Stop willekeurig kunstadvies

De commissies die nu beslissen over de theatersubsidies zijn ondoorzichtig en partijdig, stelt Ab Gietelink. Er moet een systeem met heldere criteria komen....

Vorige week won de Theatercompagnie een rechtszaak. In de subsidieronde van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) waarbij het theatergezelschap met lege handen achterbleef was, zo oordeelde de rechter, sprake van ‘de schijn van belangenverstrengeling’. Eerder vocht mijn eigen groep, Theater Nomade, al met succes het oordeel van het fonds aan bij de Raad van State. Het bleek dat de adviescommissie noch haar adviseurs de afgelopen periode ons werk gezien had en slechts op basis van het beleidsplan een negatief oordeel velde. Beide zaken plaatsen ernstige vraagtekens bij het beoordelingssysteem van het NFKP, dat sinds 2008 verantwoordelijk is voor het verdelen van de rijkssubsidie.

De brede kritiek in de kunstwereld spitst zich toe op de afzonderlijke adviezen. Weinigen zoeken het probleem in het systeem en de cultuur van beoordeling als zodanig. Een systeem dat eigenlijk niet voldoet aan de beginselen van modern ‘behoorlijk bestuur’ en waarin willekeur, hear say en persoonlijke voorkeur belangrijker zijn dan ‘geobjectiveerde prestatiecriteria’.

Uit gesprekken met oud-commissieleden doemt een beeld op van partijen die het geld onderling verdelen. De kwaliteit van de kunstbeoordeling in Nederland is bedroevend laag. Gemeten naar moderne bestuurlijke criteria als ‘degelijk overwogen onderzoek’, ‘heldere criteria’, ‘toetsbaarheid’, ‘transparantie’ en ‘mogelijkheid van beroep’ scoort het kunstbeoordelingssysteem volstrekt onvoldoende.

De afgelopen 25 jaar heb ik honderden aanvragen ingediend bij tientallen fondsen en overheden. Van bijna alle bronnen heb ik wel eens geld gehad (en ook wel eens niet) en de willekeur is even lachwekkend als onvoorstelbaar.

Er blijkt bijvoorbeeld geen verband tussen de besluitvorming over de aanvraag en de uiteindelijke prestaties van het project. Het eenvoudige feit dat mijn groep in de loop van de jaren haar publiek wist te vertienvoudigen, de hoeveelheid voorstellingen vermenigvuldigt, een groeiende stapel met positieve recensies en publiekreacties weet te overleggen, heeft geen of minimaal effect op de hoeveelheid toegekende gelden.

Hoe kan dat?

Commissies worden willekeurig samengesteld met leden uit het kunstenveld, die bijna allen bepaalde belangen en visies vertegenwoordigen. De leden krijgen niet of nauwelijks betaald, maar krijgen in ruil de almacht om een willekeurig en oncontroleerbaar advies te geven dat in bijna alle gevallen bestuurlijk wordt overgenomen. Eigenlijk stelt de politiek alleen het maximum in het budget en geeft haar adviescommissies ‘carte blanche’. Een commissie neemt in een aantal avonden de stapels aanvragen door en geeft daar haar reacties op. Na de handtekeningen zijn sommige groepen schatrijk en andere straatarm.

Bezwaarprocedures zijn maar al te vaak de fopspenen van het systeem. Beoordelaars worden op de zitting vertegenwoordigd door juristen die inhoudelijk niet weten waar het over gaat, en samengevat stellen: ‘De adviescommissie is deskundig, dus heeft in principe altijd gelijk en als ze aantoonbaar geen gelijk heeft dan heeft ze nog altijd het recht haar eigen preferentie te stellen.’

Politiek en bestuurders controleren niet, maar dekken principieel de adviescommissies af, door een falende commissie in de gelegenheid te stellen middels een andere formulering alsnog haar gelijk te halen.

De commissieleden hebben van aanvragers vaak nog nooit een project gezien of zelfs nooit van de groep gehoord. Men oordeelt daarom op basis van papieren intenties en formuleringen. Maar kwaliteit van een concept op papier is natuurlijk iets anders dan uitvoeringskwaliteit .

Met de gestelde criteria kan men alle kanten op. Dubbelzinnige en persoonlijk in te vullen criteria als ‘artistieke kwaliteit’ en ‘vernieuwing’ spelen daarin een veel belangrijker rol dan harde en toetsbare criteria en cijfers. De commissieleden willen teveel zelf oordelen in plaats van oordelen in het brede theaterveld te meten.

Deze willekeur zou vermeden kunnen worden door over te stappen op een ‘puntensysteem’, waarin niet een willekeurige commissie, maar de opgebouwde steun in het theaterveld wordt gemeten. Criteria als de hoeveelheid geprogrammeerde voorstellingen, hoeveelheid publiek of het percentage eigen inkomsten lijken zakelijk, maar drukken indirect artistieke kwaliteit uit. Kwaliteit van recensies en voorstellingsrapporten (ter inzage voor aanvragers) zijn directe artistieke oordelen, waarmee aanvragers dan punten kunnen verdienen.

Er zal een onafhankelijke kunstmeester of commissie nodig zijn om de besluiten te nemen in de toepassing van het systeem en alle twijfelgevallen. Voordeel van een professioneel aangestelde kunstmeester is verder de mogelijkheid tot dialoog, die ontbreekt bij een externe commissie. Daarbij gaat een dergelijk puntensysteem over de geleverde prestaties en niet zozeer over papieren plannen, hoewel je die in het systeem op zou kunnen nemen. In ieder geval wordt nu begrijpelijk waarom een aanvrager meer, minder of niets krijgt

Politiek en fondsbesturen dienen in alle gevallen toe te zien op eenvoudige, transparante en toetsbare criteria, die de beoordelende instantie rationeel en eerlijk tegenover alle aanvragers moeten toepassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden