Stravinsky in stijl van Bach volgens Herreweghe

Concertgebouworkest o. l. v. Philippe Herreweghe. Utrecht, Vredenburg (22/10). Herhaling: zondag in Amsterdam. Radio: vanavond BRT, live uit Gent. AVRO-Radio 4: 15 november....

Wie zou voorspeld hebben dat Herreweghe het er met Stravinsky en Fauré ook nog heel aardig vanaf zou brengen?

Ook Nikolaus Harnoncourt kwam ooit bij het Concertgebouworkest met een Johannes. Dat Harnoncourt later aanlandde bij Bruckner en de twintigste-eeuwer Berg, moet het orkest hebben gesterkt in de overtuiging dat er met Herreweghe wel iets te experimenteren viel op het gebied van Stravinsky. De Vlaming heeft Mozart zogezegd mogen overslaan.

En zo'n dwaze zet was het niet. Het Requiem van Fauré en de Psalmensymfonie van Stravinsky zaten hem, woensdag in het Utrechtse Vredenburg, in sommige opzichten als gegoten.

Herreweghe: slagtechniek onbeholpen. Uitstraling timide. Maar hij is wel een oprechte aangever. Groot geworden in een wereld van kleinere ensembles (hij begon als oprichter van het Collegium Vocale Gent) is hij kort geleden benoemd tot chef van het Orkest van Vlaanderen. Hij gaat er zich toeleggen op romantisch en twintigste-eeuws repertoire.

De logica van zijn gastprogramma viel te reconstrueren. Zeg 'vocaal' en je ziet het Nederlands Kamerkoor al staan. Zeg 'oude muziek' en 'negentiende eeuw', en het duurt niet lang of je komt uit bij Gabriel Fauré. Componist en organist, liefhebber van wierook, en grootverbruiker van oude kerktoonsoorten.

Zeg 'ensemble', en daar zit slechts een kwart van het Concertgebouworkest op het podium - om Fauré's requiem voor het eerst in Nederland uit te voeren in een klein bezette versie uit de jaren 1890. De echtheid van de bekende, groter bezette variant schijnt omstreden te zijn.

De 'kleine' Fauré bleek, met zijn nadruk op de lagere strijkersgroepen en afwezigheid van houtblazers, veel introverter, en welbeschouwd ook Fauré-achtiger te klinken dan de gebruikelijke. Herreweghe moest afzien van de etherische jongensstemmen die de componist graag wilde horen, maar de alten en sopranen van het (uitgebreide) Kamerkoor verstaan de kunst hun vibrato jongensachtig klein te houden. Het voordeel van hun aanwezigheid was dat de geraffineerde wendingen in Fauré's harmonie en melodiek geen geweld werd aangedaan.

Vloeibaar als het oliesel kwam dit wonderschone, naar verzoening met de dood hakende requiem de zaal in. Sybilla Rubens (sopraan) en Detlef Roth (bariton) voegden zich naar het ensemble, en de enige ontnuchtering kwam van een misplaatst neo-oud orgeltje, dat bij de Martelaren in het paradijs een koekoeksklok begon na te doen.

De componist Messiaen sprak ooit zijn verwondering uit over de afwezigheid van ritme in Fauré's muziek. Daar zat Messiaen niet ver naast, en Herreweghe deed met klinkend succes zijn best het met hem eens te zijn. Minder geslaagd was de bescheidenheid van het ritmische profiel in zijn uitvoering van de Psalmensymfonie van Stravinsky, de laatste componist die van gebrek aan ritme kan worden verdacht.

Herreweghe had wel de basiscadans voor elkaar, en bij de lastige dubbelfuga waarin de Heer volgens psalm 39 de mensheid vaste grond onder de voeten geeft, bleef de ontroering niet uit. Met de Alleluia-refreinen, gebracht met aanzwellende koraalzang, werd een signering geplaatst: Stravinsky op de manier van Bach-volgens-Herreweghe.

Maar 'The hottest ticket in town' zal hij met het Concertgebouworkest waarschijnlijk nooit worden. Tenzij hij er een gewoonte van maakt, zoals gebeurde in Duparcs symfonische gedicht Lénore, de cellopartijen luidkeels mee te zingen.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden