Steve Reich: 'Ik heb altijd stukken in mijn hoofd die geschreven moeten worden'

Interview met de minimal-musicgrootheid

Minimal-musicgrootheid Steve Reich, 80 inmiddels, is in Nederland. De Volkskrant kijkt met hem terug op de enorme ontwikkeling in zijn oeuvre. Al kijkt hij zelf liever vooruit.

Foto George Etheredge via HH / The New York Times Syndication

Dat Steve Reich in oktober 80 is geworden, zou je niet zeggen als je hem hoort praten. Als hij na vijf pogingen de telefoon opneemt, blijkt al gauw dat meeschrijven onmogelijk is. Hij spreekt in het tempo van een beurshandelaar op Wall Street, voor wie een halve seconde het verschil kan maken tussen succes en falen.

Steve Reich, pionier van de minimal music en een van de voornaamste componisten van deze tijd, is nog altijd actief. En hij is niet het type dat uitgebreid de tijd maakt om achterom te kijken, anders dan die andere grootheid van de minimal, Philip Glass, die onlangs een dikke autobiografie schreef en zijn partituren naloopt op fouten, zodat ze voor de eeuwigheid kunnen worden bewaard.

'Ik heb altijd wel een paar stukken in mijn hoofd die geschreven moeten worden, meestal heb ik twee concrete projecten', vertelt Reich vanuit zijn buitenhuis ten noorden van New York. 'Het probleem is dat ik zo'n langzame schrijver ben.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Steve Reich Foto Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

De Atlantische Oceaan over

Toch maakt hij tijd vrij om ensembles te bezoeken die zijn werk uitvoeren, ook als hij daarvoor de Atlantische Oceaan moet oversteken. Vandaag is hij in Nederland. Het Dekmantel Festival voor vernieuwende dance dat vanavond begint, nodigde Reich uit vanwege zijn verdiensten voor de elektronische muziek. Slagwerk Den Haag, dat tien jaar geleden ook al met de componist samenwerkte, voert vanavond vijf van Reichs stukken uit. Dat concert vindt niet plaats in het 'festivalhart', het Amsterdamse Bos, maar in het vertrouwde Muziekgebouw aan 't IJ.

Een daarvan is Clapping Music, een werk dat uit niets anders bestaat dan handgeklap. Dat stuk, voor twee spelers, geeft het meest basale onderdeel van zijn stijl weer. Reich experimenteerde met verschuivende patronen, meestal gebaseerd op een simpel ritmisch gegeven. In Clapping klapt de een een eenvoudig ritme, de tweede doet hetzelfde, maar schuift steeds een tel op. Het mooie is dat Reich zelf meeklapt, ondanks artritis aan zijn duimen.

Nog een klassieker op het programma is Drumming (1971). Het was een van de stukken waarmee de componist zichzelf op de kaart zette. In de jaren zestig klonk de muziek van Reich nog vooral in New Yorkse lofts. In de jaren zeventig veroverde ze ook de klassieke concertzalen.

Recensies

Zijn muziek sloeg aan bij het grote publiek en bij musici. Maar de meeste muziekcritici, nog in de ban van het atonale modernisme (waar Reich graag op afgeeft), keken met argwaan naar de ogenschijnlijk eenvoudige minimal; die voortdurende herhaling, dat was maar een goedkope truc.

'Ze vonden het te 'gecontroleerd'', herinnert Reich zich. 'Toen Drumming in 1972 in Bremen werd uitgevoerd, noemde een recensent het quasi-fascistisch! Het zou de emoties van de luisteraar manipuleren. Het zei meer over hem, denk ik. Iemand projecteert zijn eigen angsten op mijn kunst, dat kan ik hem niet kwalijk nemen.'

Inmiddels zijn zulke recensies zeldzaam. Reich is een gevestigde naam en zijn oeuvre laat een enorme ontwikkeling zien. Waar hij aanvankelijk vooral geïnteresseerd was in ritme, begon hij zich steeds meer te interesseren voor klankkleur en harmonie. Later deden ook Joodse (Reichs onafscheidelijke baseballcap dient als keppeltje) en politieke thema's hun intrede. Soms komen die ook samen, zoals in de Daniel Variations (2006), waarin hij het Bijbelboek Daniël koppelde aan de in Pakistan door terroristen onthoofde journalist Daniel Pearl.

Niets minimaals aan

De genrenaam minimal is weliswaar wijdverbreid, maar de bekendste componisten uit de stroming (Terry Riley, Philip Glass en Steve Reich) hebben zich vaak tegen de term verzet. Vaak gebeurt er in die muziek - zeker die van Reich - juist heel véél en wordt de muziek door verschuivende patronen en accenten uitermate gecompliceerd.

Neem Reichs Music for 18 Musicians, een kleurrijk en fascinerend stuk waarin je steeds op het verkeerde been wordt gezet.

In 2012 verraste hij weer, met een compositie gebaseerd op twee nummers van de Britse band Radiohead (Jigsaw Falling into Place en Everything in Its Right Place).

'Ik was op een festival in Krakau waar ik hun gitarist Jonny Greenwood mijn stuk Electric Counterpoint hoorde spelen. Ik was onder de indruk van zijn toewijding, maar ik schaamde me ook. Ik kende geen noot van Radiohead. Thuis heb ik wat muziek van ze opgezocht en ik vond twee tunes op hun website, het was materiaal van een repetitie. Ik dacht: daar kan ik wel een stuk omheen bouwen. Het zijn goede mensen, ik heb nog steeds contact met Jonny.'

Gaat hij vaker met rockbands werken? 'Nee, nee. Dit was eenmalig. Ik heb ook maar één Drumming gemaakt, ik heb geen behoefte om dat nog eens over te doen.'

Orkest

Waar hij wel mee bezig is, is een werk voor orkest. Dat is bijzonder, want de minimalisten hadden altijd eigen ensembles, met toegewijde musici die heel strak kunnen spelen, iets wat in een symfonieorkest van minder groot belang is. Waar Philip Glass vanaf de jaren tachtig alsnog fanatiek op het orkest dook (Glass heeft elf symfonieën op zijn naam), hield Reich meer afstand.

In het handjevol werken van Reich waarin het woord 'orchestra' opduikt, knipte hij het gezelschap steeds op. Traditionele vormen als de symfonie en het soloconcert meed hij. 'Ik heb de kracht van het symfonieorkest niet nodig', zegt hij. Maar ja, de orkesten blijven aan hem trekken.

Speeldata

Slagwerk Den Haag speelt (met) Steve Reich. 2/8, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam. Het concert is uitverkocht, maar wordt live gestreamd op boilerroom.tv.

Klarinettist Olivier Patey voert op 24/10 New York Counterpoint uit in het Concertgebouw in Amsterdam.

'Ik laat me inspireren door het barokke concerto grosso, waarin je meerdere solisten hebt. Het is een aanvraag van een aantal Amerikaanse orkesten, waaronder de New York Philharmonic. Ik zit nu op eenderde van de noten, de duur zal tussen een kwartier en 25 minuten zijn. In het najaar van 2018 moet het af zijn, de werktitel is Music for 20 Soloists and Orchestra. Eigenlijk speel ik een beetje vals. Ik maak gewoon een groot ensemble van de blazers en aanvoerders bij de strijkers. Die extra violisten hoeven dan pas bij de laatste repetitie aan te sluiten.'

Maar kan een traditioneel symfonieorkest zijn 'strakke' noten inmiddels spelen? 'Ik denk het wel. Zeker voor de slagwerkers zal het geen probleem zijn: die zijn opgegroeid met mijn muziek, ik hoef ze niks uit te leggen. Mijn weerzin tegen het orkest is nu wel voorbij. Ik ben ouder geworden. En de spelers jonger.'

Tekst gaat verder onder de afspeellijst.

Hoogtepunten uit het oeuvre van Reich

De carrière van Reich voert langs fascinerende patronen: zijn Joodse wortels en 9/11.

It's Gonna Rain (1965), een tapecompositie, is het stuk waarmee Reich zijn eigen variant van het minimalisme ontdekt. Hij speelt twee identieke bandfragmenten, met de stem van een gospelprediker, tegelijk af op twee verschillende recorders. De herhaalde fragmenten lopen geleidelijk uit elkaar, waardoor er fascinerende, aldoor verschuivende ritmische en melodische patronen ontstaan. Reich noemt dit 'phase shifting', faseverschuiving.

Drumming (1970/1971) is een werk voor een groot ensemble van voornamelijk slagwerkers. Reich voert hierin de verdubbeling van instrumenten, de in elkaar grijpende ritmische patronen en de faseverschuivingen naar een monumentaal hoogtepunt. Bongo's, marimba's en glockenspielen spelen achtereenvolgens de hoofdrol en ten slotte komen alle timbres samen.

In Eight Lines (1983) maakt Reich zich steeds meer los van het strikte minimalisme, waarin alles uit een enkel gegeven wordt afgeleid. Dit spetterende werk, met rijke harmonieën en een stuwende vijfkwartsmaat, is daarvan de voorlopige bekroning.

Met Tehillim (1981), een zetting van vier Hebreeuwse psalmteksten voor vrouwenstemmen en ensemble, gaat Reich op zoek naar zijn Joodse wortels. Het is met zijn weelderige verstrengelde melodielijnen een van zijn minst minimalistische stukken en een van de blijmoedigste composities van de 20ste eeuw.

Het aangrijpende Different Trains voor strijkkwartet en tape (1988) vormt een keerpunt in Reichs oeuvre. Alle muziek is afgeleid uit de spraakmelodie van gesproken tekst, onder meer afkomstig uit interviews met overlevenden van de Holocaust.

Met deze nieuwe techniek ontwikkelt Reich, samen met zijn echtgenote, de videokunstenaar Beryl Korot, het grote multimediawerk The Cave (1993). In deze kruising tussen video-opera en documentaire laten ze zien hoeveel het jodendom en de islam gemeen hebben. Helaas bestaat van dit werk, een poging om via kunst een bijdrage te leveren aan wereldvrede, geen goede video-opname. Het latere Three Tales (2002) geeft een goede indruk van de integratie van beeld, geluid en inhoud die Reich en Korot in hun gezamenlijke werk bereiken.

City Life (1995) voor ensemble en gesamplede stadsgeluiden is een ode aan Reichs woonplaats New York, compleet met toeterende auto's en dichtslaande taxideuren. Het bevat ook geluiden van de mislukte aanslag die in 1993 werd gepleegd op het WTC - een voorafschaduwing van de aanslagen van 2001, waarvoor Reich in 2011 met WTC 9/11 een in memoriam schreef.

Frits van der Waa

Meer over