Steelgitaar doet het heel goed bij Schubert

Tussen Dallas en de stad Nashville ligt een kilometer of duizend. Het is zoiets als het verschil tussen Hilversum en Wenen - maar met zulke kleinigheden houden spelers en bezoekers van de traditionele nieuwjaarsmatinee van het Nederlands Blazers Ensemble zich doorgaans niet bezig....

Van onze verslaggever

Roland de Beer

AMSTERDAM

Met de slogan Van Dallas tot Callas, zoals het spektakel heette waarmee het NBE en de VPRO de strijd aanbonden met de Straussen van de Wiener Philharmoniker, Riccardo Muti en de Oostenrijkse omroep ORF, konden zelfs de zingende zusjes Beth en April Stevens uit Tennessee wel leven.

Vers overgevlogen, vertolkten ze monter de toegift van het nieuwjaarsconcert in het Amsterdamse Concertgebouw. En als er één bewijs was van de universele bruikbaarheid van de Duitse liedkunst, dan was het wel het Nashville-arrangement waarin de gezusters Stevens Franz Schuberts ode An die Musik uit 1817 voor hun rekening namen. Zelden klonk het Du holde Kunst van de twintigjarige Schubert aangrijpender dan in de steelgitaar van de band Tulsa en in de snijdende tertsen ('Oh sweetest song') van het damesduo Stevens - door kenners wel vergeleken met een 'jonge Dolly Parton in duplo'. Goed dat ze in Wenen de VPRO niet op de kabel hebben. Men kan daar rustig doorgaan met de voorbereidingen van het Schubertjaar 1997.

Het nieuwjaarsconcert van de Blazers stond in alle opzichten in het teken van liefde en hartstocht. Voor het Sweetest Song of Holde Kunst, gedicht door dezelfde Franz von Schober die in oudere Schubertbiografieën zo'n slechte pers haalde omdat hij Schubert zou hebben meegesleept naar de uitgaansgelegenheid waar de componist de hem fataal geworden syfilis opliep, klonk er een dertigmaal herhaalde Dans van de Ridders uit Prokofjevs Romeo en Julia. Gevolgd door een act van de stemkunstenaar Jaap Blonk, waarna men een Intocht der Lampekappen zag in een blaas- en elektronicastuk van Nic Collins.

Er volgden nog delen uit Verdi's opera Il Trovatore, nog eens Prokofjev, andermaal Verdi, maar ook fantasieën over Schuberts Erlkönig van Peter-Jan Wagemans. En er was een hoogtepunt in de vorm van drie miniatuur-zangspelen, gecomponeerd door VPRO-kijkers in de leeftijd van 9 tot 15 - waarin een liefdespaar in opera seria-stijl van majeur naar mineur bewoog en zijn relatie zag sneuvelen door rondslingerende sokken. Waarin een pad en een kikker huwden en door de babybezorgende ooievaar werden opgegeten; dit omlijst door twee mini-broertjes uit Heemstede die de planeten tot leven brachten met behulp van een keyboard, een draaitoneel en een tune met open eind.

Mochten we iets hebben overgeslagen, dan komt dat doordat het vrolijke, van het ontmoedigende naar het charmante pendelende allegaartje werd ondersteund met commentaren die de tv-kijker moest volgen via Radio 4, en die de zaalbezoeker kon opvangen met hulp van tevoren verstrekte radiokoptelefoons.

Dat spektakel ging door tot in de pauze: bezoekers en Blazers die bij het stommelen door de Concertgebouwgangen de telefoon op de knar hielden, hoorden na het verklinken van Prokofjevs Romeo en Julia nog een tijdlang Radio 4 doorprevelen. 'Inmiddels stond de moemmf hoog aan de hemel', of zo. Niet alle telefoons functioneerden zoals het VPRO-bestuur en de blazersprogrammaredactie gedacht zullen hebben dat het moest. Sommige brachten slechts gemompel of louter stilte voort.

Al met al vormden die rode tovertelefoons, die de zaal als één man op- en afdeed wanneer dirigent Thierry Fischer en/of lichtsymbolen op vier metershoge projectiezuilen daartoe het teken gaven, een stoorzender van jewelste. Ze gleden af of knelden, brachten ook bij goed functioneren het jongere bezoekersechelon van zijn à propos, en leverden de verdenking op dat de techniek het nieuwjaarsspektakel zodanig heeft overgenomen dat de muziek er niet zo erg meer toe doet.

Waar vorig jaar, onder het motto Van Strauss tot House, sprake was van een virtual reality-dansfiguur die men gevoeglijk over het hoofd mocht zien, rustte ditmaal een taak van aanjager en 'commentator' op de onfortuinlijke Jaap Blonk, stemkunstenaar, klankdichter en praktizerend dada-herontdekker.

Zetelend tussen een antieke radio, een buste van Schubert en een tv met beelden van het schansspringen in Garmisch-Partenkirchen, trachtte hij het onmogelijke te realiseren: de zaal en de tv-kijker gelijkelijk te overtuigen van de nieuwjaars-onmisbaarheid van fijngeslepen, naar Paul van Ostaijen en baba-oemf verwijzende woord- en klankkunst.

Zo pienter als de VPRO oude Maria Callasbeelden bewerkte, het geluid van Callas' toenmalige begeleiders wegretoucheerde, en de solo-Callas deed versmelten met nieuwe zwartwitbeelden van de Blazers (opgenomen met antieke televisiecamera's), zo halfgaar was het resultaat in de concertzaal. En zo knap als de bewerkingen waren van de blazersarrangeur Hans van der Heide; het kon de indruk niet wegnemen dat de Blazers ditmaal weinig interessants te doen hadden. Waar de Straussen in Wenen zo vast als roest zitten, is het NBE naar een ander uiterste doorgeslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.