De gidsThrillers

Stephen King en Don Winslow doorbreken de wet van de vuistdikke blockbuster. Wat een verademing

Beeld Sabine van Wechem

Nu eens geen doordenderende blockbuster, maar subtiele novellen van Stephen King en Don Winslow.

Het is allemaal de schuld van Arthur Hailey. De Brits-Canadese schrijver begon met omvangrijke thrillers als Hotel (1965) en Airport (1968). Verhalen gejaagd door actie en winst, en voor minder dan vijfhonderd pagina’s deed-ie het niet. Zo werd Hailey (1920-2004) de uitvinder van een nieuw genre: de airport novel. In het Nederlands vertaald als de stationsroman. Blockbuster, mag je ook zeggen. Sindsdien lijken thrillerschijvers te denken dat een misdaadroman ten minste het volume van een stoeptegel moet hebben, en wat een misverstand is dat.

Rob van Scheers leidt u door de wereld van de thriller. Hugo Blom doet dat volgende week over luisterboeken, Pjotr van Lenteren praat u daarna bij over jeugdboeken.

Patricia Highsmith had voor The Talented Mr. Ripley slechts 248 pagina’s nodig, een meesterwerk. Raymond Chandler kon het af met 250. En dan hebben we het nog niet eens over de korte verhalen van Edgar Allan Poe of Philip K. Dick – hele werelden gaan voor je open met een paar welgemikte pennestreken. Minder is meer. Moeilijker is het ook. Zoals de Franse wijsheid luidt: ik schrijf je een lange brief, want ik heb geen tijd voor een korte.

Beeld Boekerij

Alsof het afgesproken werk is, doorbreken twee topauteurs nu die blockbusterwet. In Als het bloedt (Boekerij; € 24,99) verzamelde Stephen King vier novellen. Situatieschetsen zijn het, met tal van kingiaanse vondsten: de jonge Craig gooit een mobieltje in de kist van zijn oude vriend, meneer Harrigan, en ontvangt op zeker moment berichtjes van gene zijde. Van meneer Harrigan, welteverstaan. Krankzinnig plot, goed gevonden – en dan volgen nog drie novellen in heel andere milieus. Gemiddelde lengte: 100 pagina’s per episode. Achter elkaar gezet nog steeds een kloek boek, maar door de variatie gunt King ons zo veel lucht dat je geamuseerd blijft doorlezen.

Meer vakwerk: Gebroken van Don Winslow (HarperCollins; € 19,95). Hij tovert zes novellen in één band en heeft daar 384 pagina’s voor nodig (in de Engelse editie zelfs maar 334). Alle grote thema’s van het thrillergenre – die we al kenden van zijn 21 eerdere titels – komen voorbij: corruptie bij de politie, wraak, het goede willen maar het foute oogsten, verlies, verraad, schuld en boete – vaak uitgedrukt in snedige dialogen. De verhalen spelen afwisselend in New Orleans en Hawaii, Californië en Texas, en Winslow heeft ze verpakt als hommages aan zijn voorbeelden: acteur Steve McQueen, Raymond Chandler, Elmore Leonard, zo lezen we voorafgaand aan elk verhaal.

Beeld HarperCollins

In ‘Crime 101' – een van de sterkste – dansen juwelendief Davis en inspecteur Lou Lubesnick een gevaarlijke pas de deux, een kat-en-muisspel, McQueen-fans als ze allebei blijken te zijn.

‘Weet je wat ik de beste McQueen-film vind?’, vraagt de inspecteur aan de dief (terwijl hij hem probeert te ontmaskeren).

‘Nou?’

The Thomas Crown Affair.’

Hij kijkt hem glimlachend aan.

‘Met McQueen als kunstdief, toch?’, zegt Davis (die wel aanvoelt dat de inspecteur hem doorheeft en nu overweegt om Lubesnick maar neer te schieten).

Goed vertaald door Catherine Smit, met precies de juiste ‘hardgekookte’ thrillertoon. Slechts één zinnetje viel mij tegen. In het aan Elmore Leonard opgedragen ‘De dierentuin van San Diego’ luidt de eerste zin: ‘No one knows how the chimp got the revolver.’ De opmaat naar een tragikomische geschiedenis over een agent die een aap moet ontwapenen. Je zou denken: ‘Niemand weet hoe de chimp aan die gun kwam.’ Maar er staat in vertaling: ‘Waar de chimpansee die revolver vandaan heeft, weet niemand.’ Beetje formeel voor een zin met zo’n absurdistische insteek. Nou ja, detail. Wat vooral duidelijk wordt uit de novellen van Winslow en King is dat het geen blockbuster vereist om de lezer iets bijzonders te laten beleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden