Strips Kuifje in het Grand Palais in Parijs

Voor de eerste keer wijdt een Frans nationaal museum een expositie aan een striptekenaar. Maar het gaat dan ook over Hergé, de geestelijk vader van Kuifje.

Een kleurendruk van Het gebroken oor uit 1956Beeld rv

Als een grappig figuurtje voor de kleintjes, zo werd Kuifje geboren. In 1929 verscheen zijn eerste avontuur, Kuifje in het land van de Sovjets, in de kinderbijlage van de Belgische krant Le XXe Siècle.

Bijna een eeuw later is Kuifje kunst. Het Grand Palais in Parijs wijdt een grote tentoonstelling aan Hergé (Georges Prosper Remi, 1907-1986), de schepper van de razende reporter met zijn iconische kuifje, van Bobbie, kapitein Haddock, professor Zonnebloem en Bianca Castafiore. Het is de eerste keer dat een Frans nationaal museum een expositie aan een striptekenaar wijdt. Hergé is dan ook een universeel kunstenaar, zegt Jérôme Neutres, directeur van het Grand Palais: 'Hoeveel kunstenaars raken zowel kinderen van 7 als volwassenen van 77, zowel de Belgen van 1929 als de Amerikanen van 2016? Op een boekenbeurs in Calcutta zag ik hoe mensen elkaar verdrongen om een album van Kuifje in het Bengaals.'

Het Grand PalaisBeeld epa

In geen enkel land worden strips zo serieus genomen als in Frankrijk. De bande dessinée, het stripalbum, wordt als 'de negende kunst' beschouwd. De expositie in het Grand Palais is een hommage aan een van de aartsvaders van die kunstvorm.

Uiteraard zijn er veel tekeningen te zien, van prachtige aquarellen voor albumomslagen tot snel gemaakte voorstudies. Maar het nieuwe van de tentoonstelling zit vooral in de manier waarop Hergé als kunstenaar wordt gepresenteerd. De Belgische tekenaar was een verwoed verzamelaar van moderne kunst, minimalistisch werk van Lucio Fontana, popart van Roy Liechtenstein en Andy Warhol, die een portret van Hergé maakte. In de jaren zestig begon hij ook zelf te schilderen. Verdienstelijke pogingen in de stijl van Miró of Paul Klee, maar gelukkig kwam Hergé ook zelf tot de conclusie dat hij slechts op één terrein kon excelleren: het stripverhaal.

Schetsen van Kuifje, 1978-1982Beeld rv

Reclametekenaar

Hergé werd geboren in de Brusselse gemeente Etterbeek. In de jaren twintig en dertig werkte hij als reclametekenaar, in een prachtige grafische stijl, spaarzaam en helder. Daarnaast werd hij sterk beïnvloed door de stomme film. Niet alleen gebruikte Hergé in zijn verhalen filmtechnieken, zoals de running gag, ook was hij een meester in het suggereren van snelheid en beweging.

De stijl van Kuifje in het land van de Sovjets was nog enigszins primitief. Hergé zou zijn definitieve vorm pas vinden door een ontmoeting met de Chinese kunstenaar Tchang Tchong-Jen, die in Leuven studeerde. Pater Léon Gosset, aalmoezenier van de universiteit, was ter ore gekomen dat Hergé een verhaal over China voorbereidde en vreesde het ergste: Hergé liet zijn razende reporter de hele wereld doorreizen, maar zette zelf zelden een stap buiten België en keek daarom niet op een cliché meer of minder, zoals was gebleken in Kuifje in Congo uit 1931. 'Maak van de Chinezen geen karikatuur', schreef hij aan Hergé en stuurde Tchang naar hem toe. Tussen de Belgische tekenaar en de Chinese kunstenaar ontstond een vriendschap voor het leven. Onder invloed van de Chinese en Aziatische kunst perfectioneerde Hergé zijn tekenkunst. Dat leidde tot De blauwe lotus uit 1936, volgens de samenstellers van de expositie de eerste volwaardige Kuifje.

Hergé en Tchang Tchong Jen.Beeld rv

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Hergé voor Le Soir, de grootste Franstalige krant van België, die gecontroleerd werd door de Duitsers. Bij Kuifje in Congo was al gebleken dat Hergé de vooroordelen van zijn conservatief-katholieke milieu nogal achteloos doorgaf. Dat werd extra pijnlijk toen hij midden in de oorlog de schurkachtige joodse financier Blumenstein tekende.

De oorlog bleef een vlek op zijn reputatie, evenals de altijd weer terugkerende discussie over Kuifje in Congo. Niettemin overheerst de bewondering, nu tot uitdrukking gebracht in de prestigieuze expositie. Zoals Hergé het zelf zag: 'Mijn tekeningen zijn echt gezuiverd. Er is één lijn die beslissend is, niet 36 verschillende lijnen. Ik neem de lijn die me het beste lijkt, die alle expressie geeft, alle energie en beweging in zich verzamelt.'

Hergé. Grand Palais, Parijs. T/m 15/1/17.

Het gebroken oor
L'oreille cassée is het zesde album uit de reeks Kuifje. De strip verscheen voor het eerst in wekelijkse afleveringen in de jeugdbijlage van het conservatief-katholieke dagblad Le XXe Siècle, tussen 1935 en 1937.

Het originele Franstalige album verscheen in 1937. Het beeldje dat in het plot centraal staat, was een bestaand Peruaans offerbeeldje, dat zich in het Brusselse Jubelparkmuseum bevindt. Het beeldje speelde bij Hergé de rol van afgodsbeeldje van de Arumbaya-indianen. De taal die de indianen spreken, baseerde de tekenaar op het Marols, het Vlaamse dialect van Brussel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden