Stevige argumenten om de computer het raam uit te doen

Wat ze ook uitvinden, er zijn altijd mensen die er het heil van verwachten en mensen die de apocalyps nabij achten....

Olaf Tempelman

De Amerikaanse twintiger John Freeman, geboren en getogen in het digitale tijdperk, had geen last van rsi maar heeft zijn computer desalniettemin weg gesodemieterd. De titel van zijn boek, De terreur van e-mail (Contact; euro 16,95), maakt al helemaal duidelijk waar hij zit: in het ‘de-computer-is-100-procent-slecht’-kamp. Freemans bezwaren tegen het rotapparaat zijn eindeloos. Elke dag weer zijn we met mailen belachelijk veel tijd kwijt zijn, 40 procent van de werkdag schijnt er in de VS tegenwoordig aan op te gaan. Tijdens het mailen verkeren we in de illusie dat we ons bezighouden met belangrijke communicatie. In werkelijkheid vallen we meestal ten prooi aan versnippering, verstrooiing of regelrechte onzin. ‘De aandachtscurve van iemand die twee keer per minuut een mail ziet binnenkomen, wordt in duizend stukjes geknipt. Zijn geest mist de diepere stroom waarin ideeën tot bloei komen en complexe gedachten kunnen ontstaan.’ Mails creëren daarbij vaak meer misverstanden dan ze oplossen. Mensen tikken in de haast maar wat op. De ontvanger krijgt te maken met rauw, stilistisch onverzorgd materiaal, mist een verhelderende gelaatsuitdrukking of intonatie en begrijpt de mails verkeerd. Dat heeft ook te maken met een der hoofdkwalen van het internet, ‘de ontremming’. Mensen die zich in oude vormen van communicatie netjes of timide hadden opgesteld, of zich simpelweg afzijdig hadden gehouden, durven in mails van alles en nog wat op te tikken. Freeman is ook bezorgd over de ‘feitelijke eenzaamheid’ en het eindeloze zitten-op-dezelfde-stoel dat de computer bewerkstelligt. We laten de echte wereld, ‘de gedeelde ruimte waar alle soorten mensen elkaar kunnen ontmoeten en contact maken’, links liggen ‘ten gunste van elektronische schijnbeelden’. En last but not least: Vroeger schreven mensen met weerkaatst licht, een computerscherm laat het licht direct in onze ogen schijnen – oftalmologen die Freeman kent vrezen het ergste.

De terreur van e-mail doet in onversneden cultuurpessimisme niet onder voor apocalyptische 19de-eeuwse werkjes over het verderf van de stoomtrein. Desondanks vond ik het een verademing vergeleken bij de stroom ‘mooie-nieuwe-wereld-dankzij-het-internet’-boeken. Freeman geeft ook nog blijk van enige zelfspot door flink te citeren uit een heerlijk cultuurpessimistisch werkje uit 1881 over de komst de telegraaf, getiteld American nervousness: ‘We zijn continu gespannen, meestal onbewust, ’s nachts zowel als overdag....’ Cultuurpessimisten zijn van alle tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden