Stalins terreur tegen partijgenoten

'IK KAN niet leven zonder de partij. Voor mij is de partij even dierbaar als lucht.' Met deze pathetische woorden besloot in december 1935 een zekere Asejev zijn notitie over zijn zelfmoord....

Het verhaal van Asejev is illustratief voor de vele persoonlijke tragedies die zich in de Sovjet-Unie van de jaren dertig afspeelden. Asejev zag eind 1935 de mogelijkheid de hand aan zichzelf te slaan. Een paar jaar later zouden honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen de dood vinden voor de vuurpelotons van Stalins geheime politie, de NKVD, of omkomen in de kampen van de Goelag, de tijd van de Grote Terreur.

Asejevs notitie is te vinden in The Road to Terror - Stalin and the Self-Destruction of the Bolsheviks, 1932-1939, een belangwekkende bronnenpublicatie uit de alom bejubelde serie 'Annals of Communism' van de Yale University Press, die eerder voortreffelijke publicaties als The Unknown Lenin en Stalin's Letters to Molotov heeft opgeleverd.

Ook bij The Road to Terror gaat het voornamelijk om niet eerder gepubliceerde documenten uit de geheime Sovjet-archieven. Zij kunnen meer inzicht verschaffen in wat een van de meest intrigerende, historische fenomenen blijft: de 'zuiveringen' die Stalin eind jaren dertig in de Sovjet-Unie doorvoerde.

Wat zette Stalin ertoe aan een bloedbad onder zijn getrouwen aan te richten, en hoe ging hij te werk? The Road to Terror slaagt er slechts ten dele in antwoord te geven op deze vragen, maar dat ligt niet aan de bijeengebrachte documenten - die spreken vaak voor zich. Het is de wijze waarop ze door de samenstellers van het boek, J. Arch Get ty en Oleg Naumov, zijn ingeleid en van commentaar voorzien die vraagtekens oproept.

De rol van Naumov, eerder betrokken bij de publicatie van de bovengenoemde briefwisseling tussen Stalin en Molotov en verbonden aan het Moskouse archief waaruit de meeste van de gepubliceerde documenten stammen, lijkt beperkt te zijn gebleven tot het verzamelen van de documenten. Het is vooral Getty die het woord voert. Zijn visie is in de Ruslandkunde op z'n zachtst gezegd omstreden. Daarom wekt het bevreemding dat de bewerking van deze zo belangrijke documenten aan hem is toegewezen.

In zijn belangrijkste boek, Origins of the Great Purges uit 1986, betoogde hij dat Stalins terreur slechts 'vele duizenden' slachtoffers had gemaakt (in plaats van miljoenen) en noemde hij Stalin een 'bureaucratische leider' die niet beschikte over een master plan om zijn voormalige strijdmakkers uit de weg te ruimen. Tevens meende hij dat de geheime politie, de NKVD, geen rol van betekenis in de partijzuiveringen had gespeeld.

Op grond van het nieuwe archiefmateriaal komt Getty weliswaar tot een veel hoger aantal geëxecuteerden (zevenhonderdduizend voor 1937 en 1938), maar of dit materiaal het hele verhaal vertelt, blijft de vraag. De archieven van de NKVD blijven stevig gesloten. De huidige geheime dienst van Rusland, de FSB, identificeert zich sterk met haar voorgangers en heeft er daarom belang bij om het aantal slachtoffers zo laag mogelijk te houden.

Getty dient - ongewild - dit belang door serieuze hogere schattingen niet te noemen. Hij noemt niet het dodencijfer dat wijlen Dmitri Volkogonov, die wél toegang tot gesloten archieven had, in zijn Trotski-biografie gaf: een kleine twee miljoen executies in 1937 en 1938. Wel noemt hij een aanmerkelijk lagere schatting van Volkogonov, jaren eerder gedaan op grond van het tóen beschikbare bewijsmateriaal. Er zijn meer voorbeelden te noemen, die erop wijzen dat zijn bewijsvoering dubieus is. Dat riekt naar het selectief gebruik van bronnen, een doodzonde voor een historicus.

Een ander fundamenteel punt van kritiek is dat Getty geen enkele poging doet om het karakter van Stalin te doorgronden. Hij legt de nadruk steeds op diens woorden, slechts sporadisch op zijn daden. Stalin was een meester in bedrog. Op grootse wijze speelde hij de rode versie van de goede tsaar, die zijn goede bedoelingen zogenaamd zag ontsporen door toedoen van zijn slechte ministers.

Wie de documenten uit The Road to Terror op hun juiste waarde wil schatten, doet er goed aan de begeleidende opmerkingen van Getty zoveel mogelijk te negeren. De lezer kan het beste de in chronologische volgorde geplaatste stukken toetsen aan de hand van Robert Conquests standaardwerk over de zuiveringen, The Great Terror.

De documenten bestaan voornamelijk uit besluiten van het Politburo en stenografische verslagen van vergaderingen van het Centraal Comité, destijds de belangrijkste machtsorganen van de Sovjet-Unie. Wat opvalt aan de stukken is het niet erg subtiele taalgebruik van de bolsjewieken jegens in ongenade gevallen kameraden. Ontelbare malen kan men lezen dat deze mensen 'schurken' en 'uitschot' zijn, 'smerige agenten van het fascisme', die het verdienen om als 'zwijnen afgeschoten te worden'.

De aanvallen van het Centraal Comité waren vaak gericht tegen een persoon of een kleine groep afvalligen. Deze personen hadden in de meeste gevallen in de jaren twintig behoord tot een van de tegen Stalin gerichte groeperingen binnen de partij. Ze hadden later vergiffenis gevraagd én gekregen, waarna ze weer in genade waren aangenomen. In de jaren dertig, toen zijn machtspositie onaantastbaar was geworden, rekende Stalin meedogenloos met hen af.

Stalin liet het zwartmaken en in staat van beschuldiging stellen van voormalige oppositionelen over aan zijn handlangers, die ironisch genoeg later ook zijn slachtoffer zouden worden. De notulen van het in februari-maart 1937 gehouden plenum van het Centraal Comité bieden een schoolvoorbeeld van hoe het vernederen en in het nauw drijven van de slachtoffers in zijn werk ging.

Dit plenum was min of meer het startsein van Stalins voor de Grote Terreur. De NKVD, die onder de inmiddels in ongenade gevallen Jagoda veel te slap was geweest in het ontmaskeren van de talloze 'vijanden van het volk', en de lokale partijfunctionarissen met hun in Stalins ogen te onafhankelijk gedrag kregen er toen stevig van langs. Bovendien werden Boecharin en Rykov, de laatst overgebleven strijdmakkers van Lenin, in staat van beschuldiging gesteld. Volgens Getty bewijzen de documenten dat Stalin zich met name tegenover Boecharin gematigd heeft opgesteld, omdat hij niet overtuigd zou zijn van diens schuld.

Gezien Boecharins hardnekkige verdediging tegen de stortvloed van beschuldigingen lijkt het veel waarschijnlijker dat Stalin inzag dat Boecharin niet zo makkelijk zou meewerken aan zijn eigen ondergang als voor hem bijvoorbeeld Zinovjev en Kamenev. Niet voor niets werd Boecharin op initiatief van Stalin eerst overgedragen aan de NKVD in plaats van direct aan het gerechtshof. Pas na een grondige 'bewerking' van een jaar door de beulen van de Loebjanka kon Boecharin voor het gerecht verschijnen.

Stalins rol als aanjager komt duidelijk naar voren in een aantal documenten uit 1937 en 1938. Hij roept daarin op tot het houden van showprocessen op lokaal niveau, waarbij de strafmaat (doodstraf) reeds door hem is bepaald, en hij stelt quota op van het aantal per gebied te executeren en te verbannen personen.

'Hij zou niet de leider van de partij zijn als hij niet zou weten hoe hij datgene moest afhakken en vernietigen dat verrot is, dat ons hindert voorwaarts te gaan', aldus Jan Roedzoetak in 1933. Profetische woorden, zou je kunnen zeggen, al kon Roedzoetak toen niet bevroeden dat hijzelf ook onder Stalins ongenadige bijl zou vallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden