Stille mensen

Machtig zijn de dialogen waarin de werkelijkheid verwordt tot gedrocht

De Wielingen, de Groote Keijser, Vrankrijk; het zijn nog altijd klinkende namen uit de Amsterdamse kraakgeschiedenis. Esther J. Ending (1972), die voor haar debuut Na Valentijn in 2004 de Debutantenprijs kreeg toegekend, situeerde haar tweede roman Stille mensen in een reusachtig kraakpand, dat evenals De Wielingen een voormalig weeshuis is. Ze gaf het de omineuze naam Pandemonium.

De roman komt wat moeizaam op gang en bevat niet uitsluitend onmisbare passages, waarmee het grootste euvel maar meteen is benoemd. We lezen over Nicky, die wegloopt van huis omdat ze het slecht kan vinden met haar overbeschaafde grootmoeder.

Ze zwerft, slaapt in bioscopen. Totdat ze Verena ontmoet. Die neemt Nicky onder haar hoede en introduceert haar in het Pandemonium. Daar maakt ze kennis met uiteenlopende groepen, waaronder hippies, punkers, studenten, ultra's en filosofen, die niet alleen elk hun eigen corridor hebben, maar ook hun eigen mores.

Gemeenschappelijk is het doel om een horde - vermeende - junkies te verdrijven. Middelen die daarvoor worden ingezet, variëren van roddel en intrige tot moord.

In het hart van de roman schrijft Ending vol overgave over de manier waarop wantrouwen wordt gevoed door gebrek aan kennis. Over hoe eenvoudig het is een antipathie te ontwikkelen jegens degene die je niet kent. Of sterker, hoe makkelijk het is om iemand te haten en te willen doden.

Hier is Ending op haar sterkst. In machtige dialogen laat ze zien hoe halve waarheden worden vervormd en nagekletst, tot er van de werkelijkheid niet meer over is dan een gedrocht.

Thematisch gezien heeft Stille mensen een universele strekking: het willen uitsluiten van anderen is van alle tijden. Zo doemt in de roman de vraag op hoe de vele Pandemoniumbewoners elkaar kunnen herkennen op een feest. Wie hoort bij ons en wie niet? Het plan is om een button te ontwerpen die iedereen zou moeten dragen. Behalve de junkies, die krijgen een ander embleem. De gedachte aan de Jodenster ligt voor het oprapen wanneer Ending in een enkele regel langs de geschiedenis scheert. 'Kunnen we die pokkenjunkies niet verplichten dat embleem op hun voorhoofd te tatoeëren?', vraagt iemand zich af.

Ernst troef dus in Stille mensen? Niet uitsluitend. In een aparte typografie wordt de discussie weergegeven die bewoners via het prikbord met elkaar voeren. Dat levert grappige fragmenten op, waarin onder meer melding wordt gemaakt van diefstal.

'Alarm! Iemand heeft onze kogelvis gestolen! Hij stond op de gang terwijl we zijn aquarium aan het verschonen waren. Wij zijn niet geamuseerd! Als onze kogelvis iets is overkomen zullen wij de dader zeker opsporen en is hij 1000x doder dan een blikje tonijn!'

Toppunt van geestigheid is dit interpunctieloze briefje: 'TE KOOP GEVRAAGD FENDER BASGITAAR LIEFST WIT NEEM CONTACT OP MET LOU BALJON T6 DE HIPPIES'

Lou Baljon? Wat zullen we nou beleven? Speelt die niet de hoofdrol in de onlangs verschenen roman De rode loper van Thomas Rosenboom?

Wonderlijk. Zouden er meer romanpersonages zijn die er een dubbelleven op nahouden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden