Szymborska steelt een Rembrandt

rotterdam ‘Alleen wanneer een schrijver herboren wordt in vertaling, kan hij het koninkrijk der hemelen betreden.’ Met deze misschien wat pompeuze, maar wel toepasselijke woorden begon de Ierse dichter Thomas McCarthy zijn voordracht op de openingsavond van het 41ste Poetry International Festival....

In een goed gevulde Rotterdamse Schouwburg gaven ruim twintig dichters een voorproef van wat het publiek de komende week mag verwachten. Hun voordrachten werden afgewisseld met filmbeelden, muziek en met het jaarlijks terugkerende poëzietheater van acteurs van de Arnhemse Toneelschool.

Ondanks het ontbreken van een presentator was het een goed lopende parade, die het publiek in anderhalf uur tijd over de halve wereld meevoerde. En dat zonder entree te betalen, want ook dit jaar mogen de bezoekers gedurende de hele week zelf bepalen wat ze aan het eind van de avond willen doneren.

Een van de rode draden dit jaar is de Amerikaanse poëzie. Deze leverde ook de mooie titel van de avond: ‘Manieren om naar een merel te kijken’, naar analogie van Wallace Stevens’ gedicht Thirteen ways of looking at a blackbird. De Vlaamse Stevens-specialist Bart Eeckhout las een door Hugo Claus gemaakte bewerking van Stevens’ klassieker voor. Tot ieders verbazing bleek deze versie door J.M. Coetzee in het Engels te zijn vertaald. Het was een fascinerend staaltje ‘rondzingen’.

Zoals wel vaker wisten de dichters uit Spaanstalige en Arabische landen meer van hun voordracht te maken dan de meeste van hun Amerikaanse en Europese collega’s. De Afghaan Kamran Mir Hazar vertelde dat dichters in Afghanistan door politici als rivalen worden gezien. In zijn gedicht belandde de dichter dan ook in de gevangenis, waarna Mir Hazar afsloot met de mooie, raadselachtige regels: ‘Ze vroegen een mus uit Kabul:/ wat zijn de mensen van plan?/ De mus antwoordde en stierf.’

Minstens zoveel indruk maakte de Spanjaard Antonio Gamoneda (1931) die met zijn prachtige basstem een gedicht voordroeg over een vreemd dier dat niet alleen over hem waakt, maar dat hij zelf ook is: ‘Soms krijst hij in roerloze avonden.’ Zijn Braziliaanse collega Lêdo Ivo (1924) wist het publiek evenzeer te raken. Met zijn jas aan las hij een aangrijpend gedicht over de doden die niet weerkeren: ‘Enkel namen op zerken. Enkel namen. En het ruisen van de zee.’

De muzikale entr’actes waren van hoog niveau en goed op de poëzie toegesneden. Vooral het fragment uit de opera Majnun’s Love Madness in the desert van Rokus de Groot met de onnavolgbare breakdancer Haider al-Timimi was intrigerend. Diens trage, schokkerige bewegingen leken op een film die beeldje voor beeldje werd afgedraaid.

Geestig was een fragment uit een nog onvoltooide documentaire over de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Stevig rokend en vrolijk nippend aan haar cognacje vertelde zij hoe ze in een van haar terugkerende ‘dievendromen’ een schilderij van Rembrandt onder haar jas stopt en het museum verlaat. Ze moest er, net als het publiek, hard om lachen.

Na afloop wachtte in de hal nog een bijzondere verrassing. Industrieel ontwerper Thijs Ewalts had 24 planten, evenveel als dichters op het festival, op robots met sensoren en wieltjes geplaatst. Eigenwijs zochten ze hun weg tussen het publiek. Tot op de dansvloer, waar een enkeling zich waagde aan een dansje met een clematis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden