Columnsylvia witteman

Stel je voor dat een man zo over vrouwen zou schrijven als Benoîte Groult over haar spierbonk

null Beeld

In een straatbibliotheekje trof ik Iers dagboek, van Benoîte Groult. Die naam luidde een pavlovbelletje. Zout op mijn huid! De wereldberoemde damesroman uit de jaren tachtig, over de verhouding van een zogenaamd ‘intellectuele’ (maar vooral onuitstaanbaar nuffige) Parisienne met een knoestige Bretonse zeebonk.

De bonk ‘Gauvain’ praat plat, maar neukt er des te beter om, want zo gaan die dingen (wacht, ik pak het boek er even bij): ‘En toch zal ik straks alweer toelaten, wat zeg ik verlangen, dat Gauvain opnieuw het roodgloeiende ijzer hanteert en zijn heipaal in me brengt die, tegen alle natuurwetten in, als hij eenmaal de pijnlijke drempel is gepasseerd zijn eigen plekje vindt, al is het een beetje krap zoals van een kledingstuk wordt gezegd.’

Vond men dit indertijd pikant? Het is bijna onvoorstelbaar, we hadden tenslotte Anja ‘vlammen in mijn kut’ Meulenbelt al ruimschoots achter de kiezen. Maar een bestseller werd Zout op mijn huid toch, vooral door het hoge bouquetreeksgehalte, verguld met een zweempje feminisme, althans, dat laatste matigde Groult zich met graagte aan.

Een levenslange passie tussen twee mensen kan alleen bestaan als alledaagsheden worden vermeden, laat Groult ons weten, en daar heeft ze ongetwijfeld gelijk in. De zeebonk en de Parisienne zien elkaar soms jaren niet, maar bij elke ontmoeting laait de liefde weer op. Nou ja, liefde, het is vooral lust. Buiten het neuken om laat de Parisienne geen gelegenheid voorbijgaan om zich dood te ergeren aan die arme Gauvain.

Hij praat plat, hij snijdt zijn vlees verkeerd, hij leest verkeerd (hij slaat de bladzijden van een boek om door ertussen te blazen: een interessante methode waar ik nog nooit van had gehoord, maar kom op zeg, wat ben je dan voor een trut van Troje als dat je stoort? Die man léést tenminste, kom daar nog maar eens om!) en hij kleedt zich verkeerd: ‘Hij had het (overhemd) met zorg gekozen uit het ergste wat er op exotisch gebied te krijgen was: weerzinwekkend oranje, versierd met rode palmen en negerinnen met manden op hun hoofd.’

Ik zou een moord doen voor dat overhemd, maar los daarvan: hoe kun je hitsig worden van een man tegen wie je zo veel bezwaren hebt? Hoe kun je vallen voor een edele wilde, een soort Minotaurus, een spierbonk met een hartje (en een lul) van goud terwijl je zo op hem neerkijkt? En intussen veilig getrouwd blijven met je keurige Parijse intellectuele schuinsmarcherende proto-fallocraat?

Alles is nog min of meer echt gebeurd ook, lees ik in Iers dagboek (2019), over de zomers die ze doorbracht in haar Ierse vakantiehuis, waar ze tot vervelens toe opschreef welke vissen ze allemaal ving en welke beroemde, bevriende Fransozen haar kwamen bezoeken, onder wie Mitterrand, met zijn helikopter en zijn lijfwachten. ‘Opeens was hij er. Mijn president, hier!’ Hoe krijg je het uit je pen?

De knoestige Minotaurus was in werkelijkheid geen Bretonse visser, lees ik, maar een Amerikaanse piloot. In haar dagboek wikkelt Groult nog minder doekjes om haar minachting, maar ‘alles wat me aan hem ergert als hij verticaal is verdwijnt spoorloos in het horizontale vlak!’ Als die arme kerel (rond zijn 80ste!) impotent wordt, verliest ze dan ook alle belangstelling. Ook haar eigen wettige man verwijt ze dat hij op zijn stokoude dag wat dik en morsig wordt. Stel je voor dat een man zo over vrouwen zou schrijven? Het huis zou te klein zijn.

Toch knap, dat iedereen Groult vol bewondering als een vrijgevochten vrouw beschouwde, terwijl ze gewoon een hooghartig kutwijf was met een doodeng, veel te strak gelift apensmoeltje. Hoe kreeg ze het voor elkaar?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden