tv-recensieEmma Curvers

Staatsvijand nr. 1 toont Samir A. als de Godfather van de Nederlandse jihad-scene

De advocaten van Samir A. zullen zich niet in de handjes knijpen met de documentaire van Sinan Can, waarin de terreurverdachte een spraakmakende onthulling doet.

Er zijn mensen die vinden dat je criminelen geen platform moet bieden. Televisie is voor hen een medium dat volautomatisch glans geeft aan al wat dof en duister is. En ja, er liggen ook wel wat flaters op dat gebied in het Nederlandse tv-geheugen opgeslagen: het knusse kersttafereel met kalifaatmeisje Laura H. bij Mensen met M, of ver daarvoor Holleeder als de ondeugende studentenmentor in College Tour. Met dat in gedachten was nog voor de uitzending van Staatsvijand nr. 1 online gesputter te horen: waarom moeten wij ‘begrip krijgen’ voor wat terreurverdachte Samir A. beweegt?

Sinan Can in Staatsvijand nr. 1.

Een tikje voorbarig. Zo gauw je Staatsvijand nr. 1 aanzet, wordt duidelijk dat begrip voor de denkwijze van een terreurverdachte mijlenver afstaat van aanvaarding ervan. Documentairemaker Sinan Can wist met regisseur Daniëlle van Lieshout als eerste de inmiddels 34-jarige terreurverdachte voor de camera te krijgen om te praten over IS-vrouwen, voor het programma De lokroep. Toen de camera draaide, greep hij toch terug naar de Hofstadgroep-periode, en wat volgde bleek onthullend genoeg voor een film. Van A. mocht het gesprek alleen worden uitgezonden als hij dood zou zijn, of opgepakt – sinds de zomer zit hij vast op verdenking van terreurfinanciering en het bevrijden van IS-vrouwen.

De interviewfragmenten zijn ingebed in een breder, door Can aaneen gepraat verhaal, verteld vanuit grimmige, celachtige vertrekken, zodat er beslist geen schepje frisse lucht bij komt. Van Samir A. zien we niet meer dan een capuchon. Can gebruikt in de voice-over slim de overeenkomsten tussen hemzelf en A. als contrastvloeistof:  beiden moslim, kind van migranten, voorstander van de terugkeer van IS-kinderen – maar waarom gaat de een de ene kant op, en de ander de andere? Aan de hand van het strafdossier schetst hij het verhaal van een tiener die al in 2003 naar Tsjetsjenië wilde om onderdrukte moslims te helpen, het martelaarschap het hoogst bereikbare vond en zelf al gauw het nodige zorgelijke gereedschap in huis bleek te hebben. De AIVD kreeg A. in het vizier als lid van de Hofstadgroep, op zijn 17de werd hij uitgeroepen tot ‘Staatsvijand nr. 1’.

Dan bekent A. wat hij tot dusver heeft ontkend: ze beraamden een aanslag. ‘Als we alle middelen hadden gehad, was het wel tot iets gekomen.’ Maar een bekende van de Hofstadgroep was hem voor: Mohammed B. vermoordde in 2004 Theo van Gogh en ook A. werd opgepakt. Voor Van Gogh heeft Samir A. geen compassie: ‘Vanuit theologisch perspectief heeft hij zijn loon gehad.’ Over een door IS in brand gestoken piloot: ‘Oog om oog, tand om tand.’ Tegelijk beweert Samir A. niet meer gevaarlijk te zijn. Misschien heeft hij genoeg met deradicaliseringsexperts gepraat. ‘Wat doet zo’n deradicaliseringsexpert dan?’, vraagt Can. ‘Niets. Helemaal niets’, zegt A.

Inmiddels houdt A. zich bezig met het terughalen van IS-vrouwen naar Nederland, volgens hemzelf gedoogd door de overheid. Trefzeker werkt Can toe naar zijn conclusie: de Hofstadgroep is niet ontmanteld, Samir A. is de last man standing. Een ontluisterende film, die evenveel antwoorden geeft als vragen oproept. Niet in de laatste plaats: waarom Samir A. in vredesnaam dacht dat dit gesprek een goed idee was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden