Sprookjeskunstenaars met maatschappelijke motieven

Laten we het maar een gezonde scepsis noemen: de gedachte dat er in het Groninger Museum alwéér een reeks Russen tentoongesteld is, valt in eerste instantie toch niet anders dan met enig hoofdschudden te verwelkomen....

De Russen komen naar Groningen, sinds de tentoonstelling over de hier nauwelijks bekende Ilja Repin in 2001 een publiekssucces werd. Het publiek stroomt sindsdien toe, alsof de laat-19de-eeuwse Russische schilderkunst een groot gemis in het gangbare tentoonstellingsaanbod opvulde.

De kenmerken: een op klassieke leest geschoeide schildertechniek, een prettige scheut mystiek, en van het drama en fijne kleuren druipende, metersgrote voorstellingen.

En toch, als je sceptisch de tentoonstelling Russische sprookjes binnenstapt, moet je al snel toegeven: het thema is zonder twijfel de moeite van een tentoonstelling waard, en zelfs ook nog verrassend.

Sprookjes, volksverhalen en legenden blijken een serieus te nemen genre in de Russische laat-19de-eeuwse kunst te zijn geweest. Ze werden niet alleen in de hier ruim aanwezige mooie, sierlijke illustraties van Ivan Bilibin verbeeld, maar ook op soms meer dan vier meter grote doeken gezet en bewerkt voor muziek, zoals in Stravinsky’s Vuurvogel.

De hier getoonde zes kunstenaars uit de periode van ongeveer 1870 tot 1920, staan natuurlijk voor een deel niet heel ver af van de fantasierijke ontwikkelingen in West-Europa op dat moment. In de Franse en Engelse symbolistische kunst wemelde het van de mysterieuze sfinxen en smachtende jonkvrouwen. Uit de Duitse Romantiek kennen we de belangstelling van de literaire en wetenschappelijke elite voor volksverhalen en folklore.

De eigen signatuur is bij de Russische beeldende kunst echter onmiskenbaar. Vooral in de schilderijen zien we wederom de in academische traditie geschoolde krachtpatserij met een prettige hang naar drama en sentiment. De kleuren zijn helder, met een zweem van mysterie, en de personages messcherp neergezet.

Geen Doornroosje of Vrouw Holle, maar heks Baba Jaga, Ivan de Tsarenzoon, het Sneeuwmeisje, de oude bard Bajan, en de grijze wolf worden verbeeld – alhoewel de oude heks bij Bilibin net als in de westerse verbeelding toch ook gewoon een grote kromme neus heeft, en de angstaanjagende vogels met vrouwenkoppen van Vasnetskov bekend uit de Griekse mythologie bekend zijn.

Deze beelden maken direct duidelijk dat de schilderijen niet gemaakt werden om kinderen te vermaken. De traditie waarop de schilders zich baseerden, gaat terug tot de late Middeleeuwen. Het begon in de illustratiekunst, en het werd pas in de latere 19de eeuw een thema in de ‘hoge’ kunst. Onder invloed van het opkomende nationalistische gevoel richten de schilders de blik op het volk, ze gingen op zoek naar de ziel van Rusland. Ze mengden zich onder boeren, bestudeerden hun kleding, en verwerkten hun verhalen.

Deze ‘maatschappelijke’ motieven van de sprookjeskunstenaars waren zo algemeen bekend, dat ze, zo staat in de catalogus te lezen, bij een schilder als Viktor Vasnetsov ertoe hebben geleid dat hij in de 20ste eeuw uitsluitend nog politiek wordt geïnterpreteerd: al zijn lyrische beelden zouden een diepere, politieke strekking hebben.

Zelfs ten tijde van de Sovjet-Unie werden de sprookjes daarom nog ingelijfd voor eigen, ‘kritische’ doeleinden gebruik. Terwijl tegelijkertijd avant-gardeprofeet Kandinsky – hier te zien met een reeks tekeningen – zich aan het thema waagde.

Helaas worden dergelijke interessante verbanden in de tentoonstelling minder belicht dan je zou hopen. De nuances tussen de verschillende schilders, de schilderkunstige context, de boeiende politieke bedoelingen én het opeisen ervan onder de Sovjets; je moet er in de catalogus over lezen, de flitsende multimediatour helpt er weinig bij.

Je vraagt je af waarom. In de catalogus wordt geschreven dat de sprookjes tegenwoordig nog maar moeilijk met ‘onschuldige ogen, als vrijblijvende sprookjesplaatjes’ kunnen worden bekeken. Zou dat het nobele doel zijn waarom er voor is gekozen de sprookjesbeweging vooral als ‘mooi’ te presenteren? Bijkomend effect is echter dat de diepte die het thema in zich draagt, wat op de achtergrond blijft. Alsof de sprookjes voor de Nederlandse bezoekers toch vooral een fijn plaatjesboek moesten blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden