden taalgebied? Daar lijkt het niet op. Zowel bij de vrouwelijke als bij de mannelijke auteurs valt een lijstje te maken met namen die kunnen concurreren met hun Scandinavische collega’s. Maar zo wordt dat niet ervaren.

Het draait niet alleen om de kwaliteit; het is ook het merk, het kwaliteitsstempel dat aan de boeken wordt meegegeven. Je weet wat je koopt in de boekhandel en durft het blind cadeau te doen. Het is uiteindelijk de perceptie dat de Scandi-thriller beter moet zijn dan het Nederlandse spannende boek, en dat leidt automatisch tot meer aanzien.

Of, om non-fictiecollega Rutger Bregman te parafraseren: wat je gelooft, lees je.

Peter Römers nieuwe thriller Een meesterstuk verschijnt in januari 2021.

Drie lezenswaardige thrillers

Jussi Adler-Olsen: Slachtoffer 2117. Het achtste deel van een serie thrillers over de coldcase-afdeling Q.

Søren Sveistrup: Oktober. Sveistrup is de scenarioschrijver van de immens populaire Deense televisieserie The Killing. Oktober is zijn thrillerdebuut.

Walter Lucius: De stad en het vuur. Het derde en laatste deel van de zeer lezenswaardige ‘Hardlandtrilogie. Lucius is de nieuwe ster aan het Nederlandse thrillerfirmament en doet niet onder voor Stieg Larsson.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden