Sterke studie naar de Jodenvervolging houdt de schaamte op peil ****

Veel valse hoop – zo noemde de Duitse historicus Katja Happe haar geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Vorig jaar kwam het boek in Duitsland uit, nu is er de verdienstelijke vertaling van Fred Reurs. Heel veel valse hoop inderdaad, gewekt door de permanente misleiding van het bezettingsregime, maar ook door de vaste overtuiging van velen, zowel slachtoffers als omstanders, dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen en dat de bevrijding niet lang meer op zich zou laten wachten.

Happe (1970), die in Groningen studeerde en promoveerde, behandelt in haar overzichtswerk veel modern onderzoek naar aspecten van de grootste misdaad ooit in Nederland gepleegd. Haar boek is leesbaar gebleven doordat ze het grote verhaal consequent illustreert met belevenissen van betrokkenen, die in de bezettingstijd massaal hun ervaringen optekenden in dagboeken.

Wat Katja Happes werk vooral onderscheidt van dat van haar illustere voorgangers, is de beschrijving van het gemodder en getalm van internationale hulporganisaties en  vooral  de Nederlandse regering in Londen. Het kabinet-Gerbrandy wenste principieel geen onderscheid te maken tussen Joodse en niet-Joodse burgers – en deed dus niets extra’s voor de eersten. De regering huldigde nóg een principe: het vrijkopen van Joodse Nederlanders zou de vijand financieel steunen en daarmee een snelle beëindiging van de oorlog in de weg staan. In onwetendheid van Londen gelooft Happe niet: ze toont overtuigend aan dat de geallieerde regeringen weet hadden van de anti-Joodse maatregelen en het begin van de deportaties, en dat ze in december 1942 ‘konden weten welk lot de Joden te wachten stond’.

Voor wie er vatbaar voor is, levert Happes boek een forse onderhoudsdosis nationaal schaamtegevoel. Neem de leeggehaalde woningen van gedeporteerde Joden. De meubels gingen, voor zover niet onderweg gestolen, naar de gebombardeerde steden in Duitsland. De Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, die verantwoordelijk was voor het leeghalen, kreeg in juli 1944 uit Duitsland dit compliment: ‘U en uw medewerkers kunnen werkelijk tevreden zijn over wat de ontruiming van 29.000 woningen heeft opgeleverd.’ En als het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken de kosten die gemaakt zijn voor deportatie van Joden en ontruiming van huizen schat op bijna 182 miljoen gulden, komt er een paar maanden later het geruststellende bericht dat de verantwoordelijke nazifunctionaris besloten heeft dit geld aan het geroofde Joodse vermogen te onttrekken en aan de gemeenten uit te betalen.

De hoop van de betrokken gemeenten dat ze hun geld zouden terugkrijgen bleek dus niet vals.

Katja Happe: Veel valse hoop. Uit het Duits vertaald door Fred Reurs. Atlas Contact; 528 pagina’s; € 39,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.