Stad van bijgeloof en bevlogenheid

Voetbal in Glasgow is traditie, geloof en bijgeloof, passie en humor. Een rondgang langs de tempels van het Schotse voetbal, met oud-international Arthur Numan als reisleider....

Door Willem Vissers

Onlangs gebeurd: een supporter van het protestante Glasgow Rangers belandt na een bekerwedstrijd in een katholieke Celtic-buurt. Hij krijgt bonje bij een bushokje en wordt in elkaar getrapt. Een paar dagen later overlijdt hij.

Wat heeft dat met geloof te maken?

'Dat heeft met gebrek aan geloof te maken', zegt Sandy McBain, die mensen rondleidt in het Scottish Football Museum, gevestigd in stadion Hampden Park.

Arthur Numan (33) uit Beverwijk, onlangs gestopt met voetbal na vijf seizoenen bij Glasgow Rangers, heeft de eerste etappe van de Ronde van Glasgow bewust afgelast. Hij weigert naar Parkhead te rijden, het stadion van Celtic aan de oostkant van het centrum. Een dergelijk bezoek is de goden verzoeken.

De eerste etappe langs de voetbaltempels van Glasgow is eigenlijk dus meteen de tweede etappe en leidt naar het zuiden van het centrum. Hampden Park, honderd jaar oud, werd afgelopen zaterdag bespeeld door 's lands oudste club, de amateurs van Queen's Park, voor pakweg 375 toeschouwers. In 1937 werd een recordaantal bezoekers geteld van 150 duizend en vandaag zullen 52 duizend fans naar de EK-playoff Schotland -Nederland kijken.

'Jammer van die sintelbaan', zegt Numan als hij vanuit de catacomben het lege stadion betreedt. Op deze grond heeft hij nooit een bekerfinale verloren. Imponerend was het om hier tegen bijvoorbeeld Celtic te voetballen. Links na binnenkomst zaten duizenden aanhangers van Celtic, rechts die van Rangers. Als je goed keek zag je haat in ogen, schuim op monden, en je kon je eigen woorden niet verstaan in deze herrie.

Eén keer, voor een finale tegen Aberdeen, spraken de supporters van Rangers af zich in het oranje te steken, als dankbetuiging aan de Nederlandse enclave met hun toenmalige trainer Dick Advocaat, de huidige bondscoach van Nederland. De kleur past ook bij Rangers, gezien de band tussen protestanten en Willem van Oranje. 'Het leek of ik hier met het Nederlands elftal speelde. Sjaaltjes, shirts, petten, pruiken, het was één oranje muur. Heerlijk, die adrenaline. En wisselspelers zitten hier gewoon op de tribune, bijna tussen de fans.

'Voor veel Schotten staat voetbal op de allereerste plaats, uit welke sociale klasse ze ook afkomstig zijn. Een voetballer mag status hebben, hoe slecht ze zelf ook verdienen. Afgunst bestaat niet. Sommigen geven op benefietavonden duizenden ponden uit voor één gesigneerd shirt. Als voetballer kun je het niet beter treffen dan hier. Het is een verademing en Schotten zijn openhartig, vriendelijk en sociaal.'

In het stadion is een kleine zaal met kunstgras waar voetballers een deel van hun warming-up kunnen doen, waar ze nog een beetje kunnen pielen met een bal. Weet je wat zo mooi is: als de twee teams tegelijk binnen zijn in dat kleine zaaltje. 'Dan raakte je de bal eens lekker verkeerd, recht in iemands mik.'

Pratende over de spreekwoordelijke passie in het Schotse voetbal, vraagt de 45-voudig oud-international:heb je de film Braveheart gezien? De film schetst het bloedige verhaal van William Wallace, de legendarische Schotse krijgsheer die de strijd tegen Engeland leidde, zo rond het jaar 1300. Natuurlijk won hij bravoureus, hoewel hij later werd gemarteld en als verrader terechtgesteld. Braveheart in een eigentijdse versie, dát is het Schotse voetbal. Voetballen vanuit de underdogpositie, vaak in de schaduw van Engeland, strijden tot de laatste druppel zweet, meestal verliezen op het eind maar altijd eervol, en

soms, op dagen van glorie, de overwinning vieren.

Schotland heeft een officieus volkslied, The Flower of Scotland (volgens Numan een meezinger), dat is doordrenkt met bloed en patriottisme. De eerste zinnen:

Flower of Scotland, when will we

see Your like again, that fought and died for

In voetbaltermen: 'Schotten weten waarom het gaat op het moment dat de wedstrijd is begonnen. Ze geven alles als ze naar buiten stappen, het veld op.'

En ze zijn ontspannen in de voorbereiding, draaien rustig een muziekje in de kleedkamer. 'Als je in Nederland even lacht, ben je al niet meer serieus.'

Numan blijft voorlopig in Schotland wonen. Hij is van het land gaan houden, van de traditie in het voetbal ook. Fantastisch zijn al die vitrinekasten met relikwieën in het Scottish Museum. Sandy McBain vertelt dat het Engelse toernooi om de FA Cup weliswaar twee jaar ouder is dan het Schotse, maar dat de Schotse beker die hij aanwijst, uit 1873, de oudste van de wereld is omdat het equivalent uit Engeland na een paar jaar werd gestolen. En de eerste interland ooit, Schotland -Engeland in 1872, werd in Schotland afgewerkt.

Numan zoekt de zilveren plaatjes op de voet van de beker met zijn overwinningen, in 1999, 2000 en 2003, hoewel hij twee finales miste door blessures. En hij is één medaille kwijt. Balen. De Schotten vonden bovendien de passing game uit. Ze speelden de bal naar elkaar toen de zogenaamde uitvinders, de Engelsen, nog alleen pingelden.

'Weet je dat Schotse internationals nog steeds bij elke interland een cap krijgen?' Vroeger bestonden geen rugnummers en droeg elke speler een andere pet, ter identificatie.

Numan geniet van de afwisseling, de moderniteit van de stad tegenover de weidsheid en ruigheid van het dunbevolkte platteland. Hij was een keer net terug van een trainingskamp in Dubai, toen Rangers ergens bovenop een rots een bekerwedstrijd moest spelen. Zesduizend mensen warensamengedromd. Achter het doel was een reusachtig net gehangen om ballen te sparen, tot de enkels baggerde hij daar door winterse modder.

Legendarisch is nu al het gewonnen kampioenschap van vorig jaar, beslist op de allerlaatste dag, in de ultieme minuut, met één doelpuntje voorsprong op Celtic na 38 speeldagen.

Jammer dat al die kampioenschappen zijn gevierd in de intimiteit van het eigen stadion. Glasgow heeft een mooi gemeentehuis met een breed balkon, maar hoe reageren de fans van Celtic als de eeuwige rivaal zich waagt aan een scène op wat ook hun balkon is? Dát kan nou eenmaal niet in Glasgow.

Natuurlijk was het af en toe ook vervelend, voetballen in zo'n klein land. De competitie stelt niet zo veel voor en Numan voetbalde in zijn eerste seizoen zeven keer tegen Dunfermline. Vier maal in de competitie, drie keer in twee bekertoernooien.

Daar stond dan weer tegenover dat op een gure dag in het afgelegen Saint-Johnstone, bij hagel, sneeuw en nul graden, opeens op de kleedkamerdeur werd geklopt. Binnen, riepen de spelers. Wie daar stond? Sean Connery, James Bond. 'Je denkt: wat doet di¿e hier in godsnaam.' De vriend van eigenaar Murray baste: Good luck. Enjoy the game. 'Daar stáát iemand. Dan heb je bijna geen trainer meer nodig.'

Door soms verpauperde straten, waar Numan normaliter nooit komt, voert de tweede etappe (eigenlijk dus de derde) naar het paleis van Rangers, de eerste grote club in de wereld met vijftig landstitels. Ibrox ligt westelijk van het centrum. In de hal hangt een houten bord, waarop elk jaar een nieuwe naam van een held wordt gegraveerd: de grootste van allen John Greig, McCoist, Laudrup, Albertz. Geen Numan nee.

Op het verder verlaten veld zit een ekster, a magpie.

Het brengt Numan op een bizarre vorm van bijgeloof. 'Onze Schotse speler Ian Ferguson heeft eens de hele weg naar een bekerfinale met de handen zijn ogen afgeschermd, alsof hij oogkleppen

droeg. Hij durfde niet naar buiten te kijken, uit angst dat hij een ekster zag. Eén ekster brengt ongeluk, dan moet je altijd een tweede zoeken.'

Hij kijkt erbij alsof hij deze Ferguson ook maar een rare snijboon vindt, maar een toehorende meneer van Rangers is bloedserieus. 'Je moet echt altijd zorgen dat je een tweede ekster ziet, anders gaat het helemaal fout.'

Numan: 'En je moet altijd zeggen: goedemorgen ekster, hoe gaat het vandaag?'

Hij was het stadion van PSV gewend met zijn moderne uitstraling en ruime gangpaden, toen hij in 1998 tekende in Glasgow en zich in de jaren twintig waande. Kruip-door-sluip-door, veel houtwerk.

'Kom, doorlopen', gebiedt een gids een groepje supporters. Ja, daaaaag. Hier staat Arthur Numan, die is even belangrijker dan weer een andere kamer. Een oudere man legt een arm om Numans middel en wrijft liefdevol over zijn rug, zichtbaar geroerd. 'Arthur, ik heb nog een foto van je thuis, toen we vorig seizoen kampioen werden.'

In de kleedkamer, boven de deuren, hangen foto's van de koningin van Engeland, hetgeen iets zegt over de connectie tussen Rangers en het moederland (veel Schotse fans zijn niet voor Schotland, maar voor Engeland).

Aan de knaapjes hangen shirts. Nummer 1: Klos, de doelman. Nummer 2: Ricksen, de international die niet meer in beeld is bij Advocaat sinds openbaar werd dat hij in Minsk in beschonken toestand een hoteldeur had ingeschopt.

Nu we het toch over Ricksen hebben, wil Numan kwijt hoe hij het zwembadverhaal hoorde. Onlangs speelde Rangers voor de Champions League in Athene, bij Panathinaikos. Spelers verpoosden zich aan de rand van het zwembad. Voorzitter McClellend liep langs, Ricksen gaf hem een zetje. Preses te water, met mobieltje in zijn overhemd en peperduur horloge om de pols. Bovendien bleek hij niet te kunnen zwemmen en moest Ricksen hem opduiken.

'Michael Mols (spits van Rangers) belde me meteen en zei: weet je wat die gek nou doet. . ?' Hij voegt toe: 'Ik zie Mark van Bommel Harrie van Raaij nog niet in een zwembad gooien.'

Voordat Rangers in 2001 een van alle gemakken voorzien nieuw trainingscomplex betrok, trainde de ploeg in een openbaar park. Als het koud was, vulde iemand de drie badkuipen in de kleedkamer met warm water om de voetballers te vertroetelen. Dan sprintten ze vanaf de bus naar binnen om een plaatsje in bad te veroveren.

Sommigen wierpen zich met besmeurde trainingsklof en al in een kuip, opdat niemand anders het vuile water meer claimde. In de chique Blue Room zijn alle groten uit de geschiedenis van de club geschilderd op de muur: voorzitters, aanvoerders, managers, onder wie Dick Advocaat.

Hoewel Numan opgelucht is dat hij is gestopt met voetbal, is het wennen om afstand te nemen van het wereldje. 'Vroeger was je uren voor de wedstrijd aanwezig. Nu draai ik mijn auto een half uur van te voren de parkeerplaats op.'

Na een vorige beslissende interland, in Dublin tegen Ierland, kondigde Numan zijn afscheid als international aan. Vandaag zit hij in Hampden Park tussen de Schotten, dankzij kaartjes van international Barry Ferguson. 'Ik heb nog een mooie hoed liggen, met oranje en de Nederlandse vlag.'

Zijn voorspelling? 'Over één wedstrijd zou ik het niet weten, maar nu mag Schotland geen probleem vormen. De Schotten zullen hun mouwen opstropen en gaan voor elke bal, maar het zal niet genoeg zijn. Ik denk dat Nederland hier in Glasgow al kan winnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden