Stijn Huijts van het Bonnefantenmuseum: 'Als ik vijf ton krijg, gaat dat op aan jong museumtalent'

Stijn Huijts, directeur van het Bonnefantenmuseum, Maastricht. Beeld Judith Jockel

De Volkskrant vraagt museumdirecteuren hoe ze meer bezoekers trekken. Aflevering 5: Stijn Huijts (58) van het Bonnefanten­­museum.

Kom bij Stijn Huijts niet aan met de opmerking van Andreas Blühm van het Groninger Museum dat je in de provincie hard moet roepen om publiek te krijgen. En dat hard roepen bijvoorbeeld betekent: blockbusters programmeren.

‘Misschien moet je juist fluisteren’, zegt hij dan. ‘Mijn vader zaliger was leraar en hij vertelde me eens dat hij de gewoonte had te gaan fluisteren als zijn klas rumoerig was. Dan werd het stil, en kreeg hij de aandacht terug.’

Leg hem dan ook niet voor dat zijn Bonnefantenmuseum in Maastricht met fluisteren het afgelopen jaar de helft van het aantal bezoekers trok van dat van zijn collega in de andere uithoek van het land. Dan volgt een betoog over het museum als een van de laatste plekjes van de publieke ruimte – ruimte waar de markt niet heerst, of beter: niet zou moeten heersen. Een plek waar je onafhankelijk kunt zijn van rendementsdenken, en dus ook kunstenaars kunt – nee, móét programmeren, die geen enorme aantallen mensen op de been brengen.

Zijn pleidooi, voor alle musea voor hedendaagse kunst: ‘Laten we de kunstenaar weer in de studio ontdekken, in plaats van op de beurs. Niet alleen omdat we vanwege de hoge prijzen op de beurs niet kunnen concurreren met de verzamelaars, ook omdat ik het als mijn taak zie te signaleren, in plaats van mee te liften op reputaties.’

Sinds hij in 2012 directeur werd, is dit het profiel van het Bonnefanten: een museum voor de ‘verborgen canon’ van de kunst. Kunst die (nog) niet overal te zien is, zoals onlangs de videoinstallaties van de Amerikaanse filmmaker Kahlil Joseph. Kunst die van ver komt, uit de Arabische wereld, China of Zuid-Amerika. Kunst die afwijkt van de norm, omdat de makers afwijken van de norm. Denk aan de kleurrijke, maatschappijkritische en seksueel getinte vazen en wandtapijten van de Britse ‘pottenbakkende travestiet’ (zijn eigen woorden) Grayson Perry. Of dichter bij huis, aan Melanie Bonajo, de jonge Nederlandse kunstenaar van wie in Maastricht het eerste retrospectief wordt getoond. The Death of Melanie Bonajo. How to unmodernize yourself and become an elf in 12 steps, heet die show, en hij belooft volgens Huijts ‘voldoende bizar’ te worden.

Wat is nog meer typisch voor een Stijn Huijts-tentoonstelling?

‘Ik geloof heel erg in de monografische tentoonstelling, waarbij je als curator één kunstenaar de ruimte geeft.’

U bent geen fan van groepstentoonstellingen?

‘Er zijn uitzonderingen, maar het risico van groepstentoonstellingen, zeker als ze onder een zwaar thematisch gesternte zijn gemaakt, is dat ze lijden onder de hegemonie van de curator. Dan wordt de kunst op z’n best een illustratie van het idee of thema dat hij of zij heeft bedacht, en heb je bovendien als bezoeker de hele tijd het idee dat je op een belerende toon wordt toegesproken. Zoals het Stedelijk Museum vorig jaar het thema van migratie aan de kaak stelde in Ik ben een geboren buitenlander, en werk liet zien van niet-westerse kunstenaars uit de collectie. Dat vind ik best wel dun. Terwijl, als je kijkt naar iemand als Kahlil Joseph: er zit al zo veel thematiek in dat ene oeuvre. Hij is begaan met de zwarte zaak, de positie van Afro-Amerikanen in zijn land. Tegelijkertijd is zijn werk spiritueel en gaat het over het verstrijken van de tijd, en over parallelle werelden. Daar hoef je als curator niet ook nog eens je eigen plasje overheen te doen.’

Dan moet de nieuwe collectie-opstelling in het Stedelijk Museum voor u een gruwel zijn. Daar worden de kunstwerken ook ondergeschikt gemaakt aan een idee van de curatoren.

‘Bij een collectieopstelling is de rol van de curator juist heel belangrijk. Zoals kunst en design nu gecombineerd worden vind ik heel goed, maar de inrichting is echt teleurstellend. Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk tot halverwege de jaren zestig, heeft eens gezegd: het is van vitaal belang dat een bezoeker niet langs een schilderij kan lopen, maar ernaartoe. Dat is heel iets anders dan de manier waarop je nu langs de collectie wordt gejaagd.’

Stijn Huijts is kunstenaar onder de museumdirecteuren. Na zijn middelbare school ging hij naar de kunstacademie in Maastricht, beeldhouwen. Muziek maakte hij ook, als bassist in de band van zijn broer: The Rick Nolov Band. Het was begin jaren tachtig, ze speelden new wave, ska, reggae.

Waarom bent u  uiteindelijk geen beeldhouwer geworden?

‘In het jaar dat ik afstudeerde, mochten we met de band Pinkpop openen. Ik zat vanaf dat moment diep in de muziek en taande niet naar het atelier. Een paar jaar later besloot ik dat ik verder wilde leren, kunstgeschiedenis en culturele studies, en toen rolde ik de museumwereld in en ontdekte ik dat mijn talent meer lag in het helpen van kunstenaars dan er zelf een te zijn.’

Vanzelfsprekend dat zijn achtergrond mede heeft bepaald hoe hij samenwerkt met kunstenaars. ‘Ik heb met de band jaren getoerd in binnen- en buitenland, en dan merk je hoe belangrijk het is om ergens gastvrij ontvangen te worden. Toen ik museumdirecteur werd, eerst in Het Domein in Sittard, later in Schunck in Heerlen, heb ik altijd voor ogen gehouden: leg de kunstenaar in de watten.’

Betaalt u ze ook?

‘Dat deden we al lang voor de zogenaamde honorariumrichtlijnen werden opgesteld. Per kunstenaar maak je afspraken: Grayson Perry, die hoge bedragen krijgt voor zijn werk en van wie we een groot werk hebben aangekocht, komt niet van de honger om als we hem geen honorarium uitbetalen voor de tentoonstelling.’

Wat krijgt Melanie Bonajo voor haar solo?

‘4.000 euro. En haar vormgever, die hier bij de opbouw het meest was, is ook betaald. En we hebben werk aangekocht.’

Programmeert u op andere gronden dan collega’s doordat u weet wat het is om kunst te maken?

‘Programmeren niet. Selecteren wel. Ik denk dat ik meer op mijn intuïtie durf te vertrouwen. Dat ik een antenne heb voor de vraag: wat zijn nou de werken die maken dat je van het ene moment op het andere niet meer bent waar je dacht te zijn? Goede kunst gaat over meegenomen worden, uit de realiteit worden gehaald, over verbeelding stimuleren. Zoals bij Kahlil Joseph: ik zit in het MOCA in Los Angeles, zie zijn tweeluik m.A.A.d, met muziek van Kendrick Lamar. Ik vind het geweldig en ik kan niet eens uitleggen waarom, want zo werkt dat bij mij niet. Ik heb bij Het Domein een solo van Pipilotti Rist geprogrammeerd nadat ze in 1995 in de tentoonstelling Wild Walls in het Stedelijk Museum zat. Vijftien verschillende kunstenaars, en bij haar werk, Sip my Ocean, dacht ik: dit is mijn ding. Je hoort I don’t wanna fall in love van Chris Isaak, zij zingt erdoorheen, naar het einde toe met een hysterische stem, en je ziet allemaal banale dingen in de oceaan zakken, zoals een koffiekopje speelgoed en een televisie.’

Muziek speelt een belangrijke rol in de werken die u noemt. Die maakt dat de beelden nog meer lading krijgen.

‘Muziek raakt direct, absoluut.’

Hij memoreert nog een keer Willem Sandberg. ‘Hij heeft ook weleens gezegd dat je bij het kijken naar kunst meer moet varen op je intuïtie en dat de boekenkennis, die wij als museummensen hebben, daarbij in de weg kan zitten. Pas op: bij het kijken naar kunst, hè. Niet bij het programmeren. De volgorde is: eerst gepakt worden, en je dan afvragen: hoe oorspronkelijk is het werk? Staat het in een traditie? Past het in ons tentoonstellingsbeleid, bij de collectie?’

Het Bonnefantenmuseum is een kunstenaarsmuseum, zegt u. Dat is toch ieder museum?

‘Er zijn er meer die kunstenaars vragen nieuw werk te maken, reagerend op de collectie van het museum. Meer die aan kunstenaars vragen tentoonstellingen te maken met werk van anderen. Die zelfs kunstenaars in de raad van toezicht benoemen. Maar ik denk niet dat iedereen op dezelfde manier de ruimte aan kunstenaars geeft als het Bonnefanten. Wij gaan daar ver in en nemen op de koop toe dat we op onze bek kunnen gaan. Ik heb afgelopen maanden een zaal gegeven aan drie jonge kunstenaars, Juliaan Andeweg, Bob Eikelboom en Daniel van Straalen. Die tentoonstelling wordt door de een de grond in geschreven, door de ander de hemel in geprezen. Ik vind dat fantastisch – het is goed als er discussie is, discussie zorgt voor beweging. Het hoeft allemaal niet perfect te zijn.’

Ruimte geven aan de kunstenaar – dat moet je in het Bonnefantenmuseum ook letterlijk nemen. Melanie Bonajo kreeg de vrije hand in het inrichten van de zalen en sloopte doorgangen die ze verving door een klein poppendeurtje voor kinderen, zaagde gaten in de muren en zette scheve deuren in de wand. In 2014 had de Braziliaanse kunstenaar Laura Lima een idee voor het toilet op de verdieping waar haar tentoonstelling was te zien: ze wilde dat de spiegel boven de wasbak werd vastgehouden door iemand die zich achter de wand bevond. ‘Andere directeuren zullen zeggen: ik ga niet voor jou het toilet verbouwen en ook nog eens mensen inhuren die de spiegel willen vasthouden. En toch doen wij het. Dát is een kunstenaarsmuseum.’

In 2006 schreef u samen met collega’s Edwin Jacobs en Meta Knol het pamflet Naar een mondig museum. In het kort kwam het daarin neer op: musea zijn witte, gesloten, macho bolwerken. Is dat de afgelopen jaren verbeterd?

‘Ik geloof dat het gelukt is de deuren meer open te zetten, ja. Laat ik bij het Bonnefanten blijven: er zitten meer vrouwen in onze collectie, we hebben, onder andere met onze tweejaarlijkse BACA-prijs veel niet-westerse kunstenaars binnengehaald, we hebben het team verjongd en we hebben een Young Office dat avonden voor jongeren organiseert en programmeert voor onze pop-uptentoonstelling op Pinkpop, voor de Museumnacht.’

Kan er ook nog iets beter?

Lacht: ‘Behalve dat we een duurzame financiële ondersteuning willen van het Rijk, boven op onze provinciale subsidie, zodat we meer geld hebben voor publiciteit en marketing en een groter publiek kunnen bereiken? Want als ik nu de radio aanzet, hoor ik elke keer een spotje langskomen van De Fundatie in Zwolle.’

Behalve dat.

‘Dan zou ik zeggen: nog beter onderzoeken hoe je relevant kunt zijn voor de gemeenschappen voor wie jij er bent. Niet: ik zoek klanten, maar ik zoek betrokkenen. Als onze collectie straks volledig gedigitaliseerd is, dan willen we de mensen uitdagen die met hun iPad op de bank zitten en niet naar het museum komen. We willen tegen hen zeggen: zoek eens iets uit het depot waar jij een leuk verhaal bij hebt, en als wij dat dan ook leuk vinden, dan komt jouw verhaal, met dat werk, op zaal.’

Mensen die niet naar het museum komen, oproepen om op Valentijnsdag te komen kussen voor een schilderij, of te slapen op zaal, zoals Museum Voorlinden en het Rijksmuseum deden – zou u dat ook doen?

‘Sterker: onze marketingafdeling speelt al op Valentijnsdag in.’

Is dat niet precies de platte commercialisering die u niet wilt?

‘Ik heb er geen bezwaar tegen als een creatieve marketeer zegt: Valentijnsdag komt eraan, ik gooi posts van kunstwerken uit de collectie oude kunst op social media, schilderijen waarop mensen elkaar liefkozen, en daar zetten we een tekst onder: kom op 14 februari naar het museum en voel je thuis tussen andere geliefden. Dat is een verleidingsstrategie die ik hartstikke leuk vind.’

Een dag na het gesprek stuurt hij nog een bericht. ‘Ik realiseer me dat we het vooral over de presentatiekant en het publiek hebben gehad, en niet over de minder sexy kanten van het bedrijf, het werk achter de schermen: onderzoek, behoud en beheer van de collectie. Er is een tendens dat de ruimte om daarvoor gespecialiseerde vakmensen in dienst te houden, afneemt als gevolg van de prioriteit die de samenleving geeft aan publiekstrekkers. Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling.’

Het Bonnefantenmuseum

Opende in 1884 de deuren als oudheidkundig museum en is sinds 1995 gehuisvest in het door de Italiaanse architect Aldo Rossi ontworpen gebouw aan de Maas. Collectie: middeleeuwse sculpturen en Zuid-Nederlandse en Italiaanse schilderkunst uit de 15de tot de 17de eeuw, moderne en hedendaagse kunst waaronder werken van Marcel Broodthaers, Mary Heilmann, Thomas Hirschhorn, René Daniëls, Peter Doig, Grayson Perry, Laura Lima, Navid Nuur,  David Lynch, Raymond Pettibon, Kahlil Joseph, Duan Jianyu, Helen Verhoeven, Melanie Bonajo en Maha Maamoun. Best bezochte tentoonstelling van de afgelopen vijf jaar: Grayson Perry - Hold Your Beliefs Lightly (2016) Aantal bezoekers in 2017: 114 duizend.

Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel
Een bezoeker van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Beeld Judith Jockel

Over deze serie

Dit is de vijfde aflevering in een serie onregelmatig verschijnende interviews met museumdirecteuren. Hoe houden zij hun museum spannend in tijden waarin het vooral lijkt te draaien om bezoekersaantallen? Volgende aflevering: Robbert Roos van Kunsthal KAdE in Amersfoort.

Stijn Huijts, directeur van het Bonnefantenmuseum, Maastricht. Beeld Judith Jockel

Over Stijn Huijts

Laatste kunstaankoop voor thuis?

‘Museale beroepsethiek: ik verzamel niks privé. Dan kom je snel in de rare situatie dat mensen zeggen: o, ik snap dat je die kunstenaar programmeert, want die hangt ook bij jou thuis.’

U mag uw bezoeker naar een ander museum sturen. Waar moet-ie naartoe?

‘Naar filmmuseum Eye in Amsterdam, naar de tentoonstelling van Hito Steyerl, haar videoinstallaties zitten dicht tegen die van Melanie Bonajo aan. En in de categorie knotsgekke plekken: The Museum of Jurassic Technology in Los Angeles. Daar weet je niet of het serieus is wat je ziet, of dat je in het ootje wordt genomen.’

Stel, er valt u vijf ton in de schoot. Waar geeft u het aan uit?

‘Aan het in dienst nemen van jong museumtalent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.