Symptomen van het kakkerlakkenvirus

Net als in Vive l'Amour (1994) en The River (1996) schetst Tsai Ming-liang in The Hole een somber beeld van Taipeh, waar de bewoners zielloos langs elkaar heen leven....

Het regent pijpenstelen. Van het begin tot het bittere eind. Onophoudelijk. En opnieuw brengt het water weinig goeds. In The River krijgt een jongen nekkramp nadat hij in de rivier heeft gezwommen. In The Hole veroorzaakt het water een verschrikkelijk virus. Mensen veranderen langzaam in kruipend ongedierte dat zich in donkere, vochtige gaten verstopt. Kafka in Taipeh.

Tsai Ming-liangs vierde film opent met een minutenlang zwart beeld. Een week voor de millennium-wisseling weeklaagt een stem op de radio. Het sombere nieuws: de regering doet niks meer in de quarantaine-zone. Het vuil wordt niet meer opgehaald en er wordt geen water meer geleverd. Op de achtergrond klinken sirenes.

In een kale flat wordt een man wakker gebeld door de loodgieter, gestuurd door de benedenbuurvrouw die last heeft van lekkage. Op de enige plek waar het niet lekt, maakt de loodgieter een gat in de grond.

De man boven (Lee Kang-sheng) - wit hemd en witte onderbroek - bespiedt zijn benedenbuurvrouw door het gat, klopt zijn sigarettenas er in af, steekt zijn teen er eens door en tenslotte zijn hele been. De vrouw beneden (Yang Kuei-mei) merkt er weinig van. Zij hamstert toiletpapier en maakt zich druk om het behang dat naar beneden komt.

Langzaam beweegt de camera rond de onmachtige protagonisten (samen ook al te zien in Vive l'Amour), die er maar niet in slagen met elkaar in contact te komen. Het grote-stadsleven is eenzaam bij Tsai.

De aartspessimist doorbeekt zijn karakteristieke, lang aangehouden scènes met wonderschone droombeelden van de benedenbuurvrouw. In het jaar 2000 zijn we dankbaar dat we de prachtige songs van Grace Chang hebben om ons te troosten, zegt hij aan het einde van zijn film.

In de lift zingt de vrouw Calypso, een prachtig liedje van verlangen van Grace Chang, ster uit de Hongkong-musicals uit de jaren vijftig. In een feestjurk, met een rode suikerspin op haar hoofd. Als het liedje is afgelopen, sluiten de deuren zich en is alleen de regen nog te horen.

The Hole is een bevestiging van het enorme talent van Tsai Ming-liang. De superstylist toont zich opnieuw een meester in het scheppen van een beklemmende en vervreemdende sfeer, en laat daarbij en passant zien weinig vertrouwen te hebben in de menselijke soort, met zijn onvermogen tot intimiteiten, communicatie en ware liefde.

Tsai Ming-liangs uit 1997 stammende toekomstfantasie maakt deel uit van het voor televisie geproduceerde tienluik '2000 vue par...', waarvan ook La vie sur terre (Abderrahmane Sissako) en O primeiro dia (Daniela Thomas en Walter Salles) nog in de bioscoop te zien zijn. The Hole is met afstand de fraaiste bijdrage aan de serie.

De ontroerende treurigheid eindigt met een sprankje hoop. Als ook de benedenbuurvrouw de symptomen van het kakkerlakkenvirus vertoont, steekt de bovenbuurman zijn helpende hand door het gat. Als Michelangelo's God in de Sixtijnse kapel in Rome.

De benedenbuurvrouw zingt over dagen vol wijn en rozen, dagen vol zorgeloze liefde en zwaluwen in de lucht. Zullen zij samen de zondeval overleven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden