BoekrecensieA Life

Succesvol Hollywood-komedieregisseur Mike Nichols had timing tot kunst verheven

Tijdens de Hollywood Renaissance was regisseur Mike Nichols de juiste man op de juiste plek. Hij maakte glansrijk carrière met klassiekers als Who’s Afraid of Virginia Woolf en The Graduate. Een pas verschenen biografie maakt duidelijk waarom de regisseur zo geliefd was.

Mike Nichols in het decor van het door hem geregisseerde toneelstuk ‘Streamers’, in 1976. Beeld Getty
Mike Nichols in het decor van het door hem geregisseerde toneelstuk ‘Streamers’, in 1976.Beeld Getty

Toen Mike Nichols in 2014 overleed, 83 jaar oud, stortte het nieuws de Amerikaanse film- en theaterwereld in diepe rouw. Nichols was ongelooflijk geliefd en leek de hele wereld – vooral het beroemde deel – te kennen. Iedereen in Hollywood en op Broadway wist wel een charmante anekdote over hem te vertellen. Zijn herdenkingsbijeenkomst werd door zo veel beroemdheden bezocht, dat zelfs de grootste sterren met ontzag om zich heen keken.

Het was een passende afsluiting van een uitzonderlijk geslaagd leven. Nichols begon zijn carrière als filmregisseur met twee enorme successen: Who’s Afraid of Virginia Woolf (1966, met Elizabeth Taylor en Richard Burton) en The Graduate (1967, met een toen nog onbekende Dustin Hoffman). Later volgden intelligente publiekstrekkers als Silkwood (1983), Postcards from the Edge (1990), Heartburn (1986), Primary Colors (1998) en Closer (2004). Daarnaast verzamelde hij aan de lopende band Tony Awards, de belangrijkste Amerikaanse toneelprijs. Zijn laatste, de negende, kreeg hij op 80-jarige leeftijd voor zijn regie van Arthur Millers toneelstuk Death of a Salesman.

Heartburn (1986), met Meryl Streep en Jack Nicholson. Beeld
Heartburn (1986), met Meryl Streep en Jack Nicholson.

Toch heeft de vorige maand verschenen biografie die Mark Harris over Nichols schreef, een bescheiden ondertitel: A Life. Alsof het zomaar een leven was. Een leven dat ook heel anders had kunnen uitpakken. Het blijkt het niet expliciet benoemde thema van Harris’ boek: Nichols was zeer getalenteerd, maar al dat talent had zich niet kunnen bewijzen zonder een flinke dosis geluk en toeval. Opvallend vaak was hij op het juiste moment op de juiste plek. Timing, zou je kunnen zeggen, was Nichols’ grootste talent, ook in zijn werk als regisseur.

Het begon ermee dat hij in 1939 als 7-jarig Joods jongetje uit Duitsland vertrok. Zijn ouders hadden familie in de Verenigde Staten (Albert Einstein was een volle neef), waardoor ze als vluchtelingen werden toegelaten. Nichols, geboren in Berlijn als Michael Igor Peschkowsky, zou er een leven lang mee blijven worstelen. Waarom had juist hij de oorlog overleefd? Waar had hij dat geluk aan te danken?

Nichols maakte de overtocht per boot met zijn broertje, zonder zijn ouders. Zijn vader, een arts, was al eerder gearriveerd in New York (waar hij de familienaam had gewijzigd: ‘Als ik klaar was met het spellen van Peschkowsky lag mijn patiënt al in het ziekenhuis’) en zijn zieke moeder kon pas later komen. Door een allergische reactie, een paar jaar eerder, was de jonge Nichols volledig kaal. Zijn haargroei kwam nooit meer terug; altijd was hij ’s ochtends en ’s avonds met haarstukjes en opplakwenkbrauwen in de weer. Ook dat tekende hem.

Als kind en puber was Nichols een buitenbeentje, hij werd gepest vanwege zijn accent en zijn kaalheid. Ook thuis was het geen feest: zijn vader overleed al vroeg, zijn moeder bleef ziekelijk. Pas in zijn studietijd vond hij een groep zielsverwanten en kon hij laten zien wat hij waard was. Nichols was slim en gevat, met een sardonisch gevoel voor humor. Bij een theatergroep in Chicago ontmoette hij Elaine May, die nog veel scherper was. Aan het eind van de jaren vijftig vormden Nichols en May een komisch duo dat in razend tempo populair werd.

Nichols bleek in de wieg gelegd voor een bestaan als beroemdheid. Hij wentelde zich al snel in de bijbehorende rijkdom en het uitputtende sociale leven. Hij verzamelde moderne kunst, fokte Arabische renpaarden en lunchte met iedereen die ertoe deed – van Picasso tot John F. Kennedy’s weduwe Jackie, met wie hij volgens de roddelpers een verhouding had.

Nichols wist ook precies hoe hij zijn relaties kon inzetten. Toen de katholieke filmkeuring dreigde in te grijpen bij zijn eerste speelfilm Who’s Afraid of Virginia Woolf, omdat er zo veel in gevloekt werd, vroeg hij Jackie Kennedy om bij de vertoning voor de katholieke juryleden aanwezig te zijn. Geheel volgens script stond Jackie na afloop op en zei duidelijk hoorbaar: ‘Wat een prachtige film. Mijn man zou ervan hebben genoten.’ Censuur bleef uit.

Who’s Afraid of Virginia Woolf (1967). Beeld
Who’s Afraid of Virginia Woolf (1967).

Naast succes waren er diepe dalen, beschrijft Harris in Mike Nichols: A Life. Nadat Nichols had gebroken met Elaine May volgde een eerste depressie, tot hij zijn niche vond als regisseur van vlammende, komische toneelstukken, of dat nu voor het theater was of als filmmaker. Niemand wist zijn acteurs beter te begeleiden naar de bevrijdende lach van het publiek. Authenticiteit was de sleutel – naast timing, natuurlijk. Toch ging het lang niet altijd goed: er waren afgebroken projecten, ruzies, commerciële flops als de malle dolfijnenthriller The Day of the Dolphin (1973) en ondergewaardeerde films als de boekverfilming Catch-22 (1970).

Mark Harris, een ervaren filmjournalist die door zijn huwelijk met toneelschrijver Tony Kushner deel uitmaakte van Nichols’ kennissenkring (in 2003 regisseerde Nichols de dramaserie Angels in America, naar het stuk van Kushner), maakte flink werk van Mike Nichols: A Life. Naast het gangbare bronnenonderzoek interviewde hij honderden bekenden. Al die getuigenissen weet hij om te vormen tot een indrukwekkend complete, zeer leesbare en onderhoudende biografie. Daarin houdt hij oog voor Nichols’ slechte kanten: zijn opvliegende karakter, decadente trekjes en vlijmscherpe tong.

null Beeld

De meeste acteurs bleven ondanks zijn woedeaanvallen graag met hem werken. Nichols strikte Hollywoodsterren voor Broadway en vice versa; hij had kijk op talent en was een vroege promotor van acteurs als Robert Redford, Jack Nicholson, Dustin Hoffman en Meryl Streep. Daarnaast was hij bereid zijn fouten toe te geven en tolereerde hij doorgaans ook het slechte gedrag van anderen.

Zo had hij veel begrip voor drank- en drugsmisbruik. Harris’ boek staat vol pijnlijke anekdotes over verslaafde acteurs, van vermaarde drinkers als Richard Burton en George C. Scott (die soms dagenlang spoorloos verdween) tot het wijdverbreide cocaïnegebruik op filmsets in de jaren tachtig en negentig. Zelf worstelde Nichols er ook mee. Een tijdlang gebruikte hij crack. Eind jaren tachtig raakte hij verslaafd aan het kalmeringsmiddel Halcion, dat hem paranoïde en suïcidaal maakte.

Altijd was er wel weer een vriend die hem opraapte, een ontmoeting die kansen bood, een financiële voltreffer (zoals zijn verbondenheid aan de hitmusical Annie) of een nieuwe aanbieding. Met behulp van therapie verzoende Nichols zich uiteindelijk met zijn fortuin: zijn schuldgevoel, zelfhaat en de daarmee samenhangende boosheid namen af.

Geen wonder dat hij zo geliefd was, denk je aan het eind van deze biografie, want zelf ga je onvermijdelijk ook een beetje van hem houden. Dat is knap werk van Harris, die toch echt veel vuile was buiten hangt en zijn eigen oordeel netjes in het midden laat. Ook een buitengewoon mens met een bijzonder leven is maar een mens, maakt Mike Nichols: A Life duidelijk.

Mark Harris: Mike Nichols: A Life.
Penguin Press; 688 pagina’s; ca. € 29,-

Beeld uit Charlie Wilson’s War (2007), met Tom Hanks en Julia Roberts. Beeld
Beeld uit Charlie Wilson’s War (2007), met Tom Hanks en Julia Roberts.

Kijktips voor thuis

In veertig jaar tijd maakte Mike Nichols, die ook altijd actief bleef als toneelregisseur, twintig speelfilms. Daarvan is op dit moment ongeveer de helft online te huur of te koop via platforms als Google Play, YouTube of Prime Video. Onbetwiste klassiekers als Who’s Afraid of Virginia Woolf en The Graduate, waarin Dustin Hoffman als jonge student wordt verleid door Anne Bancroft, blijven het (her)kijken waard, maar ook Nichols’ minder succesvolle films zijn vaak bijzonder. Zo werd Catch-22, zijn verfilming van de gelijknamige roman van Joseph Heller, algemeen beschouwd als een mislukking. Vijftig jaar later blijkt de zwartgallige komedie helemaal niet slecht: vooral het sterke spel van hoofdrolspeler Alan Arkin, de grimmige sfeer en het bijzondere camerawerk vallen op. Cameraman David Watkin wilde maar een paar uur per dag filmen, zo blijkt uit de biografie van Mike Nichols; alleen dan vond hij het licht goed genoeg. Het vertraagde de productie van de film enorm, maar levert wel fraaie beelden op.

Ook een aanrader is Nichols’ laatste film, Charlie Wilson’s War, over een Democratisch congreslid dat in de jaren tachtig een geheime wapenoperatie optuigde in Afghanistan – een succesvolle slag in de Koude Oorlog die als een boemerang bij de Amerikanen terugkeerde. Grotendeels waargebeurd, dit bizarre verhaal waarin Nichols zijn uitzonderlijke talent als komedieregisseur weer eens bewees: zie vooral de scènes waarin badwater voorkomt. En die met open- en dichtslaande deuren.

Elaine May

Vanaf 1959 vormde Mike Nichols een uiterst succesvol komisch duo met Elaine May. Na een paar jaar gingen ze uit elkaar, maar May verdween nooit helemaal uit Nichols’ leven. Ze schreef onder meer het scenario van de door hem geregisseerde politieke satire Primary Colors en de komedie The Birdcage. Zelf regisseerde May in de jaren zeventig een aantal succesvolle films, maar na de beruchte flop Ishtar richtte ze zich op schrijven en acteren. Anderhalf jaar geleden dook in The Guardian het verrassende gerucht op dat May, op dat moment 87 jaar oud, werkt aan een comeback als regisseur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden