STEPHEN SONDHEIM

Bij het woord musical denkt het publiek aan Andrew Lloyd Webber, niet aan Stephen Sondheim. Wie weet dat hij de teksten schreef van West Side Story?...

ZE ZIJN op dezelfde dag jarig, die twee grootheden van de hedendaagse musical. Maar daar houdt de vergelijking meteen op, want Stephen Sondheim en Andrew Lloyd Webber staan te boek als absolute tegenpolen. Webber is de man van de wereldwijde successen, Sondheim de man van de cult-flops. Webber staat voor commercie, Sondheim voor experiment. Webber bedient het grote publiek, Sondheim een select groepje fijnproevers.

Zelfs bij die enkele hits die Sondheim heeft gescoord zal geen mens meteen zijn naam roepen. Wie weet dat hij de teksten schreef van West Side Story? Dat hij de schepper is van het Tophonderd Allertijden-nummer Send in the clowns? De 'conceptmusical', een uitvinding van Sondheim, kennen we van zijn verjaardagsgenoot Webber die het verhaalloze genre aanwendt om het over katten te hebben. Terwijl Sondheim conceptmusicals schreef over zelfmoord, over aanslagen op Amerikaanse presidenten en over de eenzaamheid van de kunstenaar.

Dat Joop van den Ende zes jaar geleden in Nederland Sondheims bizarre Sweeney Todd opvoerde, met Ernst Daniël Smid en Simone Kleinsma in de hoofdrollen van een moordenaarsechtpaar, heeft de Amerikaan ook geen grote faam opgeleverd. 'Sondheim blijft het best bewaarde geheim uit de musical-business', zegt kenner Daniël Cohen, die al een vijftal 'Sondheims' regisseerde.

Maar als het aan de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen ligt, gaat daar verandering in komen. Want de groot opgezette musical die vanavond in Den Bosch zijn Nederlandse première beleeft, is van Stephen Sondheim. Company vormt zelfs de opmaat van een Sondheim-drieluik dat het Koninklijk Ballet de komende jaren wil uitbrengen.

De hoofdpersoon is Robert, een verstokte vrijgezel die op zijn 35ste verjaardag de liefdesrelaties van zijn vrienden overdenkt. Van een verhaal kun je niet echt spreken, het is een rondgang langs allerlei soorten relaties, en de ontwikkeling zit 'm in de geleidelijke verdieping van het beeld dat Robert van de liefde heeft.

Net als de meeste musicals van Sondheim is Company in Nederland alleen in het amateurcircuit opgevoerd. Dat is opmerkelijk, want tekstueel en muzikaal is het allemaal even moeilijk. Musical-crack Frank Sanders gebruikt Sondheim veel op zijn Musical Academie, maar de eerstejaars krijgen hem niet voorgeschoteld. 'Hij is de Shakespeare onder de musicalschrijvers. Je kunt je er niet achter verschuilen omdat het zo knap geschreven is. Wie het verpest, geeft voornamelijk blijk van z'n eigen onkunde.' Actrice Marlous van den Heuvel, bekend uit de musical Blood Brothers en tv-series als Vrouwenvleugel, noemt haar rol in Company 'hogeschoolwerk': 'Er zitten allemaal vreemde intervallen en rare sprongetjes in. Een van de nummers lijkt wel de Tweeminutenwals van Jasperina de Jong.'

'Je moet tellen als een kanon', verzucht haar collega Marc Krone, 'maar het zit zo goed in elkaar dat ik het nu kan drómen.' Wiskundig, die term valt regelmatig als Sondheim-kenners zijn werk omschrijven. En dan gaat het niet alleen om de muzikale opbouw, maar ook om de precisie waarmee Sondheim tekst, muziek en toneelhandeling in elkaar laat grijpen. In Company schreef Sondheim één uitgerekte noot die precies zo lang duurde als het de hele cast kostte om in het oorspronkelijke decor met een liftje naar beneden te komen. Sunday in the park with George, over de pointillistische schilder Seurat, heeft als muzikaal thema een reeks korte, snelle nootjes: de kwast op het doek waarmee de schilder - 'Look I made a hat/ where there ne-ver was a hat' - uit abstracte stipjes een beeld schept.

De teksten van Sondheim bezorgen vertalers slapeloze nachten. Wat zong het Puertoricaanse meisje ook al weer in de West Side Story?

'I feel charming / And disarming / It's alarming how charming I feel...' Sondheim was achteraf ontevreden over de taalvirtuositeit die hij het ongeschoolde meisje had toegekend - hij heeft dan ook nooit meer over arme sloebers geschreven. De zinnen waarin zijn personages spreken staan bomvol woordspelingen en ingenieuze rijmen, die ook nog eens perfect op de muziek passen. Ze spreken allemaal zo ongeveer als hun schepper. 'Ik heb zelden iemand meegemaakt die zo snel praat', vertelt musicalschrijver- en vertaler Koen van Dijk, die de inmiddels bejaarde Sondheim in New York heeft opgezocht. 'En het zijn allemaal zinnen met een kop en een staart.' Van Dijk, de schrijver van musicals als Cyrano en Joe, vertaalde voor Joop van den Ende Sondheims West Side Story en Sweeny Todd. 'Het is het allermooiste én het allermoeilijkste dat ik ooit gedaan heb,' zegt hij.

Zelf stelt Sondheim rustig dat zijn musicals onvertaalbaar zijn. Niet bepaald een standpunt waarmee je de wereld verovert. Sondheims virtuositeit lijkt een belemmering op de weg naar het grote succes. 'Zijn werk is te elitair voor het grote publiek', denkt Frank Sanders. 'Het zijn geen musicals waar je met de bedrijfsvereniging naartoe kan', vindt Jurrian van Dongen, aanstormend talent onder de musicalmakers, die op de Kleinkunst Academie afstudeerde met een musical over Sondheim. En voor Ivo de Wijs is die virtuositeit precies de reden dat hij niks met Sondheim heeft. Niet dat hij de man verafschuwt - al bestaat er een gezelschap van Send in the Clown-haters waar De Wijs zich graag bij zou aansluiten - maar 'meneer pakt het te intellectualistisch aan. Ik ken een paar van zijn musicals, maar ik kan er niks uit zingen.'

Daarmee verwoordt De Wijs de belangrijkste kritiek op het werk van Stephen Sondheim. Op een heel enkele uitzondering na kun je het niet nazingen. Waar de liefdesduetten uit de musicals van Andrew Lloyd Webber steevast de hitlijsten bestijgen, komen de nummers van Sondheim de theater- en cabaretzalen niet uit.

De bewonderaars wijten dat aan Sondheims weigering om concessies te doen. 'Sondheim heeft geen knieval gemaakt voor de commercie', zegt Frank Sanders, 'en dat is bijzonder in een genre waar zoveel geld mee gemoeid is. Hij is altijd grenzen blijven verleggen, is de musical blijven vernieuwen.' Jurrian van Dongen: 'Hij zou de grootste liedjesschrijver kunnen zijn na Cole Porter en George Gershwin, als hij zich gecommitteerd had aan het Amerikaanse systeem.'

Anderen schrijven Sondheims gebrek aan grote hits toe aan onvermogen. Hij is niet in staat om gewoon 'ik hou van jou' te zeggen, stelt criticus Mark Steyn in zijn boek Broadway Babies Say Goodnight. En wie goed naar Sondheims teksten luistert, moet de criticus gelijk geven. Alleen in Passion, een musical naar Ettore Scola's film Passione d'Amore, mag de hoofdpersoon voluit zwijmelen over de geweldige, knappe man op wie ze verliefd is. Maar de zangeres van die woorden is zelf een foeilelijke, onaangename vrouw die haar 'slachtoffer' uiteindelijk naar de ondergang leidt.

West Side Story verraadde Sondheims visie op de liefde al: 'charming' is ook 'alarming'. Aan alle liefdesrelaties die de stelletjes in Company bezingen zit een duistere kant. Hoe goed de geliefden het ook bedoelen, ze kwetsen elkaar óók, bezitten elkaar óók, verstikken of vervreemden elkaar óók. 'Marry me a little', zingt Robert dan ook als hij zelf over trouwen denkt. Dat terughoudende 'een beetje' is tekenend voor alle liefdesliedjes van Sondheim. 'Musicals zijn meestal heel direct in het uiten van emoties', zegt Daniël Cohen, 'bij Sondheim zijn er allerlei mitsen en maren.'

Die emotionele complexiteit is dramatisch interessant - niet voor niets is Sondheims werk geschikter voor zingende acteurs dan voor acterende zangers. Maar de man is zo consequent in die terughoudendheid, dat het meer moet zijn dan een dramatisch foefje. Sondheim laat zijn personages hun twijfels over de liefde zo pakkend verwoorden, dat je voelt hoe zeer de schrijver zelf aan het woord is.

Een beeldschoon, maar heel eenzaam jongetje in een majestueuze woonkamer met een piano, bedienden en een hond. Dat beeld schetst een vroeger vriendinnetje van Stephen Sondheim in de biografie van Meryle Secrest. Als enig kind van ouders die beide carrière maakten in de modewereld en hun kind altijd wegstuurden met nanny's of op kamp, zou je Stephen emotioneel verwaarloosd kunnen noemen, stelt de biografe. Zelf ontkent hij dat trouwens, zoals hij alle speculaties rondom zijn persoonlijke leven en zijn vermeende homoseksualiteit hardnekkig tegenspreekt.

Wel geeft Sondheim toe dat zijn wereld instortte toen zijn ouders scheidden, zijn vader verdween en zijn moeder aan de drank raakte. Bij musicalmaker Oskar Hammerstein, de vader van zijn beste vriendje, vond Sondheim een plaatsvervangend thuis en ontdekte hij muziek als een middel 'om orde te scheppen in de chaos van mijn leven'.

De levenspijn die doorklinkt in elk Sondheim-nummer maakt dat hij ondanks de geestige en virtuoze vondsten ook mensen kan ráken. Die pijn hoor je in 'Being Alive' uit Company waarin cynicus Robert het voor de duur van één lied uitschreeuwt om een geliefde: 'Someone you háve to let in / Someone whose feelings you spare / Someone who, like it or not, will want you to share / A little, a lot.'

Sondheim woelt in het gemoed van de toeschouwers, pookt in de vuurtjes van twijfel en innerlijke onrust die de gemiddelde Broadway-musical nou juist probeert te doven. 'Het publiek weet niet meteen wat het ermee aanmoet', is de ervaring van Daniël Cohen.

De onrust die Sondheim zaait, is misschien wel de echte verklaring voor de zogenaamde moeilijkheidsgraad van Sondheims werk. En de reden dat Joop van den Ende zich, na de teleurstellende publiekscijfers van Sweeney Todd, niet snel meer aan Stephen Sondheim zal wagen. 'De mensen zijn bang voor Sondheim', zegt Koen van Dijk, die zoals veel Nederlandse liefhebbers zeker weet dat er in Nederland een publiek bestaat voor de grootste musicalvernieuwer aller tijden. Wie weet wordt met Company dat publiek eindelijk gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden