Spreken van boven duikt nu en dan flink de diepte in

De onverschrokken theoloog Harry Kuitert geldt in bevindelijke hoek als de baarlijke satan. Hoe dat zo is gekomen, tekende Gert J. Peelen onderhoudend op.

Harry Kuitert ziet de Bijbel als product van menselijke verbeelding.Beeld Werry Crone

'Ze vertellen me dit wel allemaal, maar hoe komen ze eraan en waar berust het op?' Met die onschuldig ogende vraag - de erin verborgen springlading zou zich later met kracht bewijzen - begint de gereformeerde onderwijzerszoon Harminus Martinus Kuitert (1924) kort na de oorlog zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Het zijn vergelijkbaar 'eenvoudige' vragen over de fundamenten van het geloof die Kuitert als promovendus met zoveel vasthoudendheid, intelligentie en polemische kracht aan de orde stelt dat het hoogleraarschap (ethiek en inleiding in de dogmatiek) hem in 1967 niet meer kan ontgaan - ook al noemen minder avontuurlijke denkers Kuiterts aanstelling 'een klap regelrecht in het gezicht van ieder die de VU goed Gereformeerd wil houden'.

De orthodoxe gemeenschap krijgt meer klappen te verwerken. Want de jonge, charismatische hoogleraar stelt het ene na het andere dogma ter discussie en is niet bang de onhoudbaarheid aan te tonen van sinds generaties gekoesterde geloofsartikelen. Hij zal zo uitgroeien tot een van de invloedrijkste én meest gehate denkers van zijn tijd over kerk, geloof en ethiek.

Het geleidelijk 'pellen van de ui' leidt Kuitert uiteindelijk naar de voor vele gelovigen onacceptabele consequentie (al voorzichtig verwoord in zijn proefschrift De mensvormigheid Gods): de definitie van Opperwezen, Hemel, Hel en Bijbel als producten van de menselijke verbeelding. Geen onomstotelijke, van boven ingegeven waarheden dus, maar wel waardevolle, zingevende verhalen die even inspirerend en verrijkend kunnen zijn als alle andere vormen van literatuur.

Non-fictie

Gert J. Peelen

Spreken van boven - Harry Kuitert, een biografie

Vesuvius; 512 pagina's; €29,95.

Beeld .

Intellectuele moed

Doordat Kuitert zijn inzichten verwoordt in plastische, toegankelijke taal (de menselijke component in elk geloof noemt hij het 'antropologische vloertje') weet hij een verrassend groot publiek te bereiken. Zijn markante kop - stoere kuif, onverzettelijke kin - wordt een vertrouwde verschijning in tv-debatten over geloof en ethiek, en vanaf Het algemeen betwijfeld christelijk geloof (1992, zeventien drukken) mag hij zichzelf bestsellerauteur noemen. Een welkom tegenwicht voor de verwensingen en scheldwoorden die hem vanuit de bevindelijke hoek vergezellen, variërend van de typering 'satan in de gestalte van een engel des lichts' tot de vraag wat erger is: 'een pedofiel of een moderne theoloog'.

De intellectuele moed waarvan Kuitert een leven lang getuigt, is een hoofdthema in Spreken van boven, zijn door Gert J. Peelen op schrift gestelde biografie. De titel is ontleend aan Kuiterts beroemde uitspraak 'Alle spreken over boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van boven komt'.

Dat Spreken van boven is verschenen, mag een postume triomf voor de auteur heten. Gert J. Peelen, godsdienstsocioloog en sinds de jaren negentig vaste boekenrecensent van de Volkskrant, heeft dertien jaar aan de biografie gewerkt. Van die dertien jaar leed hij negen jaar aan kanker, wat het schrijven aan de biografie begrijpelijkerwijs een opgave maakte. Peelen overleed in oktober 2015 op 68-jarige leeftijd, voor hij zijn werk had kunnen voltooien.

Op zijn sterfbed sprak hij met de uitgever af dat het slot, de reeds in grote lijnen uitgezette hoofdstukken 17 en 18, zouden worden voltooid door een door hem uitverkoren auteur. Dat werd de journaliste Petra Pronk, auteur van Fluiten in het donker - In gesprek met Harry Kuitert (2006), die het geheel vakkundig, zonder veel zichtbare cesuren, heeft aangevuld en afgerond.

Spreken van boven duikt nu en dan flink de diepte in. Het verkent het radicale denken van de theoloog Karl Barth (een vroege inspirator), is niet afkerig van jargon (kerygma, orthopraxie), en gaat ook kerkhistorische uiteenzettingen niet uit de weg.

Afscheiding (1834), Doleantie (1886), Vrijmaking (1944) en andere historische scheuringen in de protestantse kerk worden in hun onderlinge verband toegelicht. Geen nodeloze toevoegingen, want het is juist de gereformeerde beheptheid 'elkaar te overtreffen in het stichten van de meest zuivere kerk' en de daaruit voortvloeiende onverdraagzaamheid en verkettering waar Kuitert zich met kracht tegen verzet.

Het theologische gewicht maakt Spreken van boven overigens geen droge kost. Dat komt allereerst doordat Kuitert niet alleen als onverschrokken denker wordt geportretteerd, maar ook als kokkerellende, tuinierende en sinterklaasgedichten pennende huisvader en echtgenoot.

Even onderhoudend zijn, paradoxaal genoeg, al die knetterende conflicten waarin Kuitert steeds weer belandt - ongetwijfeld geen genoegen voor de toenmalige betrokkenen, maar dankbare stof voor de biograaf. Die kan met smaak citeren uit de enorme hoeveelheid brieven, toespraken en verweer-schriften waarin Kuitert zijn tegenstanders robuust van repliek dient.

Een van zijn hardnekkigste opponenten is dominee H.J. Hegger, die Kuitert en zijn geestverwanten in dagblad Trouw de 'eeuwige duisternis' aanzegt, maar hem intussen wel 'beste Kuitert' noemt. Kuitert reageert karakteristiek ad rem: 'In slijm verpakt venijn, dat blijft het. Niks 'beste' dus, dat meent u voor geen meter. Stop met het bedreigen van mensen met het oordeel van God. Schaam u met ze bang te maken voor de dood.'

Een vraag die Kuitert vaak te horen kreeg: voelt hij zich niet schuldig dat hij 'gewone' gelovigen hun geloof ontneemt? Zijn afdoende antwoord: 'Als ik dat al zou kunnen, dan stelde dat geloof niet zo bar veel voor.'

Peelen portretteert Kuitert ook als liefhebber van literatuur en poëzie. Zijn voorkeuren zie je terug in boektitels (Voor een tijd een plaats van God, ontleend aan een gedicht van Gerrit Achterberg), aanhalingen uit popteksten (Janis Joplin, Tom Waits) en de correspondentie met schrijvers als Han Voskuil, Jeroen Brouwers en Franca Treur, die hij een goede raad geeft: 'Lees Moby Dick!'

In het laatste hoofdstuk komt heel even de auteur zelf in beeld, die dan al weet dat hij de biografie wellicht niet zal voltooien. Petra Pronk citeert een mail van Kuitert, die Peelen laat weten dat zijn vrome broer, had hij nog geleefd, 'zijn knokkels wit' had gebeden voor Peelens herstel. Daar voegt Kuitert aan toe dat hij niet weet of het bidden van zijn broer veel had uitgemaakt: 'Want - zei hij - als het zit zoals ik zeg, Harry, loopt het slecht voor je af, dan wacht je de hel. 't Is maar dat je het weet, Gert.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden