Sterke slogans maar brave kunst

De kreten zijn legendarisch. Kalk slogans als ‘Wij eisen het avontuur terug’ of ‘Werk nooit’ op een muur en als een Pavlov-reactie verschijnen de jaren zestig op het netvlies....

Iets minder beroemd zijn de Internationale Situationisten, die deze slogans hebben gemunt. Deze jonge wilden – kunstenaars, schrijvers, filmmakers uit onder meer Frankrijk, Nederland, Denemarken en Engeland – vormden in de jaren zestig in verschillende formaties een van de radicaalste kunstbewegingen ooit. Twee, nog altijd dominante gedachten had dit groepje: de afschaffing van de kunst in naam van het echte leven, en het voornemen via kunst de wereld te veranderen. Dit laatste is gelukt, want vertegenwoordigers van de Situationisten waren betrokken bij de studentenopstand van 1968 in Parijs, waarna de beweging zichzelf heeft opgeheven.

In het Centraal Museum in Utrecht is voor het eerst een overzichtstentoonstelling gewijd aan deze mythische groepering (1957-1972), die in Italië werd opgericht. De tentoonstelling, eenW initiatief van het Zwitserse Tinguely Museum, wil de tot nog toe ‘onontwarbare kluwen van obscure, filosofische verwijzingen’ verduidelijken.

Zeker nu musea rekening dienen te houden met bezoekersaantallen en dus met verschillende soorten (oningewijd) publiek, is het natuurlijk de vraag hoe je zo’n obscure beweging en het belang ervan in beeld brengt.

Wat voor de hand ligt, maar niet kan: er een kermis van maken. Niet voor niets keerde de voorman van de Situationisten, de Fransman Guy Debord, zich in zijn boek De Spektakelmaatschappij uit 1967 fel tegen de roes van amusement.

Wat ook niet kan, maar wel is gebeurd: alle pamfletten en boekjes die de beweging ooit produceerde bij elkaar zoeken en op een chronologische rij in vitrinekasten leggen. Dat is interessant bij drukwerk van een beweging als De Stijl, waarin gezocht wordt naar grafische vernieuwing, maar niet bij drukwerk met de uitstraling van een huis-tuin-en-keukenstencil.

Desondanks is In Girum Imus Nocte et Consumimur Igni verrassend. Al is het maar vanwege de poging om woord en beeld naast elkaar te laten zien – behalve de schrijver Debord maakten ook beeldend kunstenaars als Asger Jorn, Ivan Chtcheglov en Constant tijdelijk deel uit van de groep.

Het vreemde is: zo sterk en opruiend als de slogans, zo zwak en braaf zijn de kunstwerken – uiteraard met uitzonderingen. De poëtische en architectuurkritische maquettes van Constant die een ode brengen aan het spelende individu, staan nog altijd stevig overeind, net als Jorns geestige overschilderingen van landschappen en Mariaportretten. Maar de tekeningetjes van Chtcheglov, waarin hij een meisje portretteert als vriendin van de duivel, zijn erg naïef om zijn pleidooi tegen verveling kracht bij te zetten. En de vormeloze kleiklonten van Ansgar Elde zijn in het licht van de beweging onbegrijpelijk.

Zo maakt de tentoonstelling onbedoeld korte metten met de mythe als zouden kunst en politiek, en kunst en leven heel goed samengaan. In de zee van revolutionaire bedoelingen is de kunst, in de zin van tastbare, esthetische mijlpalen, ten onder gegaan.

Desondanks heeft de S.I. nog altijd grote invloed. Vooral het idee van de ‘dérive’, een al dan niet nachtelijke dwaaltocht door de stad ‘in een poging jezelf te verliezen’, spreekt tot de verbeelding van kunstenaars als Jennifer Tee, met haar exotische installaties waarbij de kijker opgaat in een magische wereld, en Thomas Hirschhorn met zijn zaalvullende, maatschappijkritische bouwsels. Maar welke invloed de Situationisten hebben gehad op de generaties van nu, is dan weer niet in Utrecht te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden