Stig Dagerman

Als het leven je tegen staat kun je er een eind aan maken, heeft Ville op zekere dag beseft, en toen is hij onder een den gaan liggen. Maar daar werd zijn leven gered, door een spin. Ville zag hem in het glinsterende licht draad na draad spinnen. Het was te mooi.

Ga dus nooit liggen wachten als je zelfmoord wil plegen, is zijn les, 'want dan schudt het leven zijn hoofd en zegt nee'. Je moet wachten tot het nacht is, dan word je niet afgeleid door schoonheid. En zorg er ook voor dat je in de nabijheid van volwassen mensen bent. 'Want volwassenen zijn de enigen die je niet willen redden.'

Er worden harde noten gekraakt in de roman Bruiloftslied van Stig Dagerman (1923-1954). Dat was te verwachten, voor wie weet dat Zweedse schrijver op zijn 31ste zelfmoord zou plegen, of voor diegenen die de roman Het verbrande kind kennen (in 1962 door Bernlef vertaald), of het essay over Dagerman dat Jeroen Brouwers in 1985 publiceerde.

Wel onverwacht is de toon van deze laatste roman uit 1949, die nog niet eerder was vertaald; die is namelijk warm. Dagerman beschrijft een etmaal in een arm Zweeds dorpje, waar een slager annex weduwnaar zich een volgende eega heeft uitgekozen en het volkje van landlopers, boeren, knechten en dienstmeiden het tussen de slingers op een drinken zet, voor zover ze daar niet al mee waren begonnen.

De slager Westlund krijgt voor het eerst bezoek van de enige andere slager in het dorp, Simon, en ontvangt hem in zijn kantoor. Dan hoort hij Simon droevig zeggen dat hij dat óók zou moeten hebben, een kantoor.

Aha, dus Simon heeft geen kantoor, denkt Westlund, en zegt dan: 'Ja, kantoren zijn goed om te hebben.' Maar vervolgens is Westlund zo aangedaan door Simons opmerking dat hij hem een sigaar en een paar borrels aanbiedt, waardoor hij zijn eigen trouwplechtigheid dronken tegemoet gaat.

Iedereen in dit boek is ontroerend, tot en met het meisje dat nog nooit had gekust, en dat een lippenstift kocht die 'kusvast' heette te zijn: 'Het kostte vijf kronen, zei ze toen ze thuiskwam, maar er was niemand die me erom kuste.'

Er vallen rake klappen, er gaat iemand dood, eenieders redding is mijlenver weg, maar Dagerman ontfermt zich over allen. Doodzonde dat hij in 1954 niet onder een den is gaan liggen wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden