Boekrecensie Stephan Enter

Stephan Enters Pastorale is één groot afscheid van het thema ★★★★☆

De zoveelste roman over het benauwde leven in de gereformeerde provincie? Gelukkig niet. Beheerst en geraffineerd schetst Stephan Enter een wereld die op knappen staat.

Beeld Olivier Heiligers

Alsjeblieft, niet wéér. Een ouderling in een roman, dat kan alleen maar betekenen: een onaangenaam ogende, onwelriekende en onuitstaanbaar zelfgenoegzame ouderling, want in Nederlandse romans rekenen we zo met deze leden van de kerkeraad af. In de roman Pastorale van Stephan Enter (1973) komt er een over de vloer in het ouderlijk huis van de jonge Oscar en Louise de Vree. Rode kop, driedelig pak, bril, en Westeneng is de naam: ‘Van tijd tot tijd kantelde hij als een tuimelaar naar voren, strekte een beringde hand naar een glazen schotel met Droste-flikken op het lage tafeltje voor hem en bracht er een naar zijn al bij voorbaat smakkende lippen.’

Alsof we in de afgelopen decennia bij Maarten ’t Hart en Jan Siebelink nog niet genoeg van die engnekken hebben gezien. Een wandelend cliché. Maar nu komt de verrassing: bij Enter heet deze Westeneng ook een wandelend cliché en merkt Louise op dat hij uit een roman van Maarten ’t Hart of Jane Austen had kunnen komen. Die opmerking is een verademing: dit is niet de zoveelste roman van een auteur die zijn gereformeerde jeugd gaat zitten verwerken.

Enter doet iets nieuws en geraffineerds. Zijn roman speelt in Brevendal (anagram van Barneveld, net zoals in zijn roman Spel uit 2007) op de Veluwe, in de jaren tachtig. Beslissende jaren voor Oscar (voorlaatste klas middelbare school) en Louise (student Engels, rookt en drinkt, woont in een stad in het westen des lands) – maar bovenal: de laatste jaren waarin men naast elkaar kon wonen zonder elkaar te kennen, waarin je de wereld van je jeugd moeiteloos naar de ouderdom leek te kunnen loodsen.

De titel van de roman is verraderlijk. Enter leeft zich uit in natuurtaferelen (bomen, vogels, zomerzon) en schetst situaties als uit een idyllische film of historische roman (in een roeiboot, op een kerktoren, onder een luchtballon). Maar het gaat hier helemaal niet om de beschutting van het rimpelloze Hollandse leventje in de gereformeerde provincie. Pastorale markeert, net als Pastorale 1943 (uit 1948) van Simon Vestdijk, het afscheid van het titelwoord.

Afscheidsroman

Sterker nog: dit is één grote afscheidsroman. Het landgoed waar de familie De Vree woont, moet waarschijnlijk in de verkoop; de zomer loopt ten einde; de Molukkers die in een eigen wijk zijn ondergebracht (nadat ze vanaf de jaren vijftig in twee barakkenkampen waren gestopt), beginnen voor onrust te zorgen in de rest van het dorp; de kinderen De Vree zitten op de grens van definitief breken met het geloof en vooralsnog verbale rebellie. Goed, de SRV-wagen rijdt nog door de straat en op tv is Mien Dobbelsteen te zien, maar aan alles is te voelen dat die wereld niet veel langer houdbaar is. Maar goed ook, want al die passages over bloemetjes, bijtjes, grazige weiden en ‘waatren der rust’ (Psalm 23) zijn over de datum en beginnen te stinken als de eerste de beste ouderling.

De zesde roman die Enter in zijn 20-jarige carrière schreef, is even hecht en klassiek als de voorgangers, waarvan de vriendenreünie-roman Grip (2011) het voorlopige hoogtepunt was. Zoals altijd is hij ijzersterk en beheerst in zijn ontledingen van het gemoed van jongelingen, en in zijn sfeerbeschrijvingen. Maar in Pastorale is de greep groter dan voorheen, de auteur waagt meer. Ontegenzeggelijk is hij erop uit een thema aan te roeren dat in Nederland al had moeten spelen meteen na afloop van de Tweede Wereldoorlog, maar dat pas dringend werd in deze eeuw, toen ontkerkelijking en (asiel)immigratie mede voor een nieuwe samenleving zorgden en het voorgoed onmogelijk was geworden nog langer volkomen langs elkaar te leven.

Kijk je de ander aan, of kijk je van de ander weg, zou dan ook de vraag van deze roman kunnen heten. In Pastorale lopen de ouderlingen uit het boekje nog rond, maar de jongen Oscar gaat al een kijkje nemen bij de familie Matupessy in de Molukse wijk (aanvankelijk om huiswerk te brengen voor zijn klasgenoot Jonkie), en zijn zus Louise zorgt met haar opstandige houding (bijbeldundrukpapier als vloeitje gebruiken) en discussies voor onrust binnen de gereformeerde gemeente.

Finale pastorale

Intussen laat Enter geen gelegenheid passeren of hij brengt een hommel, beekje of de maan ter sprake, alsof de natuur onverstoorbaar haar gang gaat. In de verte doet dit boek denken aan Elias (1936) van Maurice Gilliams, waarin een welgestelde jongen uit het isolement van een landhuis wil breken. Met name Enters personage vader De Vree, die zich na zijn geloofsafval heeft opgesloten in pianospelen en het lezen van kranten en boeken, om de alledaagse werkelijkheid (in casu zijn vrouw die nog in zwarte kousen ter kerke gaat) te ontlopen, zou een nazaat van Elias kunnen zijn. Sympathieke man, ofschoon wereldvreemd.

Misschien dat die vader zijn leefwijze kan handhaven. Nog heel even. Zoals alles en iedereen in Pastorale binnenkort in beweging moet komen, al dan niet uit vrije wil. Dit is een roman over een nagenoeg stilstaande en benauwde wereld die op knappen staat (daarom beginnen de muggen tegen het eind gemeen te steken), omdat er een kolkende moderne wereld zit aan te komen. De ouderling die om de haverklap huize De Vree aandoet om te komen borrelen, flikken inpikken en bijbelvast palaveren, is dan geschiedenis geworden.

Dit is de finale pastorale. Goddank, denk je met een bevrijdende zucht, dat we de jaren tachtig áchter ons hebben.

Stephan Enter: Pastorale

Van Oorschot; 286 pagina’s; € 22,50.

Beeld Van Oorschot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden