Striptekenaars met leesbare beeldverhalen

Tekenaars bewijzen hun vakmanschap met op hun kop leesbare beeld- verhalen, in Groningen.

Je moest de krant 180 graden draaien als je de verhalen van Gustave Verbeek (1867-1937) van A tot Z wilde lezen. Een eeuw geleden bedacht deze Amerikaanse Nederlander iets excentrieks: strips die je ook ondersteboven kunt lezen, met de welluidende titel The Upside Downs of Lady Lovekins and Old Man Muffaroo. Tussen 1903 en 1905 tekende Verbeek in totaal 64 van zijn freaky stripjes voor The New York Herald. In een daarvan zie je het mannetje Muffaroo in een kano verschijnen bij een eiland met bomen, waar hij wordt aangevallen door een grote vis.

Als de lezer zijn krant draait, ziet hij de kano veranderen in een snavel, de vis wordt de kop van een vogel, het eilandje wordt zijn lijf - met de bomen als poten - en de oude Muffaroo transformeert in zijn tegenspeelster Lady Lovekins. Geslachtsverandering à la minute.

Ingenieus, maar Verbeek was een eeuw terug zeker niet de enige die experimenteerde met beeldverhalen. Ook Winsor McCay met Little Nemo en Frank King met Gasoline Alley konden er wat van. Op de gekleurde pagina's van de zondagskranten vertoonden zij hun kunstjes alsof ze circusartiesten waren. Magie met de simpelste middelen: McCay maakte ooit een strip met lachspiegeleffect, waarin de personages als kauwgum waren uitgerekt.

Een tekst of een tekening die je op twee verschillende manier kunt lezen noem je een ambigram. Als je naar de website flipscript.com gaat, kun je bijvoorbeeld in een handomdraai van je eigen naam een ambigram maken: succes verzekerd. Bij een woord als NOON kun je je daarbij wel iets voorstellen (draai de krant maar om), maar het lukt ook met veel ingewikkelder woorden.

Vanwege de charme van zulke beeldgrappen opent het Nederlandse Stripmuseum in Groningen op 17 maart de tentoonstelling Niet te geloven: ondersteboven, een titel die ontleend is aan de vertaling die Jan Donkers ooit maakte van Gustave Verbeeks omkeerbare strips. Er wordt werk geëxposeerd van Nederlandse tekenaars die spelen met de leesrichting van hun strips, in navolging van M.C. Escher en zijn duizelingwekkende gravures. Zoals Joost Swarte, die interieurs tekent waarin je al puzzelend de grafische grapjes ontdekt die erin zijn verstopt.

Maar het museum beperkt zich niet tot het tonen van tweedimensionaal werk in lijstjes aan de muur. Het haalt ook variaties op de toverlantaarn naar Groningen. Zoals de houten Comic Machine van Pedro Stoïchita, die daarin zijn project Trésor Mathématique de Polybius toont: een beeldverhaal opgebouwd uit vier secties, die je met een primitief soort fruitautomaat op talrijke manieren kunt lezen en bekijken. Stoïchita noemt zelf een aantal van wel 10 duizend mogelijkheden.

Opmerkelijk is ook het werk van de Belgische kunstenaar Alex Chauvel, die zijn strips laat drukken in rood en blauw; bekijk je deze beurtelings door een plaatje van rood of blauw plastic, dan openbaren zich twee verschillende verhalen. Ambivalent noem je zoiets.

En om het circusachtige effect te bereiken dat je vroeger in de strips van Gustave Verbeek tegenkwam, wordt speciaal voor de tentoonstelling een draaimachine gebouwd waarmee de bezoekers handzaam de omgekeerde werelden van diverse tekenaars kunnen bekijken: daarvoor hoef je dus niet op je kop te gaan staan.

Niet te geloven: ondersteboven, 17/3 t/m 2/9, Nederlands Stripmuseum, Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden