Autobiografie

Superster Will Smith weet waaraan hij zijn succes dankt: alles draait om de drie F’s

Will Smith (53) was een decennium lang de grootste trekker van Hollywood. In zijn onderhoudende autobiografie Will legt de acteur uit hoe dat zo kon komen.

Bor Beekman
Will Smith in 1995, ten tijde van de succesvolle tv-serie The Fresh Prince of Bel-Air. Beeld Getty Images
Will Smith in 1995, ten tijde van de succesvolle tv-serie The Fresh Prince of Bel-Air.Beeld Getty Images

De Drie Wijzen uit Hollywood, noemt Will Smith ze in zijn autobiografie Will. Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone en Bruce Willis.

Hij treft het drietal bij de opening van een van hun Planet Hollywood-restaurants, midden jaren negentig. En besluit om raad te vragen, te midden van het rumoer en flitslicht. Hoe kan de rappende acteur, die dan net via zijn tv-serie The Fresh Prince of Bel-Air naar de filmwereld is gepromoveerd, de grootste filmster ter wereld worden? ‘Als er één iconisch trio is dat weet hoe het moet, dan zijn jullie het!’

Schwarzenegger, wel gecharmeerd van de jonge hond die inbreekt in hun gesprek, zet de spelregels uiteen. Je bent pas een filmster als ieder mens op aarde weet wie je bent, óók buiten Amerika. Daartoe zal Smith de wereld moeten afreizen: ‘Elke hand schudden, elke baby kussen’, en zichzelf voortaan moeten beschouwen als een ‘politicus’ die meedoet aan de verkiezing van de grootste filmster. Stallone en Willis knikken: zo werkt het.

Will Smith als William ‘Will' Smith in The Fresh Prince of Bel-Air. Beeld NBCUniversal via Getty Images
Will Smith als William ‘Will' Smith in The Fresh Prince of Bel-Air.Beeld NBCUniversal via Getty Images

Feestrapper

Helemaal verguld verlaat Smith het feest: ‘Arnold had mij de sleutel gegeven, de sleutel die de komende twee decennia mijn geheime wapen zou worden.’ Voortaan zal hij de miljoenen dollars die filmmaatschappijen spenderen aan de promotie van films allereerst als promotiebudget voor zichzelf beschouwen. ‘Wat mij betreft was de film niet het product, ík was het product.’

Dit zou je cynisch kunnen noemen, of egomaan, maar de ongegeneerd zakelijke wijze waarop Smith zijn beklimming van de Hollywood-piramide beschrijft in zijn onlangs verschenen autobiografie, bezit ook iets aanstekelijks. Een oer-Amerikaans succesverhaal, waarin de held in actie komt als zijn in de jaren tachtig ontsproten faam als feestrapper dooft. En als hij inziet dat de rond hem gebouwde sitcom over een naar het rijke Los Angeles verkaste knul uit West-Philadelphia niet eindeloos kan voortduren.

Will Smith in Men in Black (1997). Beeld
Will Smith in Men in Black (1997).

Hulp is er van Smiths tourmanager en latere filmproducent JL (James Lassiter), die in Los Angeles de hobbels op het pad naar de top effent. Zo’n man die koeltjes een afpersende lokale gangster afwimpelt en ook best bereid is een televisiebaas de hersens in te slaan als die tijdens een artistiek geschil met Smith een dreigende houding aanneemt. Maar bovenal de manager die uitgebreid studie maakt van het fenomeen Hollywood-blockbuster, om zo te kunnen bepalen welk gereedschap benodigd is voor de gewenste filmsterrenstatus van zijn werkgever Smith, die zelf nog niet verder komt dan de opmerking dat hij een soort ‘Eddie Murphy in Star Wars’ wil zijn. De drie F’s, daar blijkt het om te gaan: filmsterren moeten kunnen vechten (fight), grappig zijn (funny) en goed zijn in seks (‘de derde F’, aldus Smith).

JL weet Smith ervan te overtuigen dat hij de voor diens neus bungelende tien miljoen dollar voor een rol in de gangsterfilm 8 Heads in a Duffel Bag moet weigeren: ‘Tom Cruise zou deze rol niet aannemen.’ Hij adviseert hem te kiezen voor de (relatief) minder riant betaalde rol, à driehonderdduizend dollar, in de verfilming van het toneelstuk Six Degrees of Seperation. Want deze rol, als de charmante oplichter Paul, die binnendringt in het leven van een rijk stel, zou hem als serieus acteur op de kaart kunnen zetten – wat ook zo uitpakt. Smith leeft zich zo in voor zijn rol, dat hij deze ‘Paul’ al method-acterend ook meeneemt naar huis, wat hem zijn eerste huwelijk kost: ‘Ik kon Paul niet meer uitzetten.’

Will Smith in The Pursuit of Happyness (2007). Beeld
Will Smith in The Pursuit of Happyness (2007).

Dumbo-oren

Daarna is het regisseur Michael Bay die Smith voorgoed ontdoet van zijn oude imago – de slungelig grijnzende knul met Dumbo-oren – door de acteur in de misdaadkomedie Bad Boys met ontblote (en afgetrainde) tors door het beeld te laten sprinten, iets wat Smith aanvankelijk niet ziet zitten. Dat verandert als hij later stilletjes de bioscoop inglipt en reacties van het vrouwelijk publiek peilt: ‘Nu was ik een seksobject. Heerlijk.’

En dan is Smith helemaal toegerust voor wat hij in Will zijn ‘absolute, onvervalste, vlekkeloze reis door de entertainmentindustrie’ noemt. Hij beleeft het ene na het andere kolossale succes als ‘leading man’: Independence Day, Men in Black, Enemy of the State, Ali, I, Robot, The Pursuit of Happyness, I Am Legend, en al die vervolgdelen van Bad Boys en Men in Black. Zeker tien jaar lang is hij de best verkopende ster, met als enige beoordelingsfoutje dat hij eind jaren negentig de hoofdrol in The Matrix afwijst om te kunnen optreden in de alom bespotte onzinwestern Wild Wild West.

Will Smith in Ali (2001). Beeld
Will Smith in Ali (2001).

De wordingsgeschiedenis leest het lekkerst weg in Will. Zoals de pagina’s lange beschrijving van een avond bij Quincy Jones, die zijn protegé leert dat je in Hollywood nooit iets moet uitstellen: de eerste contracten voor The Fresh Prince worden diezelfde avond nog in de buiten wachtende limousines opgesteld, door prompt ingeschakelde juristen. Of het verslag van zijn eerste tournees als rapper met dj-wereldkampioen en kompaan Jazzy Jeff, toen rap nog niet salonfähig was. Plus het onvermijdelijke vervolg voor bijna iedere jong doorgebroken muzikant: ‘vergeten’ belasting te betalen, platzak en drie miljoen dollar schuld bij de staat.

Ook de jeugdjaren worden levendig beschreven: de vormende, ambigue relatie van Smith met zijn op straat in Philadelphia geharde vader. ‘Daddio’, de selfmade ondernemer die hij verafgoodt, om de discipline die hij zijn kinderen bijbracht. En die hij ook vervloekt, omwille van de drankzucht en het huiselijk geweld, dat zich vooral richtte tegen Smiths moeder. Dat hij zijn moeder als jongetje niet kon beschermen, vormt een terugkerend motief in het boek: Smith acht zichzelf ten diepste een zwakkeling en lafaard. Wat hem wél een beter acteur maakte, redeneert de verteller: ‘Angsten scheppen verlangens, en verlangens leiden tot handelingen, die de bouwstenen vormen van geweldige filmpersonages.’

Will Smith en Eva Mendes in Hitch (2005). Beeld
Will Smith en Eva Mendes in Hitch (2005).

Voor zijn autobiografie ging Smith in zee met zelfhulpauteur Mark Manson, onder meer bekend van zijn bestseller The Subtle Art of Not Giving a F*ck. Geen toevallige keuze: de acteur spiegelt zijn leven voortdurend aan allerlei inspirerende boeken, van De zeven eigenschappen van effectief leiderschap tot Paulo Coelho’s esoterische roman De alchemist. Dat komt de leeswaardigheid van sommige passages niet per se ten goede, zoals Smiths opgedane inzichten na een dozijn of wat ayahuascaceremonies ook niet al te wereldschokkend zijn: ‘Ik begin te snikken en de loutering begint – een leven vol onzekerheid, twijfel aan mezelf en onvolkomenheden golft met veel geweld uit me.’

Veel aandacht is er ook voor zijn huwelijk met Jada Pinkett, collega-acteur en krachtige persoonlijkheid, en hun aan hun eigen zang-, model- en acteercarrières timmerende sterrenkinderen Jayden en Willow. Zoals dat gaat belandt het onderwerp, inmiddels een prille vijftiger, in de derde akte van zijn autobiografie ‘klem in de gemene kaken van een anaconda van een midlifecrisis’.

Maar ook dan weet Smith een remedie: bungeejumpen uit een helikopter.

Will Smith in King Richard (2021).  Beeld
Will Smith in King Richard (2021).

Will Smith, Mark Manson: Will

Uit het Engels vertaald door Annemie de Vries, Annoesjka Oostindiër, Louise Koopman en Miebeth van Horn. Uitgeverij Nieuw Amsterdam; 431 pagina’s; € 22,99.

Will  Beeld
Will

Tegelijk met de publicatie van Will Smiths autobiografie Will verschijnt in de Verenigde Staten King Richard in de bioscopen, de speelfilm over de strikte en volhardende vader en coach van de tenniszussen Venus en Serena Williams. Met Will Smith als Richard Williams. In Nederland is de release uitgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden