BesprekingRetrospectief McQueen in Tate Modern

Steve McQueen zoomt in op waar het pijn doet, in zijn films even meesterlijk als in zijn beeldend werk

In Steve McQueens 'Static' (2009) cirkelt de camera vanuit een helikopter onophoudelijk om het Vrijheidsbeeld.Beeld Luke Walker

Tate Modern in Londen wijdt een retrospectief aan de kunstenaar die ook furore maakt als regisseur (12 Years a Slave).

Wanneer je de Steve McQueen-tentoonstelling in museum Tate Modern in Londen binnenloopt, sta je onmiddellijk oog in oog met het Amerikaanse Vrijheidsbeeld. Letterlijk oog in oog: vanaf een scherm in de verduisterde zaal staren de ogen van het beeld je aan, groot en uitdrukkingsloos. Static is de titel die de Engelse kunstenaar aan deze 35mm-film gaf, maar statisch is het beeld allerminst. Vanuit een helikopter cirkelt de camera om het reusachtige beeld in de baai van New York. Het lawaai van de op volle kracht draaiende motor en de klapperende wieken vormt de soundtrack. Het beeld schudt en schokt en laat het monument zien van een weinig geziene, kwetsbare kant. In detail zie je de erosie, het vuil dat zich ophoopt in de plooien van de toga van de vrouwengestalte, vogels die haar als nestplaats gebruiken. Op de achtergrond tolt de skyline van New Jersey in het rond.

Uit Ashes (2002-2015).Beeld Steve McQueen

Meer is er niet te zien in de 7 minuten durende loop, toch moet je blijven kijken. Nog een keer kijken, liefst nog eens een complete loop, kijken naar een beeld waarvan je dacht dat je het wel kende. Er gaat een hypnotiserende kracht uit van Static. En dat geldt voor alle twaalf filminstallaties in de expositie, McQueens eerste grote retrospectief in zijn geboortestad.

Steve McQueen (Londen, 9 oktober 1969) bekleedt een bijzondere positie in de kunstwereld: hij is een gelauwerd Hollywoodregisseur én een gevierd beeldend kunstenaar. Zijn speelfilm 12 Years a Slave won in 2014 drie Oscars, waaronder die voor Beste film. Het was zijn derde speelfilm, na Hunger (2008), over de hongerstaking van IRA-gevangenen in de jaren tachtig, en Shame (2010), een verhaal over seksverslaving en de hunkering naar echt contact. In 2018 verscheen Widows, een misdaadfilm met een  grotendeels vrouwelijke cast.

Uit Exodus (1992-1997).Beeld Steve McQueen

Al voor zijn doorbraak in 2008 als filmregisseur gold McQueen als een succesvol beeldend kunstenaar. Vanaf 1993, nog tijdens zijn studie aan de Londense kunstacademie Goldsmiths, trokken zijn experimentele films de aandacht en in 1999 won hij de prestigieuze Turner Prize. De overstap naar bioscoopfilms betekende geen breuk met zijn beeldende werk, voor McQueen zijn cinema en beeldende kunst op vanzelfsprekende wijze met elkaar verbonden. Dat zijn kunst dezelfde aandacht verdient als zijn Hollywoodproducties wordt in het indrukwekkende Tate-retrospectief nog eens benadrukt.

Wat opvalt in zijn speelfilms en kunstfilms is hoe intens en fysiek ze beide zijn. Ze grijpen je bij de keel, stompen je in de maag. Dat zit in de onderwerpen die McQueen kiest: politiek geweld, vrijheid, slavernij, het intieme drama van verslaving of dodelijk ongelukken. Maar het zit ook in zijn manier van filmen. Consequent zet hij zijn stijlmiddelen in om je aan te spreken, in het verhaal te trekken en bij de les te houden, of dat nu in de bioscoop is of in het museum.

Het oog van Charlotte Rampling in ‘Charlotte’.Beeld Steve McQueen

Wat zijn de drie opvallendste stijlkenmerken die Steve McQueen inzet?

1. Extreme close-ups

‘Mijn werk gaat over niet knipperen’, zegt McQueen, ‘maar over blijven kijken zonder te knipperen.’ Er is geen sterker voorbeeld van die stelling dan Charlotte (2004), een portret van het rechteroog van steracteur Charlotte Rampling. In een zes minuten durende loop zie je dat oog in extreme close-up, onder een rood filter. Het is van zo dichtbij gefilmd dat je elk rimpeltje en elk haarvaatje ziet zitten. Met zijn vingers tast McQueen het oog af, hij kneedt de zachte huid eromheen en strijkt langs de wimpers. De bewegingen zijn soms teder, dan weer bijna gewelddadig. Een vinger probeert de oogbol aan te raken, terwijl het oog een dappere poging doet niet te knipperen.

Door de extreme nabijheid, de fixatie op dat ene oog, zonder informatie over het gezicht of de bijbehorende mens, is het makkelijk jezelf in het beeld te verliezen. Het wordt zelfs moeilijk niet ook als een gek te gaan knipperen. McQueens werk zit vol met dit soort intense momenten, dicht op de huid, onontkoombaar.

Neem de openingscène van Hunger (2008). We zien de handen van een man in close-up, terwijl hij zijn trouwring afdoet en zijn gekneusde, geschaafde knokkels wast. Even later volgt weer een close-up van die handen, nu buiten, met een sigaret. Sneeuwvlokken vallen op de knokkels, in de wonden die nu nog rauwer lijken dan in het eerste shot. Pas later zien we het geweld dat de wonden heeft veroorzaakt: het inbeuken op IRA-gevangenen, in de Britse gevangenis waar de eigenaar van die handen bewaker is.

Over het doel van die close-ups zegt McQueen in een interview met The New York Times: ‘Ik doe een beroep op het publiek. Je weet hoe het voelt om je knokkels open te halen. Om te voelen hoe iets in die wonden prikt. Je voelt dat je erbij bent, je kunt die sensatie oproepen. Daar gaat het om, denk ik: niet alleen kijken, maar ook voelen.’

2. Lange takes

Zien en voelen, voelen en zien. Van dichtbij dus, net zolang als McQueen het nodig vindt dat je kijkt. Niet voor niets wordt hij de meester van de lange take genoemd; zijn speelfilms staan erom bekend. Het aangrijpendste voorbeeld daarvan zit in 12 Years a Slave, als de tot slaaf gemaakte Solomon Northup bij wijze van straf is opgeknoopt aan een boom op de plantage, waarbij zijn voeten maar net de grond raken. Anderhalve minuut lang blijft de camera onverbiddelijk gefixeerd op dat gruwelijke tafereel: Northup bungelend aan de boom, in de brandende zon, met een strop om zijn nek, tastend met zijn voeten om zijn leven niet te verliezen.

McQueen gebruikt de lange shots om de spanning op bouwen. Het moment waarop je opgelucht adem kunt halen wordt uitgesteld. Dat hoeft niet altijd om pijnlijke situaties te gaan. Zoals in Girls, Tricky (2001), een video-installatie waarin McQueen triphopartiest Tricky volgt bij de opname van een nieuw nummer. De vijftien minuten lange scène is vrijwel in één take opgenomen. De camera focust op het gezicht van de zanger, die zichzelf al zingend in trance lijkt te brengen. Hij begint zwoel en beheerst en wordt steeds heftiger, tot hij zijn woorden uitspuugt en zijn lichaam wild heen en weer schokt.

De gulzig op de zanger gerichte camera maakt Tricky's cocktail van creatieve energie, mannelijke agressie en sensualiteit zeldzaam intens. Rauwe emotie en overgave gaan hand in hand met beheersing: aan het einde van de opname schakelt de zanger moeiteloos over naar een evaluatie van zijn performance.

3. Geluid (en stilte)

Minstens zo overdonderend als de beelden in McQueens films zijn de soundtracks, waarin intieme geluiden worden uitvergroot en machines en helikopters veranderen in monsterlijk brullende beesten. In Shame  lijken de seksverslaafde  Brandon en zijn naar contact hunkerende zusje Sissi in je oor te ademen. Het brengt de personages zo dichtbij dat je je moeilijk voor ze af kunt sluiten, hoe onsympathiek ze soms ook zijn.

Nog zo'n voorbeeld is Western Deep (2002), McQueens 24 minuten durende impressie van de omstandigheden in ’s werelds diepste goudmijn, TauTona in Zuid-Afrika. De film begint in complete duisternis, met alleen het ratelende geluid van een lift in de schacht waarin de mijnwerkers afdalen. 3,5 kilometer later bevind je je in een schaars verlichte onderwereld, waar de temperaturen kunnen oplopen tot wel 90 graden Celsius. Het beeld blijft donker, McQueen maakte geen gebruik van extra licht. In het duister werkt het alles doordringende, dreunende kabaal van de machinerie in de mijn extra beklemmend. Soms laat McQueen het geluid even stilvallen. In de stilte galmt het kabaal na in je oren; er is geen ontkomen aan.

Terug naar het Vrijheidsbeeld. McQueen schoot Static in 2009, het jaar waarin Barack Obama het beeld weer openstelde voor publiek. Na de aanslagen op het World Trade Center op 11 september 2001 was het gesloten. In dat licht gezien is Static een monument voor een tijdperk waarin schijnbaar onverwoestbare idealen als vrijheid en vooruitgang het moeten uitvechten met een weerbarstige realiteit.

Onlangs maakte McQueen bekend dat hij binnenkort een nieuw, vergelijkbaar kunstwerk presenteert. Opnieuw liet hij de camera vanuit een helikopter rondcirkelen, ditmaal rond de zwartgeblakerde resten van de Grenfell Tower. De brand die in 2017 de Londense woontoren verwoestte, kostte 72 mensen het leven. Veel bewoners, overwegend arme Londenaren, waren woedend over de kille reactie van de autoriteiten. Vooral toenmalig premier Theresa May moest het ontgelden, omdat zij wel de plaats des onheils bezocht maar om ‘veiligheidsredenen’ weigerde overlevenden te ontmoeten.

Van zo’n beladen gebouw een monument maken  het is Steve McQueen ten voeten uit; de  kunstenaar en filmmaker die onze blik trekt naar waar het pijn doet. Om die pas na heel lang weer los te laten.

Steve McQueen, Tate Modern, Londen. t/m 11/5. 

Steve McQueen in 2020.Beeld Tate Photography / Oli Cowling

Klassenfoto's

Tegelijk met de tentoonstelling in Tate Modern toont Tate Britain, aan de andere kant van de Thames, een ander groot project van McQueen: Year 3: A Portrait of London. Wat er te zien is? 76.146 lachende 7- en 8-jarigen in schooluniform, samen met hun leerkrachten. McQueen liet voor het project klassenfoto’s maken van alle Londense derdeklassers. Het resulteerde in 3.128 klassenfoto’s. Een indrukwekkend portret van een rijkgeschakeerde leeftijdsgroep en ook van alle scholen die Londen rijk is. De foto’s zijn op zeshonderd billboards ook elders in de stad te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden