'Srebrenica mag nooit een voetnoot worden'

'De Nederlandse VN-militairen hebben niet passief toegekeken. Ze hebben, met wapens in hun handen, de vluchtelingen gesommeerd het kamp te verlaten.' Hasan Nuhanovic kon zondag de lamlendige discussie niet langer aanhoren....

Nuhanovic was in juli 1995 vertaler voor de Nederlandse VN-militairen in de 'veilige' enclave Srebrenica. Zijn familie, die ook gedwongen werd het kamp te verlaten, heeft hij nooit meer gezien.

Gisteren hield Nuhanovic, woordvoerder van de 'vrouwen van Srebrenica', een korte, emotionele inleiding bij de discussie The Battlefield op het documentairefestival IDFA in De Balie in Amsterdam. Hij stelde opnieuw de vragen waar na viereneenhalf jaar nog steeds geen antwoord op is. Waar is mijn familie? Wie zijn verantwoordelijk? En hoe kunnen de daders berecht worden? Dezelfde vragen die hij ook in A Cry From the Grave stelt, Leslie Woodheads aangrijpende reconstructie van de gebeurtenissen in Srebrenica, die vrijdagavond op het IDFA in première ging.

De politici achter de tafel hadden de antwoorden niet. Zij spraken in omzichtige zinnen over nieuwe VN-rapporten, de onmogelijke positie van Dutchbatcommandant Karremans en zijn mannen, en over de vraag wie er nu precies luchtsteun had geweigerd. 'The deepest stone should come up,' haspelde Boris Dittrich, D66-kamerlid, die wederom voor een parlementaire enquête pleitte.

Dittrich noemde het gedrag van de Dutchbatters 'erg naïef', een Nederlandse citerend uit Crazy, Heddy Honigmanns documentaire die zaterdagavond voor het eerst op het IDFA werd vertoond. Leslie Woodhead vond 'imbeciel' een betere kwalificatie. Uit het publiek riep iemand 'collaboratie'. Alvaro Pinto, lid van de Partij van de Arbeid, wilde er niet aan en haalde met veel omhaal de angel weer uit de discussie.

Na afloop toonde Woodhead zich nauwelijks teleurgesteld. 'Ik had niet anders verwacht. Ik ben tevreden als A Cry from the Grave ertoe bijdraagt dat de herinnering aan de gebeurtenissen levend blijven, dat het geen voetnoot van de moderne geschiedenis wordt.'

De regisseur lijkt in zijn opzet te slagen: de impact van de film reikt verder dan het festival zelf - waarmee het belang van het Amsterdamse documentairefestival nog maar eens wordt onderstreept. Zaterdagavond brachten het NOS-journaal en NOVA, op het spoor gezet door Woodhead, 'nieuwe feiten' over de gebeurtenissen in Srebrenica.

De 'oorlogsfilms' van het IDFA maken ook veel indruk op het publiek: Crazy staat bovenaan in de publieksenquête, A Cry From the Grave is derde en Dan Reeds The Valley volgt op de vijfde plaats.

Wat de jury van de Joris Ivens Award vindt van het competitie-aanbod blijkt dinsdag, wanneer de drie nominaties bekend worden gemaakt. Toen ze net met hun werk begonnen, leken ze het nog zo eens, maar per film werden de discussies langer, scherper en emotioneler, vertelt het Nederlandse jurylid Pieter Verhoeff in het Filmmuseum, waar de jury in vijf dagen 25 films bekijkt. 'Langzaam komen we tot een definitie van een goede documentaire.'

Tijdens de lunch praten de vier juryleden - voorzitter Emiko Omori is in het viewingzaaltje achtergebleven voor een middagdutje - opgewonden door over de films die ze al hebben gezien. Klaus Kinski, hoofdpersoon in Werner Herzogs Mein Liebster Feind, wordt vergeleken met André Hazes, hoofdpersoon in John Appels Zij gelooft in mij, de enige film die de jury mét publiek zag, op de openingsavond.

Jurylid Dariusz Jablónski, een jaar geleden winnaar van de Joris Ivens Award met Fotoamator, is blij met zijn werk. 'Ik heb de kans om in een week de beste documentaires van de wereld te zien. Dat is een bijzondere ervaring.'

Veel tijd om andere films te zien heeft de jury niet, maar ze hebben elkaar beloofd om elkaars films te bekijken die in de diverse andere onderdelen te zien zijn. Ze zijn benieuwd naar elkaars oordeel, maar inmiddels ook 'wat huiverig', zegt Mandy Jacobson, co-regisseur en producent van Calling the Ghosts. 'We zijn vrij uitgesproken.'

Onder het IDFA-publiek, dat ook dit jaar weer in omvang toeneemt - de organisatie rekent op een toename van 20 procent - was zondag voor het eerst in de twaalfjarige geschiedenis van IDFA koninklijk bezoek.

Prins Claus bezocht de wereldpremière van De tijd de stroom, het portret van het Duitse dorpje Gross Lüben van Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch. Tot opgeklopte toestanden leidde het niet. Terwijl de prins - 'een oude bekende' van Peter Lataster - tussen het Nederlands-Duitse duo plaatsnam, verdiepten de bezoekers in de hal van het City Theater zich alweer in hun programma's. Op zoek naar voorstellingen die nog niet waren uitverkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden