Sublieme videokunst zonder grenscontrole

Noem het een soort Schengen-verdrag: tussen film, video en beeldende kunst is geen grenscontrole meer. Een nieuwe generatie kunstenaars beweegt zich vrijelijk van het ene naar het andere gebied. Resultaat: sublieme schoonheid.

Weisser Zwerg (2016).Beeld Felix Burger

Een beter woord dan 'film- en videokunst': iemand een suggestie? De filmcamera en celluloidrollen zijn historie, 'video' stamt nog uit de tijd van magneetbanden. In de tentoonstelling Close-UP - a new generation of film and video artists in the Netherlands, die morgen opent in het Amsterdamse filmmuseum EYE, wordt duidelijk dat je hooguit van kunst 'met bewegend beeld' kunt spreken. Want dat is de enige gemene deler in deze kunst van de afgelopen tien jaar: dat het beeld beweegt.

EYE-conservator Jaap Guldemond houdt zich al lang bezig met dit genre: in 1999 maakte hij de tentoonstelling Cinéma Cinéma in het Eindhovense Van Abbemuseum. Toen werd de voorheen strikte waterscheiding tussen videokunst en bioscoopfilm voorzichtig opgeheven. De zwaar theoretische inslag van die expositie, waarbij filmtaal gedeconstrueerd diende te worden voordat er iets nieuws mee gedaan werd, weerspiegelde vooral díé tijd: alsof de kunstenaars zich moesten verantwoorden voor hun overstap.

Kort daarop, met het beter en handzamer worden van videocamera's, deed veel documentair beeld (en daarmee veel maatschappijkritiek) zijn intrede in de kunst. En daarna vormde het alom beschikbare en gerecyclede beeld (dankzij YouTube, nu tien jaar oud) weer een vólgende generatie kunstenaars.

Dat is allemaal al weer voorbij, zegt Guldemond nu. Als hij iets geleerd heeft uit de zoektocht die EYE het afgelopen jaar in de jongste kunst ondernam, is het wel dat er geen tendensen meer zijn. Er hoeft niets meer bevochten te worden; bewegend beeld is vanzelfsprekend onderdeel van de gereedschapskist van de kunstenaar. Dit, zegt hij, is een toegankelijke, frisse generatie die niet lamgeslagen wordt door de hoeveelheid beeld die er al is. De wil om nieuwe, eigen beelden te maken is juist heel groot. Kritiek bedrijven mag, maar moet niet. Subversie kan een keuze zijn, maar schoonheid - sublieme schoonheid zelfs - ook, net zo makkelijk. En de vorm en het podium liggen ook niet vast: voor filmfestivals wordt vaak een single screen-versie gemaakt van een filminstallatie - en andersom.

Geen tendensen meer: V licht vijf kunstenaars uit de expositie om duidelijk te maken hoe breed en divers dat 'bewegende beeld' wel niet is, nu.

Ero-Ero-Spiri

Melanie Bonajo (1978, NL)

Vrouwen met kamerplanten of huisraad op hun rug gebonden; altaartjes van kleurrijke prullaria. Het werk van Melanie Bonajo leek aanvankelijk inventief, grappig; ook een beetje spielerei. Maar al spelend ontwikkelde zich rap een nu invloedrijke kunstenaar. Ze breidde haar activiteiten uit met een band (ZazaZozo) en met performancesessies in de buitenlucht. Haar originele, zoekende geest komt goed tot uiting in de recente filmcyclus Night Soil: semi-documentaires waarin zij op spirituele en erotische verkenningstochten gaat in de marge van de kapitalistische samenleving. Het tweede deel, Economy of Love, draait dit weekend ook op het International Film Festival Rotterdam in de kortefilmcompetitie en wordt in EYE getoond als installatie (op een soort snoezelplateau, wees welkom). Bonajo volgt feministische sekswerkers in de Verenigde Staten die hun diensten als healing-sessies zien. De kunstenaar is meer dan een observator; ze laat haar hoofdpersonen ook weer in haar eigen performances optreden. Let op: Bonajo voert een golf van ecologisch bewuste, spiritueel-feministische kunstenaars aan die we de komende jaren gaan zien. Zij zegt: 'Ik wil geen nieuwe wereld laten zien, ik wil tonen hoe je de wereld óók kunt bekijken.'

Night Soil (2015).Beeld Melanie Bonajo

Illusionisme

Felix Burger (1982, Duitsland)

In de totaalinstallaties van Felix Burger neemt film een kleine, maar wel essentiële plaats in: hij treedt er zelf in op, als voetnoot en commentator tegelijk van de grote installatie waarin je je bevindt. Weisser Zwerg heet zijn nieuwste werk, waarin hij het hele universum, waarom niet, in een studio nabouwt in twee delen. Het ene deel staat op de manifestatie Hacking Habitat (vanaf 26 februari in een voormalige gevangenis in Utrecht) en dat belooft een beklemmend houtjetouwtjeplanetarium te worden. In EYE is de cleanere, museale pendant te zien, met documentatie uit dat universum, waaronder Burgers remake van de eerste voetstap op de maan.

Felix Burger overtrof alle andere exposanten op de Rijksakademie in 2014: zijn opslagplaats annex gruwelkabinet binnenstappen was al een vervreemdende ervaring, en dan waren die honderd mechanisch aangedreven, keramische zelfportretten van Burger nog niet eens begonnen de Matthäuspassion te zingen.

Er valt niets te plaatsen aan deze kunstenaar/tovenaar. Bij Burger krijgen we niet alleen de film en de ervaring, maar ook de hele mikmak achter de schermen erbij.

Compositie

Mariska de Groot (1982, NL)

ArtScience interfaculteit in Den Haag, een samenwerking tussen de kunstacademie en het conservatorium, is al jaren de broedplaats voor een heel eigen soort nerdy kunstenaars: geluid, techniek, programmeren en processen zijn hun voedsel en hun ademhaling. Ook Mariska de Groot komt daar vandaan. Zij construeert apparaten die geluid produceren volgens oude, optische technieken. Met andere woorden: wat je aan (abstracte) patronen geprojecteerd ziet worden, is tevens de bron van wat je hoort. Er komt geen spatje digitale techniek aan te pas. Haar installatie CineChine is een opstelling van draaiende vormen die betoverende schaduwen op de muur en in de ruimte werpt. Het doet wel denken aan de licht-ruimtemodulator (1930) van de Hongaars-Amerikaanse kunstenaar Moholy-Nagy; behalve dat dit werk, dat Mariska de Groot voor elke expositie aanpast, abstracte patronen produceert in beeld én geluid. De Groot noemt zich dan ook liever componist, die op zoek is naar een 'multi-sensorische ervaring'. Let op: de technische verrassing én het levend houden van techniek uit het verleden, komt uit deze hoek.

Beeld Mariska de Groot

Existentieel

Janis Rafa (1984, Griekenland)

Een doodslied voor een gestrand schip en een eresaluut aan dode varkens: in de twee korte films van de Griekse Janis Rafa, die in Nederland aan de Rijksakademie verbleef, worden voorwerpen, dieren en situaties met een waardigheid tegemoet getreden alsof het mensen van vlees en bloed zijn. Janis Rafa maakte (behalve sculpturen en fotocollages) eerder filminstallaties over meerdere schermen, waarop een verhaal in verspringende lagen werd verteld. Bijvoorbeeld over twee stugge mannen, wier werk bestaat uit het van het asfalt schrapen van dode dieren langs de autoweg. De twee korte eenakters Requiem to a Shipwreck en Requiem to a Fatal Incident in EYE laten nog duidelijker zien hoe cinematografisch haar blik is en hoe veelzeggend kadrering en cameravoering kunnen zijn. In één track, één shot kan een hele wereld opgeroepen worden. De camera rolt bijvoorbeeld uit de struiken en biedt dan zicht op een baai waar een half gezonken scheepswrak ligt. De treurmars die al die tijd te horen is, blijkt, als de camera naar achteren zwenkt, afkomstig van een fanfare die achter de filmer aan loopt. Betoverend, licht-surrealistisch, een beetje pastoraal ook wel - de vergelijking met eerder werk van Guido van der Werve wordt snel gemaakt. Maar Rafa heeft een heel klassiek motief: de vanzelfsprekende aanwezigheid van de dood doordrenkt haar mooie shots met levensvragen.

Requiem to a Shipwreck (2014).Beeld Janis Rafa

Fictie

David Verbeek (1980, NL)

Kunstenaars die het maken van museale installaties en speelfilm afwisselen, zien we steeds meer: Steve McQueen, Isaac Julien en nu ook Fiona Tan. David Verbeek bewandelt een andere weg: al jaren maakt hij speelfilms, voornamelijk over grootstedelijk spleen (Shanghai Trance, R U There). Nu vertaalt hij zijn nieuwste film, Full Contact, over een Amerikaanse drone-piloot, naar een installatie op twee schermen. De installatie staat in EYE, de film gaat zondag aanstaande op het International Film Festival Rotterdam in première. Dat juist dit werk een installatie wordt, is geen toeval; de verknipte relatie die een drone-piloot tot de werkelijkheid heeft, alsof wat zich op het scherm afspeelt geen realiteit is, leent zich daar goed voor.

In de film zoekt de piloot uiteindelijk een echte, 'eerlijke' één-op-éénconfrontatie met een slachtoffer. In de installatie kunnen die twee geweldsvormen, de virtuele en de lichamelijke, gelijktijdig bestaan. Het dubbele scherm, anders dan de lineaire tijd in een film, stelt Verbeek in staat om ze naast elkaar te tonen. Verbeek mailt desgevraagd: 'Ik wil proberen dit proces [van vervreemding] nog veel directer voelbaar te maken.' In cameravoering en vertelstructuur is David Verbeek echter een klassieke cineast, die nu een andere vorm opzoekt.

Beeld David Verbeek

Installaties

Behalve van de genoemde kunstenaars zijn in Close Up ook installaties te zien van: Cristobal Léon & Joaquin Cocina, Helen Dowling, Zachary Formwalt, Hamza Halloubi, Amos Mulder, Florian & Michael Quistrebert, Belit Sag, Joris Strijbos & Matthijs Munnik en Lichung Tseng.

Close-UP, a new generation of film and video artists in the Netherlands; EYE, Amsterdam, 31/1 t/m 22/5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden