Strijdbaar en omstreden

Overtuigd van het gereformeerde gelijk

Boom Bart

Gezina van der Molen was een verzetsheldin. Toen vrijwel alle Nederlandse ambtenaren eind 1940 de ariërverklaring tekenden, riep zij op tot weigering.

Toen de leiders van haar gereformeerde zuil nog meenden dat de bezetter aanspraak op gehoorzaamheid kon maken, pleitte zij al voor verzet. Ze was al vroeg betrokken bij het illegale Vrij Nederland en ze was een van de stichters van Trouw. Ze zat gevangen, zag haar huis geplunderd en vele verzetsvrienden vermoord, maar werkte onverdroten door. Ze smokkelde kinderen uit de Joodse Schouwburg in Amsterdam en bracht hen in veiligheid. Fel voorvechtster van vrouwenrechten in het weinig vrouwvriendelijke gereformeerde milieu was ze na de oorlog de eerste vrouwelijke promovendus aan de Vrije Universiteit en later de eerste vrouwelijke hoogleraar.

Een voorbeeldfiguur, zou je zeggen, geschikt om lanen en plantsoenen naar te vernoemen. Dat is echter nauwelijks gebeurd. Toen in 1992 haar honderdste geboortedag werd herdacht met een symposium op haar eigen VU, kwam bijna niemand opdagen. De als spreekster aangezochte schrijfster Andreas Burnier weigerde boos iedere medewerking. Het Universiteitsblad Ad Valvas noemde Van der Molen bij die gelegenheid 'omstreden' en plaatste een weinig flatteus en grimmig portret.

De reden achter deze deconfiture heet OPK: de direct na de bevrijding ingestelde en door Van der Molen voorgezeten commissie Oorlogspleegkinderen. Deze commissie diende te beslissen over het lot van joodse oorlogswezen. Dat was een uiterst heikele kwestie, omdat van twee kanten aan deze kinderen werd getrokken. Aan de ene kant door het voor een groot deel gereformeerde verzet en de onderduikouders. Zij wilden de kinderen zoveel mogelijk laten waar ze waren, om hen nieuwe schokken te besparen.

Dit impliceerde dat de kinderen niet joods zouden worden opgevoed, maar vaak wel uitgesproken christelijk.

Dat was voor velen binnen de gedecimeerde joodse gemeenschap onverdraaglijk: de kinderen, de toekomst van het jodendom, behoorden hun. Zoals een van hen zei: Hitler had de kinderen als joden willen vermoorden, nu dienden ze als joden gered. Het verzet was naar hun idee bezig het laatste restant jodendom in Nederland uit te wissen.

Deze brisante situatie vroeg om een bruggenbouwer, een diplomaat die de verhitte gemoederen tot bedaren zou brengen. Maar dat was Gezina van der Molen niet. Terwijl haar standpunt heel wel verdedigbaar was - alleen als duidelijk was dat de ouders hun kinderen positief-joods zouden hebben opgevoed, werden ze aan een joods pleeggezin overgedragen - joeg zij de joodse leden van de commissie vanaf het begin tegen zich in het harnas.

Zo had zij aanvankelijk voorgesteld alle joodse ouders die kinderen hadden laten onderduiken, uit de ouderlijke macht te ontzetten. Zij dienden eerst te bewijzen dat zij de kinderen weer onder hun hoede konden nemen. Ook bestierde zij OPK tamelijk autoritair en hield ze zich doof voor deskundig advies. Ze besliste, zegt haar biograaf Gert van Klinken, alsof het oorlog was.

En deze ongevoeligheid jegens slachtoffers woog vijftig jaar later heel wat zwaarder dan haar heldendaden. Er zullen geen straten meer naar haar worden vernoemd.

Wat misschien niet helemaal rechtvaardig is, omdat die ongevoeligheid en die heldendaden twee zijden zijn van dezelfde medaille: de overtuiging van het gereformeerde gelijk . Van der Molen, dochter van een dorpsonderwijzer die het tot Kamerlid voor de ARP zou schoppen, worstelde als twintiger met het geloof, maar keerde terug toen die worsteling geen antwoorden opleverde. Haar intense overtuiging dat beschaving, democratie en de Nederlandse nationale identiteit eigenlijk synoniem waren met haar vorm van christendom, trof zelfs geloofsgenoten als kinderlijk. Haar God was, om met Van Kooten en De Bie te spreken, evident de beste.

Dat is des te opmerkelijker omdat Van der Molen alle reden had tot ontevredenheid over de God van de gereformeerden. Die

vond immers dat slimme meisjes als Gezina niet hoefden te studeren - dat zou ze pas doen toen ze als journaliste in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Dezelfde God vond ook dat vrouwen niets te zoeken hadden in het bestuur van kerk of partij - Van der Molen was graag het eerste vrouwelijke antirevolutionaire Kamerlid geweest, maar tegen de tijd dat de partij daar rijp voor was, in 1963, was zij te oud voor de vacature.

En, het meest spectaculair, de gereformeerde God beschouwde homoseksualiteit als 'een zedelijke pest' - terwijl Van der Molen bijna vijftig jaar samenleefde met haar vriendin, die nog katholiek was ook. Het is overigens amusant om te zien hoe de preutse zwijgzaamheid van het gereformeerde milieu deze relatie in zekere zin makkelijker maakte: wat niet benoemd kon worden, bestond niet.

Het effect van deze spanningen was niet twijfel, maar, in de woorden van Van Klinken, een 'luidruchtig moralisme'. Als zij zulke offers bracht voor haar geloof, mochten anderen dat ook doen. Aan twijfel of andere gezichtspunten had ze geen behoefte. Toen ze in 1943 bij toeval het pad van de joodse onderduikkinderen kruiste, zei ze: 'Nu begrijp ik waarom God mij hierheen heeft gevoerd.' Tijdens de oorlog was deze overtuiging haar kracht - in die jaren was ze ook het meest in haar element -, voor- en na de oorlog haar zwakte; wie denkt door God geleid te worden, hecht meestal weinig aan ander advies.

Anders dan je van een Kampense kerkhistoricus zou verwachten, kan Van Klinken heel wel uit de voeten met de beide zijden van de gereformeerde medaille. Eigenlijk vormen die het hoofdthema van deze geslaagde biografie, dat daardoor aan diepte en overtuigingskracht wint.

Alleen in de laatste alinea wordt Van Klinken plots partijdig als hij de verwachting uitspreekt dat het calvinisme van mensen als Van der Molen in deze onzekere tijden nog wel eens een nuttige comeback zou kunnen maken. Volgens mij illustreert zijn boek eerder dat de overtuiging Gods plan te kennen alleen in heel uitzonderlijke omstandigheden goed uitpakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden