Filmrecensie Studio 54

Studio 54 is een nostalgische trip naar de glitter en overdaad van de discotijd (drie sterren)

De schimmigere kant van de legendarische club blijkt moeilijker in beeld te brengen.

Steve Rubell (links) en Ian Schrager buiten Studio 54 in New York, 14 december, 1978.

De New Yorkse discotheek Studio 54 was de plek waar iedereen wilde zijn, eind jaren zeventig. Andy Warhol was er regelmatig, net als Michael Jackson, schrijver Truman Capote, David Bowie, Diana Ross en Jackie Kennedy. In zekere zin moesten ze ook wel, de beroemdheden. Wie er niet gesignaleerd werd, was blijkbaar niet naar binnen gekomen bij deze club met zijn strenge deurbeleid. Wat dat betekende? Een van de sprekers laat het zien in de documentaire Studio 54: vies gezicht, duim omlaag.

Regisseur Matt Tyrnauer (Valentino, The Last Emperor) toont in zijn documentaire Studio 54 de opkomst en de ondergang van de legendarische club – een periode die slechts 33 maanden duurde. Het was een tijd waarin mensen zin hadden om zorgeloos te feesten en de veryuppisering nog niet had toegeslagen, waarin de celebritycultuur ontstond en de eerste aidsdoden nog moesten vallen. De twee oprichters, Steve Rubell en Ian Schrager, bedachten een theatrale plek waar alles kon en mocht, met spectaculaire optredens en een flamboyante clientèle – beroemd of niet – die er volledig zichzelf kon zijn.

Studio 54 schetst de later verguisde discotijd met een zweem van nostalgie en hier en daar een lekkere anekdote: dat Mick Jagger en Keith Richards wel gratis naar binnen mochten, maar de rest van The Rolling Stones gewoon moest betalen bijvoorbeeld. Op oud beeldmateriaal is Studio 54 een droomwereld van glitter en overdaad, waarin een paard over de dansvloer kan wandelen zonder dat iemand daarvan opkijkt.

De oprichters van Studio 54 gingen welbewust op zoek naar de grenzen. Niet alleen die van de heersende moraliteit maar ook financieel en juridisch –vandaar dat het duo in de gevangenis belandde. Het is de reden dat de belangrijkste spreker in Studio 54, Schrager, veertig jaar lang niet over de discotheek wilde praten. Nog steeds is hij overduidelijk niet van plan om in deze documentaire het achterste van zijn tong te laten zien. Ja, over het gepionier van hem en zijn inmiddels overleden compagnon Rubell spreekt hij met liefde, maar de vragen moeten niet te kritisch worden. Wie precies een frauduleuze boekhouding opzette? Daar laat zijn geheugen hem in de steek.

Goed dat Tyrnauer dat in beeld brengt. Aan de andere kant: het lukt hem ook niet om het hele verhaal over Studio 54 bloot te leggen. Fijn feestje hoor, die documentaire, maar toch mag je nooit helemaal naar binnen. 

Studio 54. Documentaire. Regie: Matt Tyrnauer. 98 min., in 2 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden