ACHTERGRONDAmerican Utopia

Strak in de maat (en in het pak): concertfilm American Utopia is precies wat een concertfilm moet zijn

American Utopia is een wonder van vrijheid in een loeistrak muzikaal korset.

Voor sommige mensen is 4 november 2018 nog altijd een magische datum. Op die dag speelde Talking Heads-zanger David Byrne een weergaloze show in de Afas Live. Voor wie er niet bij was (of er nog een keer bij wil zijn) is er nu de concertfilm American Utopia. En ja, die is bijna even goed.

Bijna alles is grijs in David Byrne’s American Utopia, de door Spike Lee gefilmde registratie van een concert van David Byrne in New York. De zanger en de leden van zijn begeleidingsband dragen een grijs pak met een grijs overhemd. De vloer van het podium is leeg en grijs, omringd door grijze kralengordijnen. Zelfs een flink deel van het publiek is grijs. Niet zo gek natuurlijk, want voormalig Talking Heads-frontman Byrne is ook alweer 68 jaar.

Toch is de film het tegenovergestelde van kleurloos. De uitgekiende belichting alleen al zorgt voor afwisseling. Boven alles is American Utopia een muzikaal feest, zo bezield en opzwepend dat het lijkt alsof je in de zaal staat – maar dan met beter zicht op wat er allemaal op het podium gebeurt. Daarin lijkt American Utopia op die eerdere klassieker waarin Byrne een hoofdrol speelt: Stop Making Sense (1984), Jonathan Demmes registratie van een Talking Heads-tour.

De vergelijking met Stop Making Sense gaat verder dan Byrne en zijn muziek. Beide concertfilms kennen een slimme, geleidelijke opbouw. Stop Making Sense begon met Byrne alleen naast een taperecorder, waarna het bij ieder nummer drukker werd op het podium. In American Utopia, kleiner en intiemer van opzet, hebben de muzikanten draagbare instrumenten, waardoor ze niet vastzitten aan kabels en vrij kunnen bewegen in een vrolijke choreografie.

Het oogt minimalistisch, dat verplaatsbare instrumentarium. Te kaal haast voor de muziek die de twaalfkoppige band voortbrengt. Toch is het geen truc, bewijst Byrne wanneer hij laat horen hoe zijn begeleidingsband laag voor laag een nummer opvult. Er staat echt geen extra band stiekem opgesteld achter de schermen. Vooral bij de Talking Heads-nummers die Byrne – naast nummers van zijn recente soloalbum – laat horen, is dat een knappe prestatie. American Utopia is een wonder van vrijheid in een loeistrak muzikaal korset.

Muziekfilms

Naast David Byrne’s American Utopia heeft Idfa meer muziekdocumentaires te bieden. Leven en werk van Frank Zappa komen aan bod in Zappa, waarvoor diens privéarchief mocht worden geplunderd. Narcissus Off Duty gaat over de fenomenale Braziliaanse zanger Caetano Veloso. In de korte film A Night at the Opera stelt Sergei Loznitsa uit archiefmateriaal een gala-avond samen in de Opéra Garnier in Parijs. En dan is er nog de feelgoodfilm We Are the Thousand, over een recordpoging met een Foo Fighters-nummer.

En zo heeft Byrne het weer geflikt. Stop Making Sense wordt al zo’n 36 jaar beschouwd als een van de beste concertfilms aller tijden. Of American Utopia een vergelijkbare status zal krijgen is natuurlijk de vraag, maar de vlekkeloze uitvoering zorgde in elk geval voor jubelende recensies in Amerika. 

Oog voor verhoudingen

Vooral Byrnes oog voor verhoudingen valt op; hij weet hoe hij een abstract concept tot leven wekt. In Stop Making Sense droeg hij een overmaats pak, dat zijn vreemde dansbewegingen uitvergrootte en reusachtige schaduwen wierp. Een iconisch beeld, dat niet snel overtroffen zal worden – hoewel de synchroon dansende grijze pakken (op maat gesneden dit keer) in American Utopia ook een sterke vondst zijn.

In Stop Making Sense droeg Byrne een overmaats pak, dat zijn vreemde dansbewegingen uitvergrootte en reusachtige schaduwen wierp.

Opvallend is ook dat in beide films geen woord wordt gesproken, de onderonsjes van Byrne met zijn publiek daargelaten. Het is een apart genre, de concertregistratie die ook niet meer wil zijn dan dat: geen interviews, geen kijkje achter de schermen, geen terugblik op de voorbereiding. Gewoon een band in actie, van opkomst tot slotapplaus. Bij zulke films wordt de hand van de regisseur gemakkelijk onderschat. Het is immers Byrne die zijn optredens uitdacht, van de setlijst en het decor tot de kleinste rekwisieten. Wat voegde Jonathan Demme eigenlijk toe aan Stop Making Sense en Spike Lee aan American Utopia?

Meer dan het lijkt, waarschijnlijk. Demme, net als Lee vooral bekend van zijn fictiefilms, wist met zijn techniek de concertfilm naar een hoger niveau te tillen. Dat zat ’m in vernieuwend digitaal geluid, maar vooral in zijn montage en cameragebruik. De energie van een podium overbrengen naar een bioscoopzaal of huiskamer is helemaal niet zo makkelijk; alles draait om ritme, kaders en beweging, net als bij het vloeiend verfilmen van een actiescène.

Ervaring met het maken van speelfilms zou daarom weleens een voordeel kunnen zijn. Het lijkt wat vergezocht, maar wie de lijstjes met beste concertfilms doorspit, komt naast ervaren documentairemakers als de gebroeders Maysles en Charlotte Zwerin (Gimme Shelter) opvallend veel fictieregisseurs tegen. Naast Demme (Silence of the Lambs, Philadelphia) en Lee (Do the Right Thing, BlacKkKlansman) is er bijvoorbeeld Martin Scorsese, die met The Last Waltz en Shine a Light optredens van The Band en The Rolling Stones vastlegde. Of Wim Wenders met zijn muziekfilm Buena Vista Social Club. Tot de top van de concertfilms hoort sinds een paar jaar ook Amazing Grace, de registratie van een optreden van Aretha Franklin. De film werd in 2018 uitgebracht, maar al in 1972 opgenomen door Sydney Pollack (Out of Africa, Tootsie).

Muzikanten als personages in een verhaal

Misschien heeft een concertregistratie baat bij een regisseur die gewend is met acteurs te werken. In de beste concertfilms zijn de muzikanten als personages in een verhaal. Na het overlijden van Demme in 2017 schreef Byrne een open brief, waarin hij vertelde hoe de regisseur Stop Making Sense beschouwde als een ensemblefilm, waarbij het publiek ieder bandlid goed moest leren kennen. Door oplettend persoonlijke trekjes, gebaren en blikken te registreren, lukte dat. In zekere zin doet Spike Lee hetzelfde in het kleurrijke American Utopia:  in de grijze pakken zitten geen grijze figuranten, maar mensen van vlees en bloed.

Lees meer over Idfa 2020:

Idfa cancellen was voor Orwa Nyrabia eigenlijk nauwelijks een optie. En ook zaalvertoningen, hoe klein ook, horen bij het festival. ‘Dat moment is voor makers zó betekenisvol.’

Voor Nothing but the Sun, de openingsfilm van Idfa, trok filmmaker Arami Ullón jarenlang op met de inheemse Paraguayaan die de laatste resten het Ayoreo-volk vastlegt op cassettebandjes.

De gelauwerde documentairemaker Gianfranco Rosi is dit jaar hoofdgast op het Idfa. De Volkskrant spreekt hem over de levensgevaarlijke tocht die hij moest ondernemen om zijn nieuwe film Notturno te kunnen maken.

White Cube, de nieuwe film van de Nederlandse filmmaker en kunstenaar is een aanklacht tegen de neokoloniale uitbuiting van Congolese arbeiders en prikt tegelijkertijd de schijnheiligheid van de westerse kunstwereld door.

Paul Sin Nam Rigter filmde de poging van Yarden om in de Bijlmer een multicultureel uitvaartcentrum op te zetten. Zijn docu Dealing With Death is te zien op Idfa.

Soms zitten de grootste verhalen verscholen in de kleinste hoekjes van de samenleving. Wat maakt documentaires met schijnbaar alledaagse personages zo interessant?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden