interviewDIRECTEUR STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM

Stedelijk Museum Amsterdam roept op tot steun van gemeente, provincie en Rijk

Samen met drie andere museumdirecteuren stuurt Rein Wolfs van het Stedelijk een open brief aan de minister en de cultuurwethouders van de vier grote steden.

Interieur van het Stedelijk Museum. Het museum is gesloten vanwege de invoering van maatregelen om verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan. Beeld ANP
Interieur van het Stedelijk Museum. Het museum is gesloten vanwege de invoering van maatregelen om verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan.Beeld ANP

Rein Wolfs is nog maar vijf maanden directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, maar hij heeft zich sinds het begin van de coronacrisis met overtuiging in het publieke discours gestort. Half april schreef hij met twee andere museumdirecteuren een open brief waarin werd opgemerkt dat de 300 miljoen euro extra noodsteun van het kabinet voor de culturele sector mooi is, maar dat daarvan vooral de musea profiteren die subsidie krijgen van het Rijk. Gemeentelijk en regionaal gesubsidieerde musea dreigen de boot te missen, terwijl ze gezamenlijk 70 procent uitmaken van het museale bestel.

Op Bevrijdingsdag stuurde Wolfs een tweede open brief de wereld in, nu samen met zijn collega’s van drie andere belangrijke musea voor moderne en hedendaagse kunst: het Centraal Museum in Utrecht, het Kunstmuseum in Den Haag en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Al deze instellingen worden gesubsidieerd door de gemeente. In het schrijven, dat is gericht aan de cultuurwethouders in die steden en aan minister Van Engelshoven van Cultuur, roepen de vier museumdirecteuren op tot gezamenlijke financiële steun van gemeenten, provincies en het Rijk.

Slechts in bijzondere omstandigheden, zo legt Wolfs tijdens een telefonisch interview uit, kunnen gemeentelijke en regionale musea in aanmerking komen voor de 300 miljoen euro aan extra noodgeld. ‘Het is lastig om binnen de voorwaarden van dat pakket te vallen. Je moet al in liquiditeitsproblemen zijn of je moet je eigen vermogen opeten zodat je uiteindelijk niet meer in staat bent nieuwe tentoonstellingen te programmeren. Dan kun je ook geen publieksinkomsten meer genereren en geen bijdragen van fondsen, particulieren en sponsors. Dat baart ons voor de komende jaren grote zorgen. Daarnaast is er een groot netwerk afhankelijk van ons; van kunstenaars tot galeries tot opbouwers van tentoonstellingen.’

Het Stedelijk heeft volgens Wolfs ‘nog steeds geen duidelijk signaal gekregen’ dat de gemeente Amsterdam extra in de buidel zal tasten om de collectie en het museumgebouw, dat haar eigendom is, te redden. Hij denkt dat noodsteun uit die hoek ook niet voldoende zal opleveren. ‘Amsterdam is nu een van de gemeenten met de grootste problemen. De enorme toeristenstroom is weggevallen en 10 procent van de Amsterdamse bevolking werkt in de culturele sector. Die klappen komen heel hard aan. Dan zal het niet makkelijk zijn om gelden zo te verdelen dat er bij ons en op andere plekken iets wezenlijks aankomt.’

Dat is de belangrijkste reden waarom zij de open brief hebben geschreven, zegt Wolfs: dat de rijksoverheid, provincies en gemeenten gezamenlijk over dit probleem nadenken en dat forse bijstand van het Rijk noodzakelijk is. Het schrijven is niet voor niets aan de vier wethouders gericht; zij praten, als vertegenwoordigers van de vier grootste steden, nu met de minister en brancheorganisaties over eventuele verdere noodsteun aan de cultuursector.

Het Stedelijk heeft nog niemand hoeven ontslaan. ‘Maar we hebben wel veel inhuur van mensen moeten stoppen.’ Het museum is extra getroffen doordat het relatief veel toeristen trekt die het volle entreegeld betalen; aan bezoek door houders van een Museumkaart houdt het slechts 60 procent van een normaal toegangskaartje over. Daarnaast is er door de verplichte sluiting al twee maanden lang ‘nul euro verdiend’ en daar komt zeker nog een maand bij, vermoedt Wolfs.

Hij hoopt dat het Stedelijk 1 juni weer de deuren mag openen; in welke vorm is woensdagmiddag nog niet bekend. Het aantal bezoekers in zijn museum zal aanzienlijk worden beperkt door de invoering van een verplicht tijdslot, kondigt hij aan. Hoeveel mensen er straks naar binnen mogen, weet de directeur nog niet. Het Stedelijk heeft zelf al regels ontworpen voor het omgaan met de bezoekersstroom na de heropening. Maar het wachten is nog op de goedkeuring door de rijksoverheid van het protocol dat door de Museumvereniging voor de hele branche is opgesteld. ‘Dan pas weten we of onze regels voldoen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden