Reportage

Staatscultuur of schnabbelen: ook de Turkse toneelwereld toont de extremen van het land

Hoewel het vrije woord in Turkije is ingeperkt als nooit tevoren, bloeit het onafhankelijke theater. Hoe kun je maatschappijkritisch werk maken in het land van ‘de nieuwe sultan’?

Rob Vreeken
De voorstelling ‘Een winter onder de tafel’ in Tiyatro Tatavla.  Beeld
De voorstelling ‘Een winter onder de tafel’ in Tiyatro Tatavla.

De extremen van de Turkse theaterwereld zijn hemelsbreed maar 700 meter van elkaar verwijderd. Silaselviler, de straat tussen Tiyatro Tatavla en cultureel centrum AKM, verbindt twee werelden die eigenlijk helemaal niet verbonden zijn, maar gescheiden door een diepe culturele, politieke en sociologische kloof.

Tatavla is een vestzaktheatertje in het hart van Cihangir, een bohemienachtige wijk in Istanbul waar hippe koffiezaken, galeries, vega-eethuisjes en antiekzaken haasje-over doen met de traditionele Turkse middenstand. Een kleine zaal op half kelderniveau met zeventig rode stoelen, charmant van eenvoud.

Tiyatro Tatavla Beeld Volkan Erkan
Tiyatro TatavlaBeeld Volkan Erkan

Elke avond behalve maandag is er een stuk. Vanavond is dat een door toneelschrijver Özen Yüla bewerkte Romeo & Julia. Regisseur Dogacan Taşpinar omschrijft Tatavla als een ‘familietheater’, dat leeft van kaartopbrengst, steun van vrienden en de verkoop van fris. ‘Overheidssteun? Geen cent’, zegt hij.

Nee, dan Atatürk Kültür Merkezi, het nieuwe cultuurpaleis aan het Taksimplein. Hier is niet op een lira meer of minder gekeken. Een fonkelend rode koepel van 15 duizend stukken keramiek in het hart herbergt de Operazaal, goed voor 2040 bezoekers. Ernaast nog een theaterzaal, iets kleiner maar zeker zo mooi.

Het AKM herbergt verder alles wat de cultuurminnaar zich kan wensen: bioscoop, bibliotheek, expositieruimte, kunstcentrum voor kinderen, horeca, boekwinkel, muziekmuseum, designshop, geluidsstudio. De Turkse staatsopera en -ballet vinden er onderdak, het staatstheater, het symfonieorkest van Istanbul, het Klassiek Koor van Turkse Muziek. De bouw kostte 2 miljard lira, 130 miljoen euro. Bij de opening eind oktober speelde het London Philharmonic en werd de voor de gelegenheid geschreven opera Sinan opgevoerd, een Ottomaans drama over de verwikkelingen aan het hof van Sultan Süleyman de Grote.

Het AKM werd ingehuldigd door de man die wel ‘de nieuwe sultan’ wordt genoemd, de man bij wie alles in Turkije begint en eindigt, de man ook die met dit cultuurpaleis zijn stempel zet op het hart van de republiek, het Taksimplein, en zijn tegenstanders een poepje laat ruiken: president Recep Tayyip Erdogan.

Die tegenstanders waren in het voorjaar van 2013 ontketend geraakt. De Gezibeweging, een golf van maatschappelijk verzet in het hele land tegen de conservatieve regering, had haar oorsprong hier, op het Taksimplein en het aangrenzende Gezipark. Erdogan had er grootse plannen, in zijn streven van Istanbul een ‘global city’ te maken: het park moest plaatsmaken voor een kolossaal winkelcentrum. Ook zou er een moskee aan het plein komen en het oude AKM, beschadigd bij een brand, moest worden vervangen door een cultuurhuis, passend bij Istanbul als wereldmerk.

Atatürk Kültür Merkezi. Beeld Anadolu Agency via Getty Images
Atatürk Kültür Merkezi.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

Het vroegere operatheater was een symbool van de seculiere republiek. Het had gediend als culturele ontmoetingsplaats van de kemalistische elite, door wie Erdogans vrome ‘kleine luyden’ zich altijd geminacht hadden gevoeld – niet ten onrechte. Erdogan wilde iets naar eigen snit.

Hoewel de Gezibeweging uitliep op een deceptie (de regering bleef doodleuk zitten, met dank aan de oproerpolitie), bleef het park behouden. Die vernedering moest Erdogan slikken. Wel werd vorig jaar de moskee geopend, en vervolgens het AKM. Alsnog een zoete zege voor de president.

Naast feministen, Koerden, marxisten, lhbti’ers, voetbalfans, milieubeschermers en vakbondsleden namen ook kunstenaars en theatermakers deel aan het veelkleurige Geziprotest. Voor hen luidde het mislukken ervan een moeilijke periode in. Het verzet maakte Erdogan nog autoritairder, en na de couppoging van juli 2016 werd het vrije woord ingeperkt als nooit tevoren. Menig ongehoorzame acteur zag zijn/haar contract beëindigd.

Protest op het Taksimplein en aangrenzende Gezipark in 2013. Op de achtergrond het oude AKM, behangen met protestleuzen. Beeld Imageselect
Protest op het Taksimplein en aangrenzende Gezipark in 2013. Op de achtergrond het oude AKM, behangen met protestleuzen.Beeld Imageselect

Toch is het, in gesprekken met mensen uit de Turkse toneelwereld, niet alléén maar kommer en kwel. Eylem Ejder, die net een proefschrift over maatschappijkritisch theater in Turkije heeft afgerond, vindt zelfs dat er ‘veel gebeurt’. Onafhankelijke gezelschappen zijn opgericht, jonge schrijvers zijn opgestaan, zalen geopend. Bovendien: ‘Druk van de overheid maakt je creatief. Er ontstaan nieuwe esthetische vormen.’

Als Ejder symposia in West-Europa bezoekt, blijken mensen vaak verbaasd over wat er allemaal gebeurt in Turkije. ‘Ze denken dat Erdogan een monster is en alles verbiedt. ‘Pas maar op dat je niet in de gevangenis komt’, krijg ik te horen. Men kan zich niet voorstellen dat zo veel mensen hier met passie theater maken.’

In het blad Arab Stages schreef ze dat ‘toneelvoorstellingen na Gezi opbloeiden in aantal en variëteit van vormen’. Naast teleurstelling was er een ‘ademtocht van vrijheid’, in een inmiddels ‘dynamisch en hoopvol landschap’. Alleen al Istanbul had (in 2019, voor corona) elke avond ruim 150 voorstellingen, volgens Ejder. Tekenend was dat bijna alle prijzen van de theatercritici sinds 2013 gingen naar nieuwe gezelschappen en jonge schrijvers en acteurs. Een blijk van behoefte aan ‘afwijkende geluiden’.

Maar afwijken in Turkije? Tja. Omdat toneel een expliciete, maatschappelijk relevante inhoud heeft, is het vatbaar voor politieke argwaan en controle. Censuur ligt op de loer, en de venijniger variant: zelfcensuur.

‘Zeker is er zelfcensuur’, zegt Rüya Kalintaş, theaterwetenschapper aan de Kadir Has Universiteit in Istanbul. ‘Dat is het ergste van onderdrukking, je internaliseert het. Je weet nooit wie in het publiek zit, iemand kan de autoriteiten waarschuwen.’

De gevolgen zijn niet per se strafrechtelijk. Er kan stampij komen op sociale media. De brandweer kan moeilijk doen over een vergunning. Voor een project is opeens geen geld. Ook buiten het theater moeten mensen op hun woorden passen. ‘Veel acteurs verdienen aan tv-series’, zegt Kalintaş. ‘Wie zich uitspreekt, kan uit de serie worden geschreven.’

Hoe politiek gevoeliger het onderwerp, hoe groter de kans dat de autoriteiten of reactionaire groepen erop aanslaan. De Koerdische kwestie hoort in die categorie, en de Armeense genocide. Ejder noemt het op de planken brengen van dergelijke thema’s ‘dramaturgisch recyclen’: het blijven vertellen van verhalen uit Turkijes recente verleden.

Zo werd een stuk gemaakt over martelingen in de gevangenis van de Koerdische stad Diyarbakir. Het kleine Tiyatro Tatavla bracht een stuk over de Zaterdagmoeders, familieleden van in de jaren negentig verdwenen Koerdische mannen die nog elke zaterdag in Istanbul een stil protest houden.

‘Ik zag een stuk over Berkin Elvan, een tiener die overleed aan verwondingen die hij opliep bij de Gezirellen. Erdogan gaf zijn moeder de schuld’, zegt Ejder. ‘Theatergezelschap BGST heeft een stuk over Zabel Yesayan, een Armeense schrijfster die de Armeense genocide overleefde. Je kunt kritiek hebben op de vorm, maar het is belangrijk dat die verhalen worden verteld.’

Atatürk Kültür Merkezi, het nieuwe cultuurpaleis aan het Taksimplein. Beeld Getty
Atatürk Kültür Merkezi, het nieuwe cultuurpaleis aan het Taksimplein.Beeld Getty

Hoe dan ook kent het Turkije van Erdogan rode lijnen, benadrukt Pieter Verstraete, tot 2017 docent Amerikaanse cultuur en literatuur aan de Hacettepe Universiteit in Ankara. Na de couppoging verloor de kenner van het Turkse theater, zoals zo vele anderen, zijn baan. Het verstikkende klimaat dreef hem en zijn Turkse echtgenote naar Berlijn.

‘Ik begrijp Eylem wel, ze probeert positief te zijn’, zegt hij. ‘Zij zit in Istanbul, ze moet verder. Ze wil alles wat interessant is internationaal voor het voetlicht brengen. Het probleem is: het theater groeit in Istanbul, Izmir en Ankara, maar niet in de rest van het land. Het raakt de massa van de bevolking niet.’

Zo groeit de afstand tussen de staatscultuur en het onafhankelijk toneel. Terwijl het laatste bloeit in de grote steden in West-Turkije, maakt de eerste in het hele land goede sier dankzij de infrastructuur van de overheid. In 2017, toen Turkije een presidentieel stelsel invoerde, werden de staatstheaters bovendien direct onder controle van Erdogan gebracht.

Istanbul is daarbij zijn paradepaardje. Mét AKM werd Beyoglu Cultural Road gelanceerd, een festival van culturele instellingen in de stad dat tweemaal per jaar gaat plaatsvinden. Onderdeel ervan is Galata Port, ‘Istanbul’s new hub of culture, arts and design’. Een stedelijk pronkjuweel aan het waterfront van de Bosporus, met kantoren, winkels, expositieruimtes, de in Turkije onvermijdelijke overdaad aan horeca en vooral: een plein met twee musea, waaronder het Istanbul Museum of Modern Art.

De onafhankelijken intussen drijven op inzet en creativiteit, beide ruimschoots aanwezig. ‘Deze mensen leven en ademen theater’, zegt Verstraete. ‘Vaak doen ze ander werk ernaast voor de kost, maar het theater staat op een heel hoog niveau. Met weinig middelen wordt veel gedaan. Ze proberen nieuwe dingen te brengen, experimenteel.’

Behulpzaam daarbij is het lokaal bestuur. Sinds 2019 hebben Ankara en Istanbul burgemeesters van de oppositiepartij CHP, Izmir had die al. Vooral burgemeester Ekrem Imamoglu van Istanbul biedt ruimte aan vrije geluiden en avontuurlijk theater.

‘Het stadstheater van Istanbul heeft intendanten die met ‘onzichtbare dramaturgie’ steekjes geven’, zegt Verstraete. ‘Door de repressie wordt alles politiek. Het publiek begrijpt die knipoogjes.’ Ook Rüya Kalintaş rept van ‘kritiek op de regering zonder het direct te benoemen’.

Müze Gazhane in de wijk Kadiköy in Istanbul. Beeld Imageselect
Müze Gazhane in de wijk Kadiköy in Istanbul.Beeld Imageselect

Imamoglu’s belangrijkste voetafdruk is Müze Gazhane, een cultureel complex in een oude gasfabriek – zoiets als het Westergasterrein in Amsterdam, maar dan spectaculairder. Gazhane ligt in Kadiköy, een seculier stadsdeel dat sinds de Gezibeweging dé verzamelplek werd van alles in Istanbul wat cultuurminnend en kosmopolitisch is.

De drie ronde gashouders zijn omgetoverd tot theaterzalen. De andere gebouwen op de 32 duizend vierkante meter hebben een veelheid aan culturele bestemmingen, zoals een karikatuurmuseum en een klimaatmuseum.

In een kleine zaal speelt gezelschap 7 Jealous Fools dezer dagen Cease and Desist – Love – And Be Silent, voor de groep geschreven door de Amerikaanse auteur Sean Michael Welch. Het is een nogal absurdistisch stuk over uit de bocht vliegende relaties, gespeeld rond een doodskist.

De taal is Engels – een unicum voor Turkije, volgens regisseur Ahu Sila Bayer. Daarmee is het gezelschap veroordeeld tot de driehoek Istanbul-Izmir-Ankara, maar een Turkse vertaling is in de maak. Misschien kan daarmee ‘de massa van de bevolking’ (Verstraete) enigszins worden bereikt.

Met bescheiden subsidie van de gemeente werkt 7 Jealous Fools als collectief onder een regisseur die ‘soms een knoop doorhakt’, aldus Bayer. Alles, van decorbouw tot kostuumontwerp, wordt gedaan door de acteurs. ‘Collectief werken is ook een politiek statement’, zegt Bayer. Blijft er geld over, dan krijgt elk zijn deel.

Zo toont de Turkse toneelwereld ook hier haar extremen. Als acteur met een vaste baan bij het AKM zit je gebakken. De meesten echter schnabbelen van klus naar klus. Soms binnen het staatsbestel, soms bij een tv-serie, soms bij het onafhankelijk theater. Maar alleen daar flakkert de passie en kan – voorzichtige – maatschappijkritiek klinken. Verstraete: ‘Binnen het systeem zijn er altijd sprankjes van hoop.’

Correctie: in een eerdere versie stond dat Rüya Kalintaş theaterwetenschapper aan de Sabanci Universiteit is. Kalintaş is theaterwetenschapper aan de Kadir Has Universiteit.

Provocerend

Acteur Bariş Atay bracht sinds 2015 zijn onemanshow Slechts een dictator. De goede verstaander begreep wel dat het (ook) over president Erdogan ging. Zelf zei Atay provocerend: ‘Het feit dat ik dit stuk kan spelen, bewijst dat Turkije geen dictatuur is.’ Pas na drie jaar kreeg de Erdogangezinde pers hem in de smiezen en werd het stuk in een reeks Turkse steden verboden als ‘gevaar voor de openbare orde’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden