Supergrass roept de sixties terug

Steven Spielberg zag het al helemaal voor zich. Een tv-serie rond die geinige Engelse band, die de ene na de andere hit uit de mouw leek te schudden....

Gert van Veen

Drie goedlachse cartoonfiguren, met als blikvanger zanger-gitarist Gaz Coombes, die met zijn halflange haar en bovenmaatse bakkebaarden zo kon doorgaan voor een sixties-ster. En dan de muziek: korte, makkelijk in het gehoor liggende popsongs met kop, staart en pakkend refrein - geheel in de beste jaren zestig-traditie.

Maar Supergrass bedankte voor de eer om te figureren in een volgend Spielberg-project, had serieuzere plannen dan om de geschiedenis in te gaan als tweedimensionale striphelden. Het deze herfst verschenen derde album Supergrass is een eerste voorzichtige stap in de richting van wat meer diepgang in het songmateriaal, maar het blijft bij een halfhartige poging. De eerste (hit)single van die plaat, het in het voorjaar verschenen Pumping on your stereo is toch weer zo'n echte meezing-stamper, terwijl de hilarische video-clip (afkomstig uit de studio van Jim Henson) de bandleden toont als grappige Muppets met onwaarschijnlijk lange ledematen.

Tijdens het eenmalige Nederlandse concert, maandag in Vredenburg, was Stereo de toegift: een geheide uitsmijter, die het voor het podium opeengeperste publiek even omtoverde in een op en neer jumpende massa. Zulke momenten vormen de rode draad van een Supergrass-optreden: het uitgelaten gestuiter wanneer de band een van zijn vele hits speelt, zoals Alright, Sun hits the sky of de nieuwe single Mary.

In de benedenring was het dringen, hoewel Vredenburg niet helemaal uitverkocht was. Wel is Supergrass anno 1999 een maatje te groot voor Paradiso of de Melkweg. Daarmee is ze een van de zeldzame Britpop-bands, die het verder heeft geschopt dan optreden in Amsterdam. De Nederlandse populariteit is overigens nog niets vergeleken bij die in Engeland, waar de groep als een van de weinigen overeind bleef na het instorten van de Britpop-rage.

Supergrass heeft ook al lang bewezen meer te zijn dan een eendagsvlieg. Het trio beschikt nu eenmaal over te veel troeven. Live is het een hechte, zelfverzekerde band, met frontman Coombes als solide zanger-gitarist, wiens scherpe stem (vaak tweestemmig met bassist Mick Quinn) makkelijk overeind blijft in de rockende arrangementen.

Bovendien zit er nog steeds progressie in zijn composities. Dat werd nog het beste duidelijk in het nummer waarmee het concert opende, Moving. Het gegeven van dromerige rusteloosheid is verpakt in een prachtige song, de beste die Supergrass tot nu toe maakte. En van al het nieuwe werk is het ook de track die laat horen waartoe de groep steeds beter in staat lijkt te zijn: de sixties-sound op een overtuigende manier te vertalen naar het hier en nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden