Stefanie kreeg spijt dat ze haar kleding verkocht had

Stefanie Bottelier

Foto .

Het is middernacht en de euforie over het verdienen van ruim 300 euro met de verkoop van mijn afgedankte kleren en schoenen op de Amsterdamse IJ-hallen begint plaats te maken voor iets anders. Paniek. Blinde paniek dat ik, ondanks een extreem streng selectieproces, tóch fantastische dingen van de hand heb gedaan. Dat ene 'vintage' paillettenvestje uit de eerste collectie van 'ontwerper' Kate Moss voor Topshop bijvoorbeeld. Was dat niet eigenlijk een collector's item? Goed, het werd misschien al jaren bewaard in een vuilniszak in de kelderbox, het is van Topshop en er zijn er waarschijnlijk honderdduizend van gemaakt. Maar had ik het niet toch moeten bewaren? Voor later? En dat nooit-gedragen overhemd van Cos met het prijskaartje van euro 59,95 er nog aan. Ben ik geen dief van mijn eigen portemonnee geweest door dat voor 2 euro te laten gaan? Bijna honderd procent korting!

En zo gaat het de rest van de week: middernachtelijke flashbacks van items die ik misschien nooit of al jaren niet heb gedragen, maar die door de magische werking van de nacht en door het feit dat ik het niet meer kan checken, veranderen van ouwe troep in mythische vintageschatten die ik nooit aan vreemden had moeten verkopen.

Daarbij komt de diepgewortelde angst een sukkel-die-niet-kan-onderhandelen te zijn, een mak schaap, dat ondanks hardop uitgesproken voornemens zoals: 'deze Marc Jacobs-sandalen gaan dus écht niet onder de 10 euro weg', geen item boven de 3 euro van de hand heeft gedaan. Overdag had ik nog genoten van een andere - positieve - IJ-Hallen-emotie: het warme gevoel dat ik mensen blij had gemaakt met iets moois voor weinig. Bijna altruïstisch, maar dan nog beter omdat je er zelf ook nog wat aan overhoudt.

Maar 's nachts slaat de twijfel toe. Die leuke vrouw, die precies de beste items uit mijn stapel had gehaald en zoveel kocht dat ze bovenop mijn bodemprijzen nog meer korting bedong - en ook kreeg -, was dat wel zo'n leuke vrouw? Of was zij die gevreesde haaibaai die de volgende dag al lachend in haar vuistje de spullen voor het driedubbele te koop stond aan te bieden op de Noordermarkt? Want die vrouw schijnt te bestaan. Was ik genaaid? Had ik mezelf genaaid? Verlammende angst. Toegegeven, 300 euro is een behoorlijke opbrengst, helemaal als je de slechtste zakenvrouw ooit bent. Maar het betekent ook dat ik dus zeker meer dan honderd afzonderlijke items had verkocht! En voor een hoarder die het potentieel van in principe álle spullen inziet, is dit een afschuwelijke aderlating. Maar omdat er zelfs wat mij betreft grenzen zijn aan de groei (en vooral aan mijn huis), sta ik toch ongeveer eens in de twee jaar de spullen die ik echt niet meer draag te verkopen. Vaker kan niet vanwege de emotionele belasting van dit proces. Al moet ik toegeven dat het telkens beter gaat. De fantoompijn die de verkochte kleren veroorzaken, wordt allengs minder en ik denk nu bijna nooit meer aan het Kate Moss-vestje. En ik probeer ervan te leren. Zo heb ik besloten dat de opbrengst van deze laatste verkoop gaat naar de aankoop van slechts één klassieker die zó ontzettend tijdloos is dat ik hem nooit meer hoef te verpatsen.