Boeken Recensie

Succesmythes van de literatuur ★★☆☆☆

Om van succes verzekerd te zijn, voegen schrijvers zich naar de wetten van de mediacultuur en dat gaat ten koste van vernieuwing in de literatuur, volgens Sander Bax. Daar valt wat op af te dingen.

Sander Bax: De literatuur draait door – De schrijver in het mediatijdperk.

‘De enige bestseller, dat ben ik.’ Zo, daar had de schrijver de tijdgeest mooi te pakken. Of, zoals hij in een ander interview zei: ‘Ik schilder, ik schrijf, maar publiciteit is m’n hobby.’ Wat hij maar zeggen wilde: een béétje schrijver bespeelt de media, televisie voorop. Anders kun je het wel schudden met je prachtboek. In al die interviews draait het natuurlijk niet om het boek, maar om de persoon. Pak aan, praatprogramma’s met je eendimensionale belangstelling voor ‘literatuur’.

Die schrijver was Jan Cremer. Hij had het niet over Jinek of DWDD, want hij zei het (tegen interviewer Bibeb) in 1965. Ook toen al was kennelijk de schrijver zelf zijn belangrijkste merk, meer dan diens werk.

Over twee weken begint de Boekenweek en wemelt het weer van de schrijvers in de media; we weten allemaal hoe dat eruit ziet. Niet wezenlijk anders dan literatuurcriticus Michaël Zeeman in 1998 al zei in Het Parool (en hij was bepaald de eerste niet): ‘De talkshowmeester nodigt schrijvers uit die lekker kunnen babbelen over tal van persoonlijke zaken’, schetste hij, onder verwijzing naar ‘jongens als Zwagerman, Giphart en Grunberg die altijd een paar stevige, makkelijk monteerbare bon mots in huis hebben, een leuke anekdote, dan wel beschikken over een aandoenlijke jeugdige uitstraling’. En: ‘De talkshowmeester laat het betreffende boek lezen door een lid van de redactie en opent het gesprek steevast met de bekentenis dat het boek hem of haar ‘zeer heeft ontroerd’. Na zoveel vleierij laat de auteur zich niet onbetuigd en voldoet bereidwillig aan de verwachtingen van de naar persoonlijke belevenissen en ontroerende anekdotes hunkerende talkshowmeester.’

Dat was in de vorige eeuw. Toch is de ongemakkelijke verhouding tussen schrijvers en televisie nog altijd voer voor literatuurwetenschappers. Onder de tweeledige titel De literatuur draait door  tracht Sander Bax – universitair hoofddocent literatuurwetenschappen in Tilburg – de vinger te leggen op ‘het schrijverschap in de 21ste eeuw in de mediacultuur’.

Als dat maar goed gaat.

Niet helemaal. Bax maakt een uitvoerige analyse van een aantal schrijvers en boeken die hun weg vonden door de media. Kluun, Koch, Saskia Noort en Connie Palmen noemt hij. De autobiografische werken van Griet Op de Beeck en A.F.Th. van der Heijden. Allemaal tekenen des tijds, volgens Bax. Want al deze succesauteurs hielden zich – heel slim – aan de wetten van de  mediacultuur. Die dicteren, volgens hem: ‘Iemand die aandacht wil in de massamedia, dient een ‘succesmythe’ op te bouwen’. Succes versterkt zichzelf: het leidt tot meer uitnodigingen voor praattafels en interviews. In die gesprekken draait het om ‘authenticiteit’, ‘intimiteit’ en ‘echtheid’, aldus Bax. Het autobiografische dus. Tot slot dient de succesauteur ‘de taal van de media’ te hanteren, zowel in het boek als aan tafel.

Is dat erg? Bax vindt van wel, want zo dreigt ‘taalkritische, vormvernieuwende literatuur’ (zeg maar: ‘moeilijke boeken’) te verdwijnen.

De casussen die Bax onderzoekt, dienen ter illustratie. Zo koos Ilja Leonard Pfeijffer volgens hem ‘zorgvuldig en bewust’ de Italiaanse stad Genua als domicilie, om haar te vereeuwigen in zijn roman La Superba en vervolgens ook nog eens het brievenboek Brieven uit Genua te publiceren.

Het klinkt als een uitgekiende mediastrategie (Bax spreekt zelfs van een ‘Genua-mythe’): Pfeijffer verhuisde alleen maar naar Italië om de verkoop van zijn boeken op te stuwen. Zou het echt?

Bax gaat ver om zijn voorbeelden te laten passen in zijn theorie. Met de publieke botsing tussen de geëngageerde intellectuelen Anil Ramdas en Joost Zwagerman kwam  ‘schrijnend aan het licht welke prijs de schrijver moet betalen voor het bestaan als publieke figuur in de mediacultuur van de eenentwintigste eeuw’. De casus-Ramdas legde volgens hem ‘vooral de destructieve krachten bloot die werkzaam zijn in onze contemporaine mediacultuur’. Beide auteurs gingen heel ver, door ‘veel van hun intiemste gevoelens met velen te delen. Zoals ook hun publiekelijk aangekondigde dood.’

Bax: ‘Het is de ironie van de geschiedenis dat de twee hoofdpersonen uit de polemiek van 2010 in de jaren erna allebei om het leven kwamen door zelfdoding.’ Los van dat weinig fijngevoelige ‘ironie’: suggereert Bax hier nu dat hun zelfgekozen dood mede het gevolg was van ‘de destructieve krachten’ in onze mediacultuur?

Bax bezigt het hermetisch proza dat literatuurwetenschap soms onverteerbaar maakt. Het gaat over ‘discursieve regels’, over ‘de spanning tussen de niet-literaire interventie in het publieke debat en de literaire interventie die de maatschappelijke problematiek uit de publieke ruimte wil belichamen.’ Over ‘het spel dat in de literaire tekst gespeeld wordt met de tekens van fictionaliteit en referentie in de media’.

Toe maar.

Het probleem van dit boek: bij alle voorbeelden die Bax noemt zijn ook voorbeelden te geven van boeken of schrijvers die het tegenovergestelde aantonen. Hoe is met zijn theorie bijvoorbeeld het succes te verklaren van sommige ‘vergeten schrijvers’, zoals enige jaren geleden Stoner van John Williams? De auteur overleed in 1994, dus je kunt moeilijk beweren dat hij zijn succes te danken had aan pasklare optredens in de media. Hooguit kun je vaststellen dat het boek decennia na verschijning handig werd ‘neergezet’ door de uitgever, maar dat zou nooit succesvol geweest zijn wanneer de roman niet ook een snaar raakte.

Hetzelfde geldt voor James Salter, in 2013 succesvol met Alles wat is. Onverklaarbaar ook met de wetten van Bax: de hype rond de mediaschuwe Murakami. De dagboeken van Hendrik Groen, waarvan lang onbekend bleef wie achter het pseudoniem school.

Buitenlandse auteurs voeren de top-60 aan, maar vallen uiteraard buiten de orde van Bax. De acht bergen van de Italiaan Paolo Cognetti domineerde maandenlang de verkooplijsten. Niet omdat de auteur zo braafjes bij Jinek zat. Ja, de roman werd in DWDD uitgeroepen tot ‘Boek van de maand’, maar stond toen al in de toplijst.

Bovendien: de aanprijzing ‘Boek van de maand’ is geen garantie voor succes. Het zogeheten ‘DWDD-effect’ bestaat, de bloemlezing met gedichten van Levi Weemoedt was vermoedelijk niet zo’n succes geworden wanneer DWDD er niet tweemaal zeer welwillend aandacht aan had besteed. Maar bij lange na niet alle titels die het panel van boekhandelaren uitkoos, werden hits. De ontembare van Guillermo Arriaga: ‘Boek van de maand’ in december vorig jaar, maar niet één week hoger gekomen dan plaats 45 van de verkooplijsten.

Typische televisieschrijvers zijn ongeveer zo oud als het medium. Bomans en Carmiggelt waren de eerste succesvolle: hun verschijnen op tv in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw deed wonderen voor hun bekendheid en daarmee voor de verkoop van hun werk.

Geen betere mediastrateeg dan de droogkomische televisieversie van Gerard Reve, tevens medewerker van het satirische en spraakmakende Zo is het toevallig ook nog eens een keer.

Later was Sonja (Barend) op zaterdag goed voor kassuccessen. Schrijvers die op zondagavond te gast waren bij Adriaan van Dis waren de dagen daarna uitverkocht. Annie Cohen-Solal (met die vuistdikke Sartre-biografie die ‘iedereen’ plots op tafel moest hebben liggen) kan ervan meepraten. Frans Pointl. Connie Palmens lancering (in kranten en bij Van Dis) leidde tot een oermediale aardschok die – met de grachtengordel als epicentrum – de hele natie deed trillen.

De boekenmolen is allang een goed geoliede carrousel. De auteur van het gemiddelde boek maakt rond het verschijnen grofweg een mediatournette die voert langs één talkshow op tv, een uurtje Kunststof Radio, Met het oog op morgen, of op zaterdagochtend Nieuwsweekend op Radio 1, en een of meer interviews in een glossy of weekendmagazine. Alleen de grote namen of zeer urgente onderwerpen kunnen zich aan die zorgvuldig uitonderhandelde weg (alle media eisen ‘de primeur’) onttrekken.

Televisie vergt een rol, een houding of een pose. Welke tv-kijker weet dat de zelfgekroonde befkoning Brusselmans ook boeken (tussenstand: rond de 75) heeft geschreven? Bart Chabot is voor velen bekender van tv-spelletjes dan als dichter. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.

De debutant die het een béétje leuk doet op camera, is op tv al snel tafelheer, -dame, -mens, zit in spelletjes, presenteert zelf, schrijft columns in een dagblad of glossy – en liefst dit alles tegelijk. Schrijver zijn is zo al snel een drukke business, waarbij alleen het schrijven er een beetje bij inschiet.

Het is een illusie dat een stevig, inhoudelijk boekenprogramma met ‘moeilijke’ schrijvers de literatuurverkoop bevordert. Het ideale boekenprogramma bestaat niet, het meest inhoudelijke (VPRO’s Boeken) trekt grofweg zo’n 120 duizend kijkers. Nooit is zo’n programma de beste reclame voor schrijvers of boeken gebleken, vrijwel altijd waren dat de algemene, Sonja Barend-achtige praatprogramma’s.

Het fascinerende aan die machinerie is dat succes geen kant-en-klaarproduct is. Er bestaat geen recept voor. Gelukkig maar, anders zou literatuur een fabricaat worden, een invuloefening. Succes (gemeten in verkoop) blijft altijd een tombola, waar het lot en nog een paar grillige factoren het resultaat bepalen. Kwaliteit helpt, pr eveneens, maar het is geen garantie. Er vallen goede boeken over de rand, mindere worden soms een succes. Er vallen schrijvers ten onrechte buiten de boot. De VPRO Gids noemde vorige week M.M. Schoenmakers, over wiens recente roman De vlucht van Gilles Speksneijder te weinig is gesproken. Oorzaak: ‘Schoenmakers is geen mediagenieke schrijver. Het meest recente interview met hem dateert uit 1994.’ Dat is sneu. Maar valt hiermee een ‘taalkritische, vormvernieuwende’ roman overboord? Bovendien: er worden ook genoeg boeken op waarde geschat. Met recensies in krant en tijdschrift, met panels, met prijzen.

Bax doet in zijn verhandeling alsof in de 21ste eeuw iets fundamenteel is veranderd. De trend die hij signaleert bestaat, maar die begon niet op 1 januari 2000, maar decennia daarvoor.

Dat weerhoudt hem niet van somberen, al meandert zijn stelligheid. Over de toekomst van de literatuur zegt hij: ‘Dan zou het zomaar eens kunnen zijn’ dat ‘de basispremissen van de modernistische (of ‘autonome’) literatuur van de twintigste eeuw uit beeld gaan verdwijnen’.

‘Zou zomaar eens kunnen’. Het zou ook zomaar eens kunnen van niet, want het is geen stelling, maar een veronderstelling zonder bewijs. Verderop is Bax ineens beslister over ‘een verlies’, evenmin met enige argumentatie: ‘Als literatuur zich steeds meer gaat aanpassen aan de wetten en regels van de mediacultuur’, schrijft Bax, ‘dan zal dat onvermijdelijk leiden tot een verdere isolatie van het literaire experiment.’ Ook verdwijnt dan ‘de maatschappijkritische functie van literatuur’. Wat eerst zomaar eens zou kunnen, is nu ineens al ‘onvermijdelijk’.

Had de uitgever in de aankondiging trouwens niet beloofd dat Bax ondanks al het gesomber over de dood van de literatuur ‘vooral ook een hoopgevend perspectief’ zou geven? Dat is ver te zoeken. Pas helemaal aan het slot, na 350 pagina’s vol sluimerende somberte, sluit hij af met welgeteld twee alinea’s waarin die pessimistische kijk ineens ‘iets al te gemakkelijks’ heeft. Ineens ‘zou je ook kunnen zeggen dat de literatuur in de mediacultuur aan het begin van de eenentwintigste eeuw zelfs een heel vitale rol speelt’. Dat het ‘allerminst stil is geworden rond literatuur’. Plots moeten we ‘onder de indruk raken van de vitaliteit waarmee sommige schrijvers het ingewikkelde spel spelen dat hoort bij een gemediatiseerd bestaan’.

Het lijkt erop dat de sombere Bax koste wat kost geen pessimistisch boek mocht afleveren en er tegen wil en dank die alinea’s heeft uitgeperst, om een ‘succesmythe’ te suggereren. Het zal toch niet een behaagziek ideetje van zijn uitgever zijn geweest?

Sander Bax: De literatuur draait door – De schrijver in het mediatijdperk

Non-fictie. 

Prometheus; 352 pagina’s; € 25,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden