Superieur en zwierig fluitist

De fluitist Jean-Pierre Rampal was al ruim een decennium niet meer actief op het grote podium. Toch zal het nieuws van zijn overlijden - Rampal stierf zaterdag in Parijs aan een hartaanval, 78 jaar oud - bij veel muziekliefhebbers herinneringen wekken alsof ze hem gisteren nog hebben horen spelen....

MET ZIJN gesoigneerde maar indringende toon, zijn speelse rubato en immer hoorbare lust tot musiceren was Rampal als het ware de belichaming van het naoorlogse fluitspel. Uitgerust met een superieure, soms weinig stijlgetrouwe musiceertrant, die niet alleen kon charmeren maar sommigen ook op de zenuwen kon werken, verkende Rampal behalve het romantische fluitrepertoire ook veel nieuwe stukken. Hij kon bovendien gelden als een herontdekker van de barok.

Rampal bracht muziek in première van Poulenc, Ibert, Jolivet, Maurice Ohana en Penderecki. Even onvermoeibaar was Rampal in het opdiepen van (toen nog) onbekende muziek uit de achttiende eeuw, wat hij vaak deed in het gezelschap van de clavecinist Robert Veyron-Lacroix, of met het Ensemble Baroque de Paris dat hij in 1952 oprichtte. Het musiceerde op moderne instrumenten.

Rampal werd in 1922 in Marseille geboren als zoon van een fluitleraar en een harpiste - een 'arcadische' instrumentencombinatie, zoals door Mozart ingezet in diens bekende concert KV 299. De jonge Rampal besloot eerst tot een medicijnenstudie, maar kwam daarvan terug. Hij schreef zich in 1943 in aan Parijse Conservatoire, en studeerde na korte tijd af met een eerste prijs.

Rampal werd fluitist in de Opéra van Vichy, verhuisde later naar het orkest van de Parijse Opéra, maar bleef tussen de diensten door niet stil zitten. Hij had zijn eigen barokensemble, en richtte vroeg in de jaren vijftig het Frans Blaaskwintet op.

Rampal concerteerde met musici als de cellist Rostropovich en de violist Isaac Stern, en zoals Rostropovich 'de' cellist was van zijn tijd, Rubinstein 'de' pianist en Dietrich Fischer-Dieskau 'de' bas-bariton, zo werd Rampal 'de' fluitist. Een man die met een massief gouden fluit over de aardbol reisde, en invloed had op talloze leerlingen. Rampals techniek en uitstraling deden welhaast geloven (ten onrechte) dat het fluitspel een geheel Franse uitvinding was, exclusief gerelateerd aan saloncultuur, Versailles-tuinen en het impressionisme.

Tot de talloze composities die Rampal uitvoerde op de plaat, hoort Debussy's Syrinx voor fluit-solo.

De zwier waarmee hij ritmiek en speelaanwijzingen aan zijn laars lapte, zou hem aan een Nederlands conservatorium anno 2000 waarschijnlijk doen zakken. Maar de bekoring die ervan uitgaat is groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden