Steeds minder acteurs in vaste dienst, een vloek of een zegen?

Het aantal acteurs dat in vaste dienst is bij een gezelschap is drastisch gedaald. Hoe komt dat en wat zijn de voor- en nadelen van een vaste betrekking?

Beeld Hilde Harshagen

'Als je een groot ensemble hebt, hoef je geen handen te schudden op de eerste repetitiedag.' Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, met 22 acteurs in vaste dienst, vindt een groot ensemble 'de enige manier om hoogwaardig toneel maken.' Want: 'Als je elkaar goed kent en vertrouwt, durf je ook te falen. Dat is nodig om goede kunst te maken.' Ook Theu Boermans, artistiek leider van het Nationale Toneel, dat na de bezuinigingen het aantal acteurs wist uit te breiden tot zeventien, meent dat een vaste groep de toneelkwaliteit bevordert. Boermans vergelijkt het met een orkest: 'Als de orkestleden goed op elkaar zijn ingespeeld, verhoogt dat de kwaliteit.'

Een (groot) ensemble, met acteurs in vaste dienst - voor veel gezelschappen geldt dat als ideaal. Maar steeds minder vaak behoort het tot de mogelijkheden. Het afgelopen decennium is het aantal ensembles sterk afgenomen. Nog maar vier van de acht toneelgezelschappen die rijkssubsidie krijgen, hebben een ensemble. Tien jaar geleden waren dat er nog zeven. Afgezien van Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel hebben alle andere gezelschappen in de basisinfrastructuur noodgedwongen het acteursensemble - bestaand uit acteurs met een vast contract of een tijdelijke aanstelling van een jaar of langer- afgeschaft of flink teruggebracht.

Ivo van Hove, sinds 2001 directeur van Toneelgroep Amsterdam.Beeld Ivo van der Bent

Flexibilisering

Uit een rondgang van de Volkskrant bij die acht gezelschappen, blijkt dat het aantal contracten van een jaar of langer de afgelopen tien jaar terugliep van 130 naar 59, een daling van 54 procent. De vaste contracten, van onbepaalde tijd of voor een hele subsidieperiode, gingen van 48 naar 37. Het aantal tijdelijke contracten van een jaar of langer daalde met zeker ruim 70 procent. In plaats van langeretermijn contracten, wordt steeds meer gebruik gemaakt van freelance- of gastacteurs die per productie worden ingehuurd. Afgelopen seizoen hadden de onderzochte groepen ruim tweehonderd freelancers in dienst. De flexibilisering van de markt heeft volgens de gezelschappen vooral te maken met de bezuinigingen van de afgelopen jaren in de kunstsector, 'een terugtrekkende overheid'. Daarbij maken acteurs vaker bewust de keuze freelancer te worden.

Voor gezelschappen heeft het werken met contracten van rond de drie maanden pluspunten. Erik Pals, algemeen directeur van Ro Theater, wijst op een onzekere toekomst qua bezuinigingen: 'Niemand kan ons garanderen dat het hierbij blijft. Met meer freelance acteurs kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen.' Naast financiële flexibiliteit geeft het inhuren van acteurs per productie ook vrijheid in repertoirekeuze. 'Je kunt dan heel gericht op de specifieke kwaliteiten, die nodig zijn voor een bepaalde rol gaan casten', zegt Marcel 't Sas, zakelijk directeur van Toneelgroep Maastricht.

Toch geeft het merendeel van de gezelschappen aan dat zij, met meer middelen, een groter ensemble zouden willen. Vaste acteurs verlenen een gezelschap bekendheid, een duidelijke identiteit voor het publiek. Toneelgroep Amsterdam, het Ro Theater en het Noord Nederlands Toneel hebben 'bekende koppen' als Halina Reijn, Gijs Naber en Ko van den Bosch, die een voorstelling kunnen verkopen en het 'merk' van hun groep met zich meedragen. Erik Pals: 'Ik ben nu bezig met een verkoopronde langs theaters en het feit dat ik Jack Wouterse op de posters heb, helpt. Hij is ons uithangbord.'

Beeld ANP Kippa Robert Vos

Jeroen Spitzenberger (38)

Zegt per 1 februari 2015 zijn vaste baan op bij Het Nationale Toneel in Den Haag.

Hij gaat uit vaste dienst en kiest voor een freelancebestaan.

'Over werk en aanbiedingen heb ik niet te klagen, ik moet eerder nee zeggen. Dat heeft meegespeeld bij mijn besluit om mijn vaste aanstelling bij het Nationale Toneel op te zeggen en te gaan freelancen. De afgelopen paar jaar had ik al een afspraak met het gezelschap: ik was steeds een half jaar met onbetaald verlof, zodat ik ook films en tv-series kon maken. Maar nu ben ik toe aan een volgende stap: helemaal vrij zijn om de artistieke keuzen te maken die voor mij interessant zijn.

'Wat ik de afgelopen zeven jaar als lid van een ensemble een groot voordeel vond, is dat je hier werkt met regisseurs en dramaturgen die je kennen, weten waar je talenten liggen en hoe je die kunt uitbouwen. Ik ben blij dat ze mij hier op allerlei kleuren hebben aangesproken.

'Tegelijk kwamen er dus die aanbiedingen van buitenaf die ook erg aantrekkelijk waren. Overigens denk ik dat het ook voor een gezelschap positief is als een acteur door zijn film- en tv-werk wat meer high profile wordt - en nu hoop ik maar dat ik niet al te arrogant overkom'.

Theatermakers

Gezelschappen zonder ensemble proberen dit met een vaste groep terugkerende freelancers enigszins te imiteren. Ruud van Meijel, zakelijk directeur van Oostpool: 'Een ensemble zou je kunnen beschouwen als het gezin. De terugkerende freelancers zijn onze familie. We houden ze op de hoogte van onze plannen en zo blijven ze betrokken.' Het Zuidelijk Toneel en Toneelgroep Oostpool proberen daarnaast een artistieke identiteit te creëren door over te stappen op een ensemble van theatermakers in plaats van acteurs. Bregtje Radstake, artistiek coördinator van HZT: 'In 2013 besloten we om een makershuis te worden. Onze vier makers hebben de vrijheid om in hun producties de grenzen op te zoeken van toneel en theater. Zij moeten dan ook kunnen casten zoals zij willen.'

Ivo van Hove meent dat het werken in een ensemble ook voor acteurs een duidelijke artistieke meerwaarde heeft: 'Als freelancer word je vaak voor rollen gecast die bijna hetzelfde zijn. Wij vermijden dat en werken dus aan de ontwikkeling van onze acteurs.'

Een ander uitermate praktisch voordeel van het hebben van een groot ensemble is het in reprise nemen van een voorstelling. Als een productie succesvol is, kan het aantrekkelijk zijn de speeltijd te verlengen of volgend seizoen opnieuw te spelen. Als de acteurs in die productie freelancers zijn, is de kans klein dat ze allemaal kunnen doorspelen. Toneelgroep Amsterdam heeft met het ensemble van ruim twintig acteurs de mogelijkheid om sommige voorstellingen acht tot tien jaar in de running te houden. Het Nationale Toneel wil met een uitgebreid ensemble een 'toneelbibliotheek opbouwen'.

Een ensemble heeft pas een voordeel als het echt groot is, tussen de tien en vijftien man. Daarom koos Toneelgroep Oostpool er bewust voor helemaal geen ensemble meer na te streven. 'Een paar mensen vast in dienst hebben, heeft geen meerwaarde.'

Het plannen van reprises blijft echter lastig. Alhoewel Jacques van Veen, directeur van de Utrechtse Spelen, vindt dat het een kwestie is van goed plannen: 'Als je het freelancers op tijd laat weten, is het best mogelijk.'

In vaste dienst of artistieke vrijheid?

Oudere actrices vertellen het nog graag: toen zij van de toneelschool kwamen, stonden de grote toneelgezelschappen in de rij om ze een engagement aan te bieden. Dan begonnen ze als het dienstmeisje dat in een toneelstuk de brief aan mevrouw gaf. Bij voldoende talent konden ze zich bij hun gezelschap verder ontwikkelen.


Nederland kende toen een aantal grote toneelgroepen met grote ensembles. Er studeerden jaarlijks maar zo'n zes tot acht acteurs af. Hoe anders is dat nu: de acht stadsgezelschappen hebben - om financiële of artistieke redenen - aanzienlijk minder vaste acteurs in dienst. En er studeren per jaar niet zes maar minstens zestig acteurs af.


Maar: voor lang niet alle acteurs is een vast contract het walhalla.


Jonge acteurs kiezen er vaak voor op eigen wijze hun werk te vinden. Bij elkaar in nieuwe groepjes, in televisie- en filmwerk, als stemacteur of in het circuit van bedrijfstrainingen. In het Nederlandse jeugdtheatercircuit of bij de vrije producenten, die ondanks de crisis nog steeds heel wat toneelproducties uitbrengen.


Acteur-zijn in Nederland betekent dus al lang niet meer: bij een groot toneelgezelschap (willen) horen. Sterker nog: de laatste jaren is er sprake van een opmerkelijke uitval. Een paar jaar geleden verlieten bekende acteurs als Fedja van Huêt, Barry Atsma en Jacob Derwig Toneelgroep Amsterdam. Bij het Nationale Toneel is dit seizoen Ariane Schluter uit vaste dienst gegaan en binnenkort volgt Jeroen Spitzenberger haar voorbeeld. Ze gaan en gingen weg om allerlei redenen: gezinssituatie, de wens veel meer voor film en tv te werken, artistieke vrijheid. Het betreft hier overigens wel acteurs die bekend zijn, die weten wat ze waard zijn, en voor wie er voldoende werk is.


Steeds vaker ook bieden gezelschappen hun acteurs de mogelijkheid om buiten de deur te werken: Gijs Naber (Ro Theater) bijvoorbeeld speelt veel in films, Gijs Scholten van Aschat (Toneelgroep Amsterdam) neemt nu Ventoux op, Halina Reijn (ook TA) is binnenkort te zien in de romantische komedie Pak van mijn hart. De gezelschappen zijn wat dat betreft ruimhartiger geworden. Ze zullen wel moeten, willen ze hun gezichtsbepalende acteurs niet kwijt raken.


Het betekent al met al dat wel veel, maar lang niet alle goede acteurs bij de grote gesubsidieerde gezelschappen zitten. Marlies Heuer en Pierre Bokma bijvoorbeeld zijn gelukkige freelancers met een vol en interessant balboekje. Om er maar eens twee van de velen te noemen.

Fania SorelBeeld YouTube

Fania Sorel (43)

Sinds 2000 als actrice vast verbonden aan het Ro Theater in Rotterdam.

'Dat ik nu al weer bijna vijftien jaar vast actrice bij het Ro Theater ben, heeft voor mij alles te maken met artistieke keuzen. Niet met de luxe van een vast salaris en zekerheid - dat is voor mij van geen enkel belang.

'Voordat ik bij het Ro kwam, zag ik de voorstelling Nachtasiel van Alize Zandwijk en toen bedacht ik dat ik met haar wilde werken, dat ik bij die club wilde horen. Een nadeel zou kunnen zijn dat je de ontwikkeling van je eigen talent en kwaliteiten beperkt als je zo lang bij een en dezelfde groep speelt. Maar door de afwisseling van regisseurs met wie ik hier heb gewerkt, heb ik veel mogelijkheden gehad om door te groeien.

'Als vast acteur mag je hier ook aan buitenschoolse activiteiten doen, zoals in films of in tv-series spelen. Ik heb dat nooit gedaan omdat ik dat niet loyaal vind tegenoverAlize, maar dat is een persoonlijke keuze.'

Acteur-zijn in Nederland betekent dus al lang niet meer: bij een groot toneelgezelschap (willen) horen. Sterker nog: de laatste jaren is er sprake van een opmerkelijke uitval. Een paar jaar geleden verlieten bekende acteurs als Fedja van Huêt, Barry Atsma en Jacob Derwig Toneelgroep Amsterdam. Bij het Nationale Toneel is dit seizoen Ariane Schluter uit vaste dienst gegaan en binnenkort volgt Jeroen Spitzenberger haar voorbeeld. Ze gaan en gingen weg om allerlei redenen: gezinssituatie, de wens veel meer voor film en tv te werken, artistieke vrijheid. Het betreft hier overigens wel acteurs die bekend zijn, die weten wat ze waard zijn, en voor wie er voldoende werk is.

Steeds vaker ook bieden gezelschappen hun acteurs de mogelijkheid om buiten de deur te werken: Gijs Naber (Ro Theater) bijvoorbeeld speelt veel in films, Gijs Scholten van Aschat (Toneelgroep Amsterdam) neemt nu Ventoux op, Halina Reijn (ook TA) is binnenkort te zien in de romantische komedie Pak van mijn hart. De gezelschappen zijn wat dat betreft ruimhartiger geworden. Ze zullen wel moeten, willen ze hun gezichtsbepalende acteurs niet kwijt raken.

Het betekent al met al dat wel veel, maar lang niet alle goede acteurs bij de grote gesubsidieerde gezelschappen zitten. Marlies Heuer en Pierre Bokma bijvoorbeeld zijn gelukkige freelancers met een vol en interessant balboekje. Om er maar eens twee van de velen te noemen.

Contract en traject

Het overgrote deel van de acteurs die deel uitmaken van een ensemble heeft een vast contract van onbepaalde tijd of voor vier jaar, de subsidieperiode. Maar er zijn ook andere constructies mogelijk. Zo komen jonge acteurs vrijwel altijd binnen op een jaarcontract. Dat betekent niet dat de acteur in kwestie niet tot het ensemble behoort. Bij het Nationale Toneel komen pas afgestudeerde acteurs in een tweejarig ontwikkelingstraject terecht. Afgelopen seizoen zaten vier van de zeventien ensembleacteurs in zo'n traject. Andersom kan ook. Toneelgroep Amsterdam heeft zes acteurs die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en dus geen vast contract meer mogen krijgen, maar nog steeds tot het ensemble behoren. Met een tijdelijk contract is Kitty Courbois (77) nog steeds een van de bekendste gezichten van TA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden