Rubriek De lezende politicus

Sybrand Buma en de boeken die hem inspireren: ‘De meerderheid kan heel erg ongelijk hebben en de minderheid verdrukken’

Door welke boeken laten de belangrijkste politici van Nederland zich inspireren? Welke ideeënwereld gaat schuil achter de dagelijkse compromissen en vluchtige hypes? Dit keer in deze onregelmatig verschijnende serie: Sybrand Buma, politiek leider van het CDA.

DEN HAAG - Portret van Sybrand Buma (CDA) met zijn favoriete boek: Over de democratie in Amerika, van Alexis de Tocqueville. Beeld Freek van den Bergh

Op de tafel van CDA-leider Sybrand Buma ligt een kolossaal boek met een stoffen hoesje eromheen – blauw met grote witte sterren. Hij kreeg het van zijn vrouw om te voorkomen dat zijn lievelingsboeken (‘voor de eeuwigheid’) beschadigd raken. Nu beschermt het hoesje het ruim duizend pagina’s dikke Over de democratie in Amerika, van Alexis de Tocqueville.

Buma verwijst met regelmaat naar de 19de-eeuwse politiek filosoof, als hij wil waarschuwen voor doorgeslagen individualisme of een overheid die eigen initiatief verstikt. Verder was het volgens Buma ‘best wel even zoeken’ naar de drie andere boeken die naast Tocqueville op tafel liggen. Het aanbod van favoriete boeken was te groot. ‘Ik lees veel en denk vaak: dit is het mooiste dat ik heb gelezen.’

Over de democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville 

Magnum opus over de werking van democratie en de risico’s van individualisering en massacultuur.

Gelezen: ‘Tijdens de voorbereiding voor mijn eigen boek.’ (Tegen het cynisme – voor een nieuwe moraal in de politiek uit 2016, red.)

Aanleiding: ‘Tocqueville schrijft over de morele component in de samenleving. Dat past zo precies bij wat ikzelf ook wilde signaleren. Hij zag begin 19de eeuw al wat wij nu meemaken. De onthechte burger en de alom aanwezige overheid die voor zijn geluk moet zorgen. Voor mij ideologisch heel herkenbaar.’

Citaat: ‘Boven hen torent een immense en beschermende macht uit die zich als enige belast met de zorg voor hun genietingen en het toezicht op hun lot. Zij (de overheid, red.) is absoluut, nauwkeurig, regelmatig, vooruitziend en zachtmoedig. Zij zou op vaderlijk gezag lijken als zij, evenals dat gezag, tot taak zou hebben de mensen voor te bereiden op de volwassenheid, maar zij probeert juist niets anders te doen dan hen onherroepelijk in hun kindertijd vast te houden; zij ziet graag dat de burgers genieten, mits zij alleen maar aan genietingen denken.’

‘Tocqueville is pas vrij recentelijk herontdekt, ook door mij. De Nederlandse vertaling is van 2011. Tijdens mijn studie rechten maakte ik kennis met filosofen als Rousseau en Montesquieu. Tocqueville zat daar niet bij. Hij werd later opnieuw ontdekt toen we erachter kwamen dat hij tweehonderd jaar geleden al had beschreven hoe een democratie kan vastlopen.

‘Het grote doel van mei ’68 was individuele vrijheid en een grote overheid die de problemen oploste. Pas later zagen we de nadelen. Het individualisme brengt de samenlevingsverbanden in gevaar. Die gedachte is de lijn van Tocqueville naar de christen-democratie. Mensen als Abraham Kuyper en Groen van Prinsterer borduren op zijn werk voort.’

Waar ziet u die verstikkende overheid?
‘In de zorg bijvoorbeeld. Daarover heeft de overheid een deken van regeltjes gelegd. Een arts moet voortdurend kijken of hij alle protocollen volgt, of daar nu een verbetering voor de patiënt uit volgt of niet. De zorg was bedoeld om goed te doen, maar is volkomen onderworpen aan regels. De staat heeft zijn plicht gedaan, maar de vraag of de samenleving er wat mee opschiet, blijft onbeantwoord.

‘Het zelfregulerende vermogen, de barmhartigheid, is vervangen door een staatsstelsel. Tocqueville laat zien wat er gebeurt als de staat uit zijn voegen groeit en de samenleving uiteenvalt in allemaal individuen.’

U bent niet de enige die Tocqueville op het schild heft. Baudet heeft zijn afbeelding in zijn kamer hangen, Rutte verwees naar hem, Wilders zag bij hem zijn weerzin tegen de islam bevestigd. Tocqueville als bindende factor op rechts?
‘Nou nee. Tocqueville heeft een liberalere kant, die Rutte aanspreekt. En een meer confessionele, behoudende kant. In beide gevallen is sprake van een kleine overheid en het belang van een sterke samenleving. Baudet snapt het gewoon niet. Hij is met zijn malle ideeën meer een revolutionair. Daar zie ik weinig Tocqueville in. Maar er is sprake van een algemene herwaardering, dus geen wonder dat meer mensen hem lezen.’

Volgens Tocqueville was Amerika het medicijn, omdat mensen daar zichzelf organiseerden. Soevereiniteit in eigen kring dus. Kunnen we daarnaar terug?
‘Niet alleen de grote overheid is een gevaar, ook de tirannie van de meerderheid, zoals Tocqueville dat noemde. De helft plus één is de baas. Dat is de kern van referenda. Als de meerderheid het wil, doen we het gewoon. We moeten juist meer toe naar een democratie waarin de mensen meedoen, en niet alleen stemmen. De meerderheid kan heel erg ongelijk hebben en de minderheid verdrukken. Dat is in mijn ogen geen democratie.

‘Initiatieven waarbij mensen lokale taken van de gemeenten overnemen, vind ik veel interessanter. Ze krijgen geld en kunnen zelf bepalen hoe ze een overheidstaak uitvoeren. Het is waar dat alleen nog sommige wijken dat doen en het is embryonaal. Maar ik vind dat een democratie wordt gemaakt door mensen die meedoen.’

Het kan ook uitgelegd worden als angst voor populisme: alleen de goede mensen doen mee met dat soort lokale initiatieven. Gelijkheid veronderstelt juist one man, one vote.
‘Ik zie daar juist het Amerikaanse, lokale initiatief van Tocqueville in. De staten zijn ook van onderop begonnen. De Pilgrim Fathers zijn van onderop begonnen.’

Tocqueville was een voorstander van one man, one vote.
‘Hij was gericht op personen. Hij wilde de sheriff kiezen, de burgemeester kiezen. Die hebben hun eigen verantwoordelijkheid en gaan niet elke dag referenda houden. Ik ben veel minder tegen een gekozen burgemeester dan tegen referenda. Lokale functionarissen kiezen, dat kan ik me goed voorstellen.’

U bent voor de gekozen burgemeester.
‘Ja daar ben ik voor. Ons huidige systeem is schimmig. Een geheime commissie komt met witte rook uit een zaaltje en mag verder niks zeggen. En een ministerraad die benoemt maar verder niks in te brengen heeft. Dat is het slechtste van twee werelden. Dat zou Tocqueville ook niet leuk vinden. Je moet iets anders bedenken. Hoe dat precies moet, daar gaan we open over praten.'

Dagboek van een onderhandelaar van Ed van Thijn

Een blik achter de schermen op de kabinetsformatie van 1977, die stukloopt op het wantrouwen tussen PvdA en CDA. Kabinet-Den Uyl II komt er niet, Van Agt-Wiegel even later wel.

Gelezen: ‘Toen ik beleidsmedewerker was van de CDA-fractie, in de jaren negentig.’

Aanleiding: ‘Dit is een klassieker. Nooit eerder is er door een deelnemer zo’n inkijkje gegeven in een kabinetsformatie. Het zal ook nooit meer gebeuren, om begrijpelijke redenen. Ik geef de voorkeur aan vertrouwelijkheid. Ik heb er tijdens de formatie niets over gezegd en ga het daarna ook niet opschrijven als mijn kant van het verhaal.’

Frappante passage: ‘De onderhandelaars van PvdA en CDA zitten een dag tegenover elkaar te zwijgen. Ongelooflijk. Het publiek denkt dat ze druk aan het werk zijn, maar ze zitten alleen maar te zwijgen.’

Citaat uit het boek: ‘Als Dries (van Agt, red.) terugkomt, zegt hij niets. Ik vraag of het voorstel nog aan de orde is. Dries zwijgt. De informateurs kunnen mij ook geen uitsluitsel geven. Er valt opnieuw een stilte. Deze keer wel erg lang. Na een half uur voel ik een kriebel opkomen. Een proestlach, zoals je die vroeger wel eens op school had tijdens een vervelende les, kondigt zich aan. Ik probeer me in te houden. (...) Het lukt niet. Intussen duurt de stilte voort. Het is een krankzinnige vertoning. Ik proest het uit. Ik ren de kamer uit, de gang op en brul het uit. Minutenlang. Tjeenk Willink voegt zich bij me. Midden in het gelach wordt hij verschrikkelijk kwaad. ‘Dit kan toch niet langer’, roept hij.’

Van Thijn schrijft dat het zijn ‘democratische plicht’ is om de formatie in alle openheid te schilderen.
‘Winnie Sorgdrager (ex-D66-minister van Justitie) heeft dat gedaan. Ze was niet zo’n succesvol minister en schreef daarna een boek waarin ze uitlegde dat anderen het niet goed hadden gezien. Ik heb niet de behoefte om op te schrijven dat ik weer een snedige opmerking maakte en dat daarop helaas bot werd gereageerd...’

Maar dat doet Van Thijn toch niet?
‘Het ligt er zo dik bovenop. Van Thijn lijkt zo kritisch, maar er is maar één held: Ed van Thijn. Held nummer twee is Den Uyl. Dries van Agt komt er niet bepaald goed uit. Mijn taak is om het werk te doen, niet om er een smeuïg boek over te schrijven.’

Van Thijn schrijft over het ‘Driesgevoel’. Hij kan de politicus Van Agt niet uitstaan, maar vindt hem binnenskamers ontwapenend. Was dat ook zo toen u zaken moest doen met Wilders?
‘Tijdens de zeven weken durende onderhandelingen met Geert Wilders in het Catshuis heb ik meegeschreven. Het was binnenskamers net zo moeilijk als daarbuiten. Maar ook tijdens de laatste formatie was er geen groot verschil tussen de mensen achter de schermen en in het openbaar.

‘Er zat bij Van Thijn wel een heel lange geschiedenis achter. Van Agt stond met zijn conservatisme voor alles waar progressieven een hekel aan hadden. Dan is het wennen als je er tijdens de onderhandelingen achter komt dat er ook een andere Dries is, iemand met wie je interessante gesprekken hebt.

‘De ideologische verschillen waren veel scherper dan nu. Er was wel een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid. Nu is er minder ideologie, maar spettert het allemaal naar buiten. Iedereen is bang de burger tegen zich in het harnas te jagen. Van Thijn wist dat hij van 49 naar 35 zetels kon zakken. Nu kun je als PvdA gewoon naar nul gaan. De overleving staat op het spel, dat maakt zo’n formatie moeilijker.’

Lijmen/Het been van Willem Elsschot. 

Zakenman Boorman brengt Frans Laarmans de kunst van het ‘lijmen’ bij. Hij moet het Wereldtijdschrift maar vooral luchtkastelen aan de man brengen.

Gelezen: ‘Lijmen/Het been heb ik zeker driemaal gelezen. Voor mijn leeslijst op school las ik Kaas van Elsschot. Dat was lekker dun. Daarna kreeg ik het verzameld werk, daar staan allerlei prachtige dingen in. Maar Lijmen/Het been heeft mijn speciale voorkeur. Het sjacheren, je groter voordoen dan je bent. Dat Wereldtijdschrift, de titel alleen al, bestaat helemaal niet. De oplage is zo groot als het aantal exemplaren dat de gek over wie een artikel wordt geschreven, zelf bestelt...’

Aanleiding: ‘Dit is zo’n geweldig boek. Veel mensen denken dat politieke partijen geoliede machines zijn met allerlei afdelingen en zalen. Toen ik vroeger beleidsmedewerker was, kreeg ik een brief die gericht was aan het hoofd van de afdeling vreemdelingenzaken van de CDA-fractie. Dat had iets van het Wereldtijdschrift. Al die deuren met bordjes erop van redacties, waarachter niets is. Ik was de afdeling vreemdelingenzaken, sterker, ik was de hele afdeling justitie.’

Citaat uit het boek: ‘‘Hoe heet je’, vroeg Boorman nu, waarop ik natuurlijk Laarmans antwoordde. ‘Dat gaat niet’, zei de man. ‘Neen, Laarmans is onmogelijk, vooral in een land waar de klanten zelf eenvoudig Mosselmans, Biermans en Borremans heten. Je heet voortaan Teixeira de Mattos; dat is nog eens een naam, vind je niet? Maar geen naamkaartjes laten drukken, hoor, want je moet oppassen.’

Wij dachten dat u met dit boek doelde op de grote lijmer: Mark Rutte.
(Schrikt) ‘Nee. Nee, nee. Zo bedoel ik het niet. Ik wil het niet politiek maken. Zo lees ik dit boek niet. Politiek is geen uitzonderlijke wereld. Zoals de mensen in de buitenwereld zijn, zijn ze ook hier, alleen met camera’s eromheen.’

Zou het kunnen dat u niet zo goed bent in lijmen?
‘Dat zou kunnen kloppen. Misschien dat ik daardoor het lijmen van anderen beter zie. Alleen al de dinsdagen dat iedereen hier bij elkaar komt voor het vragenuurtje. We nemen onszelf zo ontzettend serieus. Maar als je even op het trapje gaat staan en er van bovenaf naar kijkt, dan zie je gewoon een willekeurig marktplein.

‘Er even uitstappen en je eigen plek relativeren, hoe belangrijk en verantwoordelijk het werk ook is, dat helpt enorm.’

We gaan op berenjacht van Michael Rosen

Prentenboek over een gezin dat op berenjacht gaat, allerlei obstakels overwint en uiteindelijk angstig onder de dekens kruipt.

Gelezen: ‘Begin deze eeuw, toen mijn kinderen klein waren. Ik denk dat een van mijn kinderen het heeft gekregen. Ik heb het zo vaak voorgelezen, maar het ligt nu niet meer op mijn nachtkastje om door te nemen met mijn 21-jarige zoon. Of m’n 18-jarige dochter.’

Citaat: ‘Er is een terugkerend zinnetje dat me te binnen schiet, elke keer als dingen ingewikkeld zijn: ‘We kunnen niet bovenover, niet onderlangs, nee, we moeten er dwars doorheen.’’

Aanleiding: ‘Ik heb dit boek tijdens de afgelopen formatie, en ook bij fractie-overleg, weleens geciteerd. Ik geloof dat ik het zelfs in mijn tas had, al geloof ik niet dat het op tafel heeft gelegen. We hebben zoveel moeilijke keuzes gehad. Zeker tot de vorige zomer, toen het vertrouwen nog moest groeien en we de medisch-ethische paragraaf nog moesten schrijven, waren er momenten dat we dachten: hoe komen we hieruit? Dan schoot door mijn hoofd: niet bovenover, niet onderlangs, nee, we moeten er dwars doorheen.

‘Je hebt in dit vak gewoon klussen die moeilijk zijn, die je eigenlijk niet wilt, maar die je niet kunt vermijden. Op zo’n moment moet je toch je verantwoordelijkheid nemen: we moeten er dwars doorheen. Stiekem denk ik er dan bij, zoals ook in het boek staat: ‘zwieperdezwiep, plonserdeplons, struikeldestruik.’

Welke boeken inspireren Gert-Jan Segers (CU)?

Gert-Jan Segers over de boeken die hem inspireren: ‘Ik heb mijn hoogmoed moeten temmen’
Door welke boeken laten de belangrijkste politici van Nederland zich inspireren? Welke ideeënwereld gaat schuil achter de dagelijkse compromissen en vluchtige hypes? In het eerste deel van deze onregelmatig verschijnende serie: Gert-Jan Segers, politiek leider van de ChristenUnie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.