Sprookjesfiguren als vrouwen met karakter

VEEL SCHRIJVERS hebben de verleiding niet kunnen weerstaan: sprookjes herschrijven. Een stok steken in het wiel dat verhalen al eeuwenlang naar de onvermijdelijke goede afloop rolt....

Ook de Ierse schrijfster Emma Donoghue herschreef in Een kus voor de heks (Kissing the Witch) de sprookjescanon. Ze koos de sprookjes met een vrouwelijke hoofdpersoon: De ganzenhoedster, Doornroosje, De kleine zeemeermin, Belle en het Beest, Assepoester, Sneeuwwitje en nog een handvol. De oervorm van de sprookjes is in grote lijnen herkenbaar, de dramatische hoogtepunten bleven - het stukje appel in de keel, de prik met de spinnaald, het passende glazen muiltje - maar de heldinnen ondergingen een metamorfose. Bij Donoghue draait het niet om de grap van de veranderde afloop; zij werkt niet naar een hilarische anti-pointe toe. Zij deed iets ingrijpenders: ze schonk de sprookjesmeisjes een karakter, een wil en een motivatie tot handelen; vanzelfsprekende eigenschappen die zij in de klassieke versies ontbeerden. Het resultaat is verbluffend mooi.

'Mijn zussen gingen buiten bij de deur zitten, voor het geval er een prins te paard zou langskomen', schrijft Donoghue in haar versie van Belle. Maar de jongste en mooiste dochter is door haar vader beloofd aan een monster met een kap over het hoofd dat een kasteel bestiert, in ruil voor 'een rode roos, zijn leven en een kist vol goud'. De dochter treurt er niet om: 'Nu zul je zeggen dat ik me verraden had moeten voelen, maar ik bibberde juist van opwinding. Ik had me andermans eigendom moeten voelen, maar voor het eerst van mijn leven was het alsof ik mijn eigen bezit was.'

De kap verhult geen monster, maar een koningin die haar plichten weigert. Tussen Belle en de ontmaskerde bloeit iets moois op: 'Ik ontdekte schoonheid achter haar witte gezicht. En aan het eind van het jaar had ik haar geleerd weer te lachen.'

'Wie was je voordat je een masker boven een kroon verkoos?', vraagt Belle, en dan mag deze vrouw haar verhaal vertellen, het verhaal over de mooie prinses die door haar jaloerse stiefmoeder wordt verdreven en bij de houtvesters in het bos terechtkomt. De stiefmoeder, met wie Sneeuwwitje het teder bijlegt, vertelt het volgende sprookje, over het dienstmeisje dat zich als prinses uitgaf. De prinses die zij onder bedreiging met een mes van haar gouden jurk ontdeed en haar eigen vodden toewierp, blijkt dolgelukkig met die wisseltruc: rustig ganzen hoeden in de zon, geen koninklijk gedoe aan haar kop, dat is haar verhaal.

En zo rijgt Donoghue een ketting van vrouwenlevens, in een tijdloos verleden. Slechte vrouwen, rebellen, hulpeloze weesjes, smachtend verliefde pubers en wrattige heksen - ze hebben gemeen dat ze ontkomen aan de valkuil van het huwelijk, of er door een wijze vrouw worden uitgevist. In Donoghues sprookjes vervult de man een bijrol, en niet eens zo'n slechte. Hij is de goeiige bezorgde sukkel, die zijn dochter veilig aan de man wil brengen, of de vurige minnaar, die zelf nog niet doorheeft dat hij aan één mooiste prinses van de wereld nooit genoeg zal hebben. De steek van die door hormonen aangedreven domkop is de dodelijkste van alle, moraliseert de sprookschrijfster; die van de schaterende oude spinster is slechts een leerzaam geintje.

Feministische, of lesbische versies van de bekendste sprookje, zo zou je deze bundel kunnen typeren. Maar met zo'n eendimensionale duiding wordt dit beeldende, geestige boek tekortgedaan. Een kus voor de heks is behalve een achteloos omkeringsspel en een oefening in karakterportretten vijlen, ook een verrassend stijlexperiment. Daardoor maken deze sprookje een fonkelnieuwe indruk.

'Het sprookje van het huisje' is het wonderlijkste exemplaar. Daarin vertelt Zusje, een zwakbegaafd meisje met een buitenlandse tongval, hoe ze met Broer in het bos werd achtergelaten en hoe ze na een lange zwerftocht bij het koekhuisje met de vriendelijke bakster terechtkwamen. Niet het einde is verrassend - Broer graait de heks onder de rokken en wordt opgesloten, Zusje leeft nog lang en gelukkig met de heks - maar de stijl.

In een volgehouden gebrekkig taaltje doet Zusje verslag: 'Vroeger ik had broer, moeder zegt wij waren een stel handen eentje vlug eentje langzaam.' Een waagstuk dat niet vol te houden lijkt, maar verbazend genoeg is dit het kernachtigste sprookje uit de hele bundel. De kromme zinnetjes beperken zich tot de essentie, wat zeer ontroerend werkt: - 'thuis niet thuis als moeder is niet moeder. (. . .) Ik geef hem pasgebakken brood net zo'n vorm als ik. Zeg hij mag niet terugkomen met jagermansgeweer.'

Het is een prestatie van de vertaalsters Ardy Stegeman en Marijke Versluys dat zij dit taalexperiment overtuigend hebben getransponeerd. Zoals het hun in de hele bundel is gelukt de gedragen en tegelijk montere toon vast te houden en de alledaags mysterieuze, laten we voor het gemak maar zeggen 'Ierse' sfeer te verspreiden. En de talentvolle Donoghue schreef, via een omweg, een nuancerend vervolg op haar liefdesverhalen, Verlies en Geroerd: 'Een heks kussen is een hachelijke zaak.'

Aleid Truijens

Emma Donoghue: Een kus voor de heks.

Vertaald uit het Engels door Ardy Stegeman en Marijke Versluys.

Atlas; 192 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 254 2243 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden