Symfonisch drama: het orkest met te veel strategieën

Het Orkest van het Oosten werd als toonbeeld van cultureel ondernemerschap gezien. Geen subsidies, maar sponsoren zouden het muziekgezelschap in leven houden. Het plan mislukte faliekant. Hoe moet het verder?

Het gekortwiekte orkest tijdens de pauze. Beeld Tom Janssen
Het gekortwiekte orkest tijdens de pauze.Beeld Tom Janssen

Naar verluidt was het een potentiële sponsor die met de deal kwam: een ton aan sponsorgeld als het Orkest van het Oosten zijn naam veranderde. Iets met meer nationale uitstraling. Drie o's, dat klinkt veel te Twents.

Die nieuwe naam werd het Nederlands Symfonieorkest. Een nationale uitstraling was precies wat het vijf jaar geleden zocht. Het was het begin van een grote sprong voorwaarts, richting een nieuwe identiteit, internationale bekendheid en grote sponsorbedragen. Het orkest was het toonbeeld van cultureel ondernemerschap, precies wat Halbe Zijlstra beoogde.

Maar na de sprong volgde een vrije val, en op het nippertje een noodlanding. Afgelopen november was het orkest technisch failliet, dankzij die grote plannen. Sinds kort is het een geamputeerd orkest met een regionale oriëntatie. De naam luidt weer gewoon Orkest van het Oosten. Zonder ironie: daar kunnen de sponsors meer mee.

Namenstrijd

Tussen het Nederlands Symfonieorkest (NedSym) en Orkest van het Oosten in heette het orkest nog weer anders. Toen het Orkest van het Oosten zijn naam in 2011 in NedSym veranderde, spande het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPho) een rechtszaak aan. De namen leken te veel op elkaar, vond het Amsterdamse orkest.

Na een lange procedure stelde de rechter NedPho in het gelijk. NedSym veranderde de naam daarom in HET Symfonieorkest, om afgelopen november weer terug te keren naar de oude naam. Het heet nu voluit: Orkest van het Oosten/HET Symfonieorkest voor Overijssel. Dit juridische gesteggel kostte het Orkest van het Oosten naar schatting zo'n 75.000 euro.

Bijzonder plan

Als het Nederlands Symfonieorkest presenteert het Enschedese gezelschap in 2011 een bijzonder plan. Het kabinet Rutte I bezuinigt fors op cultuur, ook het Nederlands Symfonieorkest moet het met 2 miljoen euro minder doen, een vermindering van bijna 40 procent. Maar dankzij een miljoeneninvestering van de provincie Overijssel zou dit orkest niet krimpen maar groeien en niet alleen nationaal, maar zelfs internationaal meetellen.

Toenmalig directeur Harm Mannak, een zakenman afkomstig uit de autobranche, presenteert een businessmodel dat uitblinkt in ondernemerschap: met meer concerten en toegankelijke projecten, cd-opnamen en buitenlandse reizen zal het orkest (op dat moment het een-na-kleinste van Nederland) een landelijke speler worden, verankerd in de regio, maar met een eigentijdse, internationale uitstraling. Dat zal niet alleen meer publiek, maar ook meer sponsors en mecenaat aantrekken. Zo kan de korting worden opgevangen, zodat er zelfs geen steun meer nodig zal zijn van de provincie: de helft van het budget wordt in 2016 uit de markt gehaald.

Mannak krijgt overal lof voor zijn ambities. Zelfs Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, prijst het plan als een goed voorbeeld voor de culturele sector. Het is immers de droom van toenmalig staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra: een orkest dat zichzelf bedruipt.

'Investeringsimpuls'

Vijf jaar geleden was zo'n verwachting overigens niet zo lachwekkend als het nu is. Het meerjarenplan van Mannak baseert zich onder meer op de cijfers van het ministerie over hoe de sponsormarkt zich zal ontwikkelen. Toch durven andere orkesten in Nederland het niet aan. In Limburg en Brabant wordt gedwongen gefuseerd. Andere orkesten geven alle musici deeltijdcontracten.

Om de uitvoering van het plan mogelijk te maken, zeggen de Provinciale Staten van Overijssel een 'investeringsimpuls' toe van 5 miljoen euro, een bedrag dat de Staten aan meer instellingen toekennen die met goede plannen de bezuinigingen te lijf gaan, zoals Museum de Fundatie. Dat wordt aangevuld met nog eens ruim 3 miljoen euro, een afkoopsom van de subsidie voor tien jaar.

De zak geld wordt niet zonder discussie overhandigd. Er zijn sceptische media en politici die de plannen veel te mooi vinden, veel te rooskleurig. Maar de hoop wint. 'We wisten dat er risico's waren', zegt Hester Maij, gedeputeerde Cultuur bij de Provincie Overijssel, 'maar we wilden het een kans geven, mede dankzij het enthousiasme van de Raad voor Cultuur en het ministerie. Vanwege de bezuinigingen was iedereen op zoek naar ondernemerschap.'

Spannende projecten

Het orkest begint aan een reeks spannende projecten. Mannak staat open voor ieder fris idee vanuit het orkest. Nu investeren, dan komt het later wel een keer terug is het devies. De musici spelen fileconcerten, er worden apps gebouwd om de muziek uit te leggen, er wordt samengespeeld met dj's in een poptempel, er komt een ambitieuze reeks Beethoven- en Mendelssohnsymfonieën op cd en net als in de vliegtuigbranche wil het orkest experimenteren met variabele ticketprijzen om zo de zalen vol te krijgen.

Maar het geld komt niet terug. De miljoenen van de provincie slinken in rap tempo, terwijl sponsors zich niet enthousiast melden. De uitgaven gaan zelfs zo hard, dat ook het eigen vermogen van het orkest slinkt.

De fondsenwervers doen hun best, maar halen in 2014 nog geen ton sponsorgeld op. Ondanks een stimulans als de Geefwet, die donaties fiscaal aantrekkelijk moet maken, blijkt de markt niet zo vrijgevig als gehoopt. Dat merkt de hele cultuurwereld; ook de Raad voor Cultuur, eerst nog zo enthousiast, waarschuwt daar al snel voor.

Kritischer

Toch blijft het orkest achter het plan staan. We hebben meer tijd nodig, redeneren Mannak en de Raad van Toezicht van het orkest dat wordt aangevoerd door voetbalbestuurder Henk Kesler. Daar proberen ze ook de provincie van te overtuigen, zodat het laatste deel van de investering vervroegd kan worden overgemaakt.

Maar de provincie is kritischer geworden; er zijn verkiezingen geweest, de politieke situatie is veranderd. Gedeputeerde Maij stelt de voorwaarde: alleen als het orkest in de uitgaven snoeit, krijgt het meer geld.

Maar uit een nieuw meerjarenplan blijkt dat het nog steeds tot de landelijke top wil behoren en dus grote kosten moet maken. Volgens Mannak zit er niets anders op: het is óf marginaal worden met een kleine kern musici, óf nog een kans krijgen om een volwaardig orkest te blijven. 'Een sec regionale oriëntatie leidt tot een afname van het artistieke niveau met alle maatschappelijke en economische consequenties van dien.'

Problemen

Mannak krijgt Maij niet mee. Ondertussen is het april 2015. Het orkest luidt de noodklok. Het krijgt de exploitatie niet rond en ziet zich genoodzaakt een deel van de concerten en de dure cd-opnamen te schrappen. De provincie ruikt onraad en bevriest de resterende 1,1 miljoen. Het orkest zit flink in de problemen.

De echte ramp volgt in november. Het geld is op, zelfs de salarissen kunnen niet meer worden uitbetaald. De Raad van Toezicht vraagt Mannak of hij, in het licht van de negatieve publiciteit, niet beter kan opstappen. Er moet een kop rollen, anders lopen de contracten gevaar, zoals met het tv-programma Maestro, wat toch weer enkele tienduizenden euro's binnenbrengt.

Mannak stapt op. Vlak daarna verschijnt een rapport van adviesbureau Berenschot, dat op verzoek van de wantrouwende provincie de bedrijfsvoering heeft doorgelicht. De conclusies doen pijn: het orkest hanteerde te veel strategieën tegelijkertijd, nam te grote risico's en er ontbrak een gedegen onderbouwing voor de sponsorgeldboom.

Muzikanten van het Nederlands Symfonieorkest staan op het Centraal Station in Den Haag samen met staatssecretaris Halbe Zijlstra (midden), directeur Harm Mannak (derde van rechts) en dirigent Jan Willem de Vriend (derde van links) bij een speciale promotie-trein ter gelegenheid van de lancering van een CD-box. Beeld ANP
Muzikanten van het Nederlands Symfonieorkest staan op het Centraal Station in Den Haag samen met staatssecretaris Halbe Zijlstra (midden), directeur Harm Mannak (derde van rechts) en dirigent Jan Willem de Vriend (derde van links) bij een speciale promotie-trein ter gelegenheid van de lancering van een CD-box.Beeld ANP

Interim-directeur

Snel wordt er een interim-directeur gevonden, iemand met bestuurservaring én een muzikale achtergrond - precies dat ontbrak bij Mannak. Deze Bart van Meijl hervormt in enkele weken het orkest volledig. Op zijn eerste dag draait hij de naam weer terug naar Orkest van het Oosten. Op dag drie wint hij het vertrouwen van de provincie. Zijn boodschap: als dit orkest verdwijnt, krijgen we het nooit meer terug.

Ook vraagt Van Meijl aan het Rijk om een voorschot op de subsidie van volgend jaar, zodat de rekeningen betaald kunnen worden. Dat lukt, het orkest kan weer even door. Ook Maestro wil blijven samenwerken.

Maar mooie cd's en een plek in de top-3 kan het orkest vanaf nu vergeten, maakt hij duidelijk. De enige manier waarop het verder kan gaan, is met een puur provinciale rol. Met educatieve projecten, samenwerkingen met de amateursector en andere orkesten en een bescheidener symfonisch programma. De 39 musici die nog een fulltime contract hebben, moeten bovendien 30 procent van hun contract inleveren. Alle orkestleden stemmen hier mee in.

Gerepareerd

Van Meijl heeft eerst gekeken naar wat de inkomsten zijn en daar de activiteiten op aangepast, zegt hij. Klinkt simpel, maar: 'Onder Mannak ging dat andersom. Eerst werden de plannen gemaakt, daarna werd berekend wat er binnengehaald moest worden om dat mogelijk te maken.'

Dit is wat de provincie eerder had willen zien. De jaarlijkse subsidie wordt weer gerepareerd, de resterende 1,1 miljoen van de investeringsimpuls wordt ook vrijgegeven. Het orkest is voorlopig gered. Net als alle andere orkesten wacht het nog af of het Rijk het orkest vanaf 2017 weer jaarlijkse subsidie zal geven. Dat wordt op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Nu het orkest weer musiceert - morgen de opera Così fan tutte, zondag de Matthäus Passion - wijzen de vingers naar Mannak en de Raad van Toezicht, die momenteel ook wordt vervangen. Want toen de financiële problemen al in zicht waren, bleven de plannen onverminderd optimistisch. Van Meijl verwijst naar de SS Rotterdam, in managementkringen bekend als 'de Woonbron-casus': de investeerder bleef geloven dat het schip commercieel succesvol zou worden, waardoor negatieve signalen werden genegeerd.

Failliet van de droom

Sommigen vragen zich af of Mannak met zijn commerciële achtergrond wel bij de orkestwereld paste. Na zijn vertrek wordt er in de provinciale politiek discussie gevoerd over zijn salaris: in 2015 werd ruim 2 ton naar zijn bv overgemaakt. Het salaris blijkt binnen de regelgeving, maar voor een gekortwiekt orkest blijft de vraag of zo'n bedrag moreel, laat staan politiek tactvol is.

De val van het orkest toont ook het failliet van de droom van cultureel ondernemerschap. De cultuuromslag naar een samenleving van mecenassen, wat de oplossing was waarmee de bezuinigingen op cultuur werd verkocht, heeft amper plaatsgevonden. Het Orkest van het Oosten was een van de weinige orkesten die de poging waagde, maar faalde daarin.

De vraag is nu of er meer instellingen zullen volgen. Het Koninklijk Concertgebouworkest waarschuwt ook voor tekorten, maar daar staan nog financiële reserves op de bank; hetzelfde geldt voor de Nederlandse Reisopera. Misschien is het Orkest van het Oosten ook nu weer een voorbeeld, maar dan van de dramatische shake-out die over enkele jaren in de rest van de orkestwereld volgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden