Interview

'Sprookjes bestaan niet'

Voor zijn boek over drie sterke vrouwen kreeg hij de Pulitzerprijs, maar Michael Cunningham excelleert in het beschrijven van de liefde tussen mannen. In zijn nieuwe bundel waagt hij zich aan sprookjes. Een gesprek over prinsen (en prinsessen).

Michael Cunningham Beeld Richard Phibbs

In Michael Cunninghams versie van het sprookje Sjaak en de bonenstaak is Sjaak een knappe, hebzuchtige en narcistische loser. 'Er zijn talloze jongens zoals Sjaak', schrijft hij. 'Jongens die zeker weten dat ze voor het succes zijn geboren. Ze hebben een geweldig idee voor een filmscript, maar hebben alleen nog even iemand nodig die het voor ze uitwerkt.' Tot die tijd kloot de twintiger wat aan. 'Sjaak pikt soms jongens en meisjes op in naburige stadjes, ook huurt hij ze weleens, maar hij regelt het altijd zo dat ze heimelijk 's avonds laat komen.' Zijn moeder is dan knock-out van de slaappillen.

Een wilde zwaan, een bundel hervertellingen van klassieke sprookjes, vloeit voort uit de vragen die Cunningham (63) als kind al had. Over Sjaak en de bonenstaak, het sprookje waarin de jongen naar boven klimt en de reus driemaal berooft van zijn goud: 'Waarom laat de vrouw van de reus Sjaak nog een keer binnen, terwijl ze weet dat hij weer komt stelen? Waarom helpt zij Sjaak haar man te beroven? Wat zegt dat over haar huwelijk met de reus, helemaal omdat ze mede verantwoordelijk is voor zijn ondergang?' Cunningham wilde antwoorden, vertelt hij via Skype. Dus bedacht hij ze zelf.

Beeld .

Korte verhalen

De Amerikaanse auteur is vooral bekend van zijn roman De uren, waarvoor hij in 1999 de Pulitzerprijs kreeg. Het werd verfilmd (The Hours, met Meryl Streep, Julianne Moore en Nicole Kidman), evenals Huis aan het einde van de wereld. In zijn romans staan vaak uitgebluste relaties en pijnlijke familiebanden centraal. Veel van zijn personages zijn homo (net als hij zelf), waardoor Cunningham vaak wordt gelabeld als die homoschrijver. In eerdere interviews grapte hij daarover: 'Met De uren heb ik eindelijk een boek geschreven waarin niemand aan een piemel zuigt en presto: ik win de Pulitzer.'

Dit is de eerste keer dat Cunningham korte verhalen schreef. 'Ik voelde nooit de behoefte. Ook vind ik het moeilijk om iets bijzonders te laten gebeuren in vijftien pagina's. Maar sprookjes hebben me altijd geboeid.' In zijn romans werkt Cunningham altijd toe naar een happy end - of berusting. Onderweg beschrijft hij de magie van het alledaagse. Zo wordt in De sneeuwkoningin de hoofdpersoon in het park overvallen door een fel licht aan de hemel. Bij Een wilde zwaan is het proces juist omgekeerd: Cunningham beschrijft de alledaagse sleur van sprookjes en neemt het happy end als vertrekpunt.

'Al mijn boeken gaan in zekere zin over magie', zegt hij. 'Maar ik wil niet telkens hetzelfde boek schrijven. Daarom ging het nu om de menselijke elementen in verhalen die een en al magie zijn.' Een wilde zwaan laat de ontgoocheling van prinsen en prinsessen zien. Het leven na: ze leefden nog lang en gelukkig. Net als de personages uit zijn romans zijn Belle en Sneeuwwitje teleurgesteld in wat het leven hen bracht, maar ze ploeteren door, zoekend naar lichtpuntjes. 'Ik vertrouw een happy end alleen als het gepaard gaat met veerkracht, dat je weet dat je zelfs de ergste dingen in het leven overleeft.'

Eind goed al goed betekent voor Cunningham niet dat alles goed afloopt en iedereen het overleeft. Geldt dat ook voor de auteur zelf? 'Ik maak dingen mee die anderen ook meemaken. Ik ben mijn moeder verloren, ik ben geliefden kwijtgeraakt. Ik was 25 jaar met dezelfde man (psychotherapeut Ken Corbett, red.) en toen zijn we uit elkaar gegaan. Dat deed veel pijn, maar sinds kort zijn we weer samen. Als beste vrienden, niet als traditioneel stel - niet nu in elk geval. Er is na al die jaren wel iets onbreekbaars tussen ons ontstaan, iets dat voortduurt. Ik zie dat als menselijke magie, absoluut.'

Cunningham is een 63-jarige man met een flinke bak levenservaring, die met tevredenheid op zijn leven zegt terug te kijken. Tegelijkertijd heeft hij een opvallend jeugdige uitstraling. 'Ik ren, doe yoga en hef gewichten - vooral omdat ik anders de hele dag in mijn eentje thuis zit. Sporten laat mij uit mijn hoofd treden en in mijn lichaam.' Hoewel Cunningham een 'gezonde dosis ijdelheid' bezit, wil hij niet krampachtig meedoen aan de rat race van de New Yorkse gayscene. 'Alle homo's voelen die druk, maar ik wil er niet aan toegeven. Ik weiger te worden geterroriseerd door een cultuur die is geobsedeerd door 25-jarige jongens met perfecte lichamen. Mijn motto: this is it, take it or leave it.'

Wat in dat licht toch opvalt, zijn de beschrijvingen van het uiterlijk van de sprookjesprinsen in Een wilde zwaan - 'schouders zo breed als die van een landarbeider, buikspieren zo strak als rijen gewas op de akker'. Het woord knap valt een keer of vijf, net als het woord spieren. Cunningham erkent dat hij in zijn romans nooit eerder zo expliciet over mannenlijven schreef. 'Maar de prinsen in sprookjes zijn nu eenmaal jong, knap en goedgebouwd - dat is de traditie.' Die ode aan brute, mannelijke pracht in schattige sprookjes en de seksuele ambiguïteit van Sjaak zijn even ontregelend als opwindend.

Rolmodel

Hoewel zijn bestseller De uren over drie sterke vrouwen gaat, excelleert Cunningham in het beschrijven van de liefde tussen mannen - beste vrienden Jonathan en Bobby in Huis aan het einde van de wereld, zwagers Peter en Ethan in Bij het vallen van de avond. (Er is trouwens altijd een derde in het spel die de boel verstoort.) Omdat het gaat over mannen die zich dikwijls tot elkaar voelen aangetrokken, is het logisch dat de schrijver door homoseksuele lezers wereldwijd wordt omarmd. Maar omdat hij de liefde nooit labelt, spreken Cunninghams personages een veel groter publiek aan.

Cunningham ziet zichzelf niet als rolmodel voor homo's, maar hij vecht zeker tegen beperkende labels en hokjesdenken. 'Seksualiteit is zo ontzettend gecompliceerd en persoonlijk. Jij en ik zijn bijvoorbeeld allebei homo, maar wat ons beweegt en opwindt, verschilt enorm van elkaar.' Labels als homo of lesbisch geven heus wel wát informatie, zegt de schrijver. 'Maar je blindstaren op die informatie is een oversimplificatie van de werkelijkheid. Als homoman zie ik de wereld op een bepaalde manier, net zoals vrouwen of Afro-Amerikanen dat doen. Ik wil over al die werelden schrijven.'

Nieuwe roman

De nieuwe roman waaraan hij werkt gaat voor de verandering over een traditionele familie. 'Waarin de vader en moeder de biologische ouders zijn van de kinderen.' Lachend: 'Dit keer geen travestiet als peetmoeder.' Waarom nu die hang naar het conventionele? 'Ik begon fictie te schrijven aan het begin van de aidsepidemie. Er waren geen medicijnen, we konden niets doen. Veel mensen van wie ik hield, werden ziek en stierven. Sommige vrienden hadden families die hen steunden, andere families lieten hun kinderen vallen. Dus vormden we onze eigen onconventionele families, uit noodzaak.'

Zijn boeken Bloedverwanten en Huis aan het einde van de wereld gaan specifiek over de verwoesting van de aidscrisis en de samengestelde families die daaruit voortkwamen. 'Papa en mama willen niet meer met je praten, dus bestaat je familie ineens uit twee stoere lesbiennes, een travestiet en een disco bunny in hotpants. Die vriendengroepen zijn natuurlijk net zo fucked up, maar er wordt wel echt voor elkaar gezorgd. Mijn eerdere boeken waren een ode aan deze ad-hocfamilies. Ik kies nu voor een traditioneel gezin, simpelweg omdat ik dat niet eerder heb beschreven.'

Waan

Eerste zin

'De meesten van ons zitten aan de veilige kant.'

Lang over nagedacht?

'De wereld van sprookjes had voor mijn gevoel een introductie nodig. Het zijn allemaal verhalen over ongewone dingen die ongewone mensen overkomen. In de introductie kom ik op voor de gewone man.'

Heeft u schrijfrituelen?

'Ik moet 's ochtends zo snel mogelijk van slaap naar schrijven gaan. Als je fictie schrijft, wil je een wereld verzinnen die desalniettemin echt aanvoelt. Als schrijver moet ik dus geloven dat die parallelle wereld echt is, ik moet mezelf in een soort waan houden. Dat lukt het beste als ik net wakker ben, met een kop koffie erbij. Als ik eerst de deur uitga of klusjes doe, denk ik te veel: ik verzin dit gewoon.'

Wie zijn uw helden?

'Virginia Woolf, Walt Whitman (die beiden een rol spelen in respectievelijk De uren en Stralende dagen, red.) en Flaubert. Maar ik heb ook levende helden. Boeken zijn gezelschap. Je hoeft er niet een beter mens van te worden, literatuur hoeft je geen les te leren. Het belangrijkste is dat literatuur ons het gevoel geeft dat we niet alleen zijn, dat ons geluk en verdriet worden gedeeld door anderen.'

Het enige dat Cunningham kwijt wil over zijn nieuwe roman (waarvan hij zo'n honderd pagina's heeft geschreven), is dat het over drie generaties van een ogenschijnlijk normale familie gaat. 'Maar als je wil schrijven over een 'normale' familie, besef je al snel dat normaal helemaal niet bestaat. Dit boek gaat misschien over een conventioneel, biologisch aan elkaar verbonden gezin, maar verder is er niets conventioneels aan.' Wat nog maar eens benadrukt: sprookjes bestaan niet.

Michael Cunningham, Een wilde zwaan (en andere vertellingen) Prometheus; 184 pagina's; euro 16,95.


Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden