Stukgeslagen door broeder Hamid

Non-fictie 26 brieven schreef de Iraanse journalist Houshang Asadi aan de man die hem jaren martelde...

Op een dag krijgt de Iraanse schrijver en journalist Houshang Asadi per e-mail een foto toegestuurd. Kent Asadi, die sinds 2003 in Parijs in ballingschap leeft, deze man? Asadi kijkt recht in de ogen van ‘broeder Hamid’, althans zo noemde hij zich in de jaren ’80 toen hij als ondervrager werkte in de Moshtarek gevangenis in Teheran. Nu vertegenwoordigt hij de islamitische republiek als ambassadeur.

Jarenlang was Asadi een weerloos speeltje in handen van ‘broeder Hamid’. Hoog tijd dat hij zijn kant van het verhaal te horen krijgt, vindt de schrijver. Hij wil de man, die hem uit naam van de islam zo intens wreed heeft behandeld, confronteren met zijn ‘levende nachtmerrie’. Broeder Hamids’ stokslagen op zijn voetzolen branden nog altijd, zijn linkerarm functioneert niet meer, geregeld schiet hij – badend in het angstzweet – wakker. Asadi leest zijn notities na over die periode, maar besluit ze niet te gebruiken. Ze zijn doordrenkt van haat. Hij wil de ‘gesel van de islamitische republiek’ niet vergelden met ‘het zwaard van mijn pen’.

Asadi giet zijn relaas in 26 brieven. In Letters to My Torturer beschrijft hij de martelpraktijken in detail. Hoe hij consequent wordt aangesproken als ‘smerige aansteller’. Hoe elk fysiek contact met hem wordt vermeden, om ‘besmetting door een ongelovige’ te voorkomen. Geblinddoekt, zich vasthoudend aan een stok, zijn kapotgeslagen voeten in verband gewikkeld, schuifelt hij door de gevangenis. Geregeld wordt hij ondersteboven opgehangen aan het plafond. Hij moet blaffen als een hond: ‘Woef, woef, ik ben een spion.’ Toch is Letters to My Torturer geen litanie van verschrikkingen. Asadi is er in geslaagd de woede uit zijn boek te bannen. In zijn brieven verweeft hij observaties over zijn jeugdjaren, over zijn journalistieke bestaan bij Irans grootste krant Kayhan en zijn lidmaatschap van de marxistisch-leninistische partij .

Als ooggetuige loodst hij de lezer door Irans recente geschiedenis. Hij maakt duidelijk waarom de marxisten-leninisten in 1979 de geestelijken rond Khomeini steunden. Beide groeperingen streden tegen de dictatoriale sjah. In de jaren ’70 deelde Asadi zelfs negen maanden een cel met ayatollah Khamenei, die in 1989 Khomeini opvolgde. Hij voert gesprekken met Khamenei over Iraanse literatuur, leert hem nieuws te consumeren, zingt Iraanse popsongs voor hem. Hilarisch is zijn beschrijving van de gezamenlijke douche, waar Khamenei niet naakt onder wil.

Er ontstaat een warme band, maar Khamenei’s fundamentalistische islam staat een echte vriendschap in de weg. De ayatollah laat Asadi, wanneer deze in 1983 wordt opgepakt, rotten in de gevangenis. Hij gebruikt zijn invloed slechts om hem te behoeden voor de doodstraf. Aanvankelijk kan Asadi niet bevatten dat hij politiek gevangene is. Hij heeft luidkeels ‘viva Khomeini’ geroepen, en ‘dood aan Amerika’. Zijn geloof in de islamitische revolutie wordt letterlijk stukgeslagen door ‘broeder Hamid’. Die geeft hem hints over wat hij geacht wordt te bekennen: dat hij een spion is van de Sovjet-Unie, de Britten en zelfs de veiligheidsdienst van de sjah. Hij bezwijkt onder de folteringen, biecht van alles op, wordt een marionet van ‘broeder Hamid’. Hij toont berouw voor zijn ongelovigheid en leest de Koran. Op een gegeven moment is hij zo wanhopig dat hij probeert met de glasscherven van zijn bril zelfmoord te plegen. Dit doet hij nadat hij op zijn celwand ‘de waarheid’ heeft gekrast: hij is geen spion.

In de brieven trekt een bonte stoet collega-gevangenen langs: Baha’i, een eenogige gekke dichter, een maoïst die kookte voor de Franse ambassadeur in Spanje. Veel van Asadi’s celgenoten worden in de periode juli-december 1988 opgehangen en verdwijnen in een massagraf. Van de vijf- tot zevenduizend politieke gevangenen overleven een kleine vijfhonderd. Die krijgen in januari 1989 amnestie. Hier eindigt Asadi’s verhaal. Hij verlaat ‘Khomeini’s hel’ in de vaste overtuiging zich nooit meer aan welke ideologie ook te onderwerpen.

Zijn vrouw Nooshabeh Amiri vertelde onlangs aan de Volkskrant hoe het verder ging. Na zijn vrijlating stortte Asadi zich op het schrijven van kindergedichten en filmrecensies. Maar in het Iran van Ahmadinejad is zelfs schrijven over cultuur gevaarlijk. Omdat Asadi een nieuw verblijf in gevangenis niet zou overleven, besloot het stel politiek asiel aan te vragen in Frankrijk.

Asadi was al voor de ‘Groene Revolutie’ (de opstand na de presidentsverkiezingen van 12 juni 2009) aan zijn boek begonnen. De recente arrestatiegolf geeft het een hoge actualiteitswaarde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden