Staandebeens gelezen

Dankzij Rokus Hofstede, de vertaler die uitblinkt in precisie en beschikt over een groot taalgevoel, is het kleine oeuvre van de Franse schrijver Pierre Michon nu bijna helemaal voor de Nederlandse lezer toegankelijk gemaakt....

Michon kreeg hier enige bekendheid met Roemloze levens: een serie ‘vertellingen’ over eenvoudige mensen die de vorige eeuw hebben geleefd. Allemaal reiken ze naar iets dat groter is dan zijzelf, maar ze leven en sterven en zouden onopgemerkt zijn gebleven als Michon niet over hen had geschreven.

Deze nieuwe bundel is wel te vergelijken met Roemloze levens omdat het ook hier gaat over individuen die op zoek zijn naar naar iets abstracts, iets dat ze boven zichzelf uit tilt. Ze zoeken naar verlichting, verlossing of genade. Zonder uitzondering loopt die zoektocht uit op iets anders dan wat ze hadden verwacht. De meesten van hen sterven ontgoocheld. De winter, seizoen van de dood, heeft eerst hun hoop op genade en daarna henzelf meegenomen.

De vergeefsheid van hun bestaan roept een verdrietig gevoel van leegte op. Enige troost valt te putten uit het geschreven woord. Net zoals in Roemloze levens bestaan de figuren bij de gratie van woorden. Michon gebruikt kloosterkronieken en heiligenlevens als bron voor zijn eigen versie van de verhalen. Hij noemt steeds zijn voorganger: ‘Muirchu, abt,’ of ‘Pierre de Maillezais – die vast geen Pierre heette, maar deze monnikachtige voornaam had gekozen toen hij aan de wereld verzaakte’, en gaat soms met hen in dialoog, alsof hij de traditie van de middeleeuwse imitatio voortzet.

Deze ‘wintermythen’ zijn onderverdeeld in drie afdelingen: ‘Drie wonderen uit Ierland’, ‘Abten’ en ‘Negen keer over de Causse’.

De ‘wonderen’ uit het eerste deel gaan in de meest letterlijke zin over een zoektocht. Het Verdriet van Columbkill is hier wellicht exemplarisch. Columbkill is een weinig zachtzinnige man, ‘een houwdegen’, die er graag op uit trekt om te plunderen en te vechten. Maar heftig is ook zijn liefde voor God, en de kleine voorwerpen – kelken en ringen – die hij buitmaakt ‘zijn bondgenoten van God en van het zwaard’. Het liefst echter zijn hem boeken. Columbkill leest zoals hij vecht: ‘Hij leest staandebeens, ingespannen, bewegend met zijn lippen en fronsend, op die heftige wijze van toen, die we ons evenmin kunnen voorstellen.’

Wanneer hij in het klooster van Moville het Boek der Psalmen – ‘het enige misschien dat in Ierland bestaat’ – in handen krijgt, raakt hij zo gegrepen door de tekst dat hij erin blijft lezen. Zeven dagen achtereen leest hij het, ‘staandebeens, met zijn pelsmantel om, met verkleumde handen en vraatzuchtige mond’ zodat hij de tekst van buiten kent.

Zijn verdriet omdat hij het boek met de betoverende teksten en afbeeldingen in ‘koningsgeel en diep lapisblauw’ moet achterlaten is groot. Zo groot dat hij een oorlog begint tegen de koning die het klooster verdedigt en die hij eens trouw was. De strijd is hevig, ‘vele jonge mannen gaan liggen in de stal van de dood’, voor Columbkill het boek in handen heeft. Maar op het moment dat hij het openslaat, is eruit verdwenen wat hij zocht.

De tekst en de tekeningen hebben niet dezelfde uitwerking op hem als eerst. ‘Het boek is niet in het boek’ en Columbkill trekt zich terug uit de wereld: ‘Op het kale eiland Iona zit hij neer, vrij en haveloos onder de hemel, die soms blauw is.’

Het verhaal is ruw-duister en poëtisch tegelijk, Michons stijl klinkt middeleeuws zonder dat te zijn. In de andere delen is de stijl iets overvloediger maar vergelijkbaar. Het idee erin is hetzelfde: het heilige vuur vlamt in eenieder die een hoger doel voor ogen heeft. Menselijkerwijs – dat laat Michon mooi en onnadrukkelijk zien – raken bij het volbrengen van die queeste Gods glorie en het eigen genot soms met elkaar vermengd.

Zo is er de abt die wordt gedreven door de liefde voor God maar ook door het vuur dat hij vindt tussen de dijen van een vissersvrouw. Uiteindelijk komt hij er net als de andere figuren in het boek achter, dat het zijn eigen vuur was dat zijn weg verlichtte. Eenmaal bovenop de berg gekomen is het donker geworden.

Met zijn teksten biedt Michon een uitzonderlijk zicht op de barre Middeleeuwen. Alsof ons door een gebrandschilderd raam een blik wordt gegund op demonniken en heilige vrouwen die toen leefden.

Hun bestaan is niet vergeefs geweest, aangezien wij nu, zo’n duizend jaar later, dit prachtige boek over hen kunnen lezen.

Pierre Michon: Vuur van Brigid en andere wintermythen. Vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede. Van Oorschot; 104 pagina’s; ¿ 16,-. ISBN 90 282 5080 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden