State of the Nation

Reaguurders en superrijken, boosaardige columnisten en opportunistische academici: allen krijgen van de Britse schrijver Jonathan Coe volop de gelegenheid zich onsterfelijk belachelijk te maken.

Beeld Moment Editorial/Getty Images

Jonathan Coe heeft zich door de jaren heen vooral doen kennen als een auteur met grote satirische kwaliteiten, waarbij de uit 1994 stammende roman What a Carve Up! nog altijd als zijn hoogtepunt geldt. Daarin leverde Coe een hilarisch maar snoeihard commentaar op het harteloze, materialistische Thatcher-tijdperk en de nasleep daarvan.

De belichaming van het kwaad was de Winshaw-familie, met wie de auteur aan het slot van zijn roman bekwaam afrekende. Maar ziet, onkruid vergaat niet: enkele leden van het geslacht wisten te ontkomen en maken hun opwachting in Coes nieuwe roman: Number 11.

Psychologische druk

Het boek speelt voor het grootste deel gedurende de recente economische crisis, maar begint in 2003, als hoofdpersoon Rachel 10 jaar is en bij haar grootouders op het Engelse platteland logeert, waar een cruciale gebeurtenis plaatsvindt.

Het is de zomer dat David Kelly zelfmoord pleegt: de Britse wapenexpert die off the record twijfel uit over de claim van de regering Blair dat Saddam Hussein over massavernietigingswapens beschikt. Blairs woede over dit hem onwelgevallige standpunt heeft Kelly onder een dermate grote psychische druk gezet dat de geleerde, in een natuurgebied vlak bij het huis van Rachels grootouders, de hand aan zichzelf slaat.

De jonge Rachel realiseert het zich nog niet, maar deze kennismaking met de meedogenloosheid van de powers that be zal haar wereldbeeld voorgoed veranderen. Het is een klassiek geval van 'verlies van onschuld', zoals elk individu en elke generatie onvermijdelijk doormaakt.

Kapot gereorganiseerd

Number 11 doet voor de late jaren nul en vroege jaren tien wat What a Carve Up! deed voor de Thatcher-jaren. Via een vijftal verhaallijnen, met Rachel als verbindend personage, schetst Coe met veel venijn een tijdperk waarin aan de top van de voedselketen met geld wordt gesmeten, terwijl aan de onderkant van de samenleving wordt gesneden, bezuinigd en kapot gereorganiseerd.

Met sardonisch genoegen voert Coe de prestigieuze, door het Nederlandse architectenbureau Mecanoo ontworpen Openbare Bibliotheek van zijn geboortestad Birmingham op, die dermate duur uitvalt dat de openingstijden moeten worden gereduceerd, werknemers ontslagen en andere bibliotheken gesloten.

Het is wat de auteur betreft symptomatisch. Multinationals met miljardenwinsten betalen nauwelijks belasting dankzij de ingenieuze adviezen van financiële whizz kids, maar een gehandicapte uitkeringsgerechtigde die 900 pond bijverdient, draait voor weken de gevangenis in. Een geneesmiddel tegen kanker is wel beschikbaar voor wie rijk of belangrijk is, maar niet voor Rachels grootvader. En ondertussen minister van financiën George Osborne maar vaderlijk blaten: 'We're all in this together'.

Onsterfelijk belachelijk

Hoe groot Coes verontwaardiging over de Britse maatschappij ook mag zijn, de manier waarop hij deze vorm geeft is uitgesproken hilarisch en Number 11 is dan ook een uiterst aangename en onderhoudende leeservaring. Van reality shows tot reaguurders, van boosaardige columnisten tot de excessen van het prijzencircuit, van de excessen van de superrijken tot het opportunisme van 'maatschappelijk relevante', van de stoffige academische wereld losgezongen wetenschappers: stuk voor stuk krijgen ze van de auteur volop de gelegenheid zichzelf onsterfelijk belachelijk te maken. En stuk voor stuk grijpen ze die gelegenheid met beide handen aan.

Number 11 is een zogeheten 'State of the Nation'-roman, en het is dan ook geen toeval dat er een politiedetective in rondloopt, Nathaniel Pilbeam, die ervan overtuigd is dat je een misdaad slechts kunt begrijpen door eerst de maatschappij waarin deze wordt gepleegd te doorgronden. Pilbeam wordt door zijn collega's, niet ongrappig, 'Nate of the Station' genoemd.

De roman begint ijzersterk, maar houdt dit hoge niveau niet tot het einde toe vast. Met name het krachtige David Kelly-motief had een zorgvuldiger uitwerking verdiend. Ook de stijlbreuk waarbij Coe in de laatste hoofdstukken ineens surrealistische elementen toelaat, is onbevredigend.

Gelukkig hebben we dan al ruim 300 pagina's superieure satire achter de rug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden