Boekrecensie Andreas Burnier

Sprankelende stijl en nog altijd actuele thema's maken heruitgave Een tevreden lach het lezen waard (vier sterren)

Andreas Burnier: Een tevreden lach

Atlas Contact; 126 pagina’s; € 17,50.

Het eerste wat Simone doet wanneer ze op zichzelf woont, is het aanschaffen van een bruin herenpak waarin ze zich, met das en pijp, naar een buurtcafé begeeft. Het is een proef waarvan alles afhangt: ‘Als dit lukte, kon ik verder gaan, kon ik een nieuw leven beginnen, drinken, vechten, vrijen, naar zee gaan, in de havens werken, ’s nachts langs de dokken zwerven, rossen en rijden, ruig vloeken, met mannen verbroederen, vrouwen verkrachten, een groot arts worden’ – oftewel: ‘het hele verdomde leven als een sappige vrucht langs de kin laten druipen’.

In Een tevreden lach beschrijft Andreas Burnier (1931-2002) hoe hoofdpersonage Simone kampt met haar sekse en seksualiteit, net zoals Burnier dat zelf deed. De roman – haar debuut – verscheen in 1965. Beslist geen makkelijke tijd voor een vrouw die liever man wil zijn, op meisjes valt en daarbij nog te maken heeft met het seksisme van alledag (ze kon haar studie filosofie niet voltooien omdat een hoogleraar haar als meisje weigerde te begeleiden). Desalniettemin schrijft Burnier vrijuit over trans- en homoseksualiteit, de gay scene in Amsterdam en minnetjes over de benepen burgerlijke moraal: ‘Als-een-vrouw-iets-presteert,-vraagt-men-zich-af-waarom-zij-geen-man-heeft,-of-haar-tijd-niet-aan-hem-wijdt. Bli, bla, beloeba.’ Die nog altijd actuele thema’s maken de heruitgave waardevol.

Een tevreden lach moet vooral gelezen worden om Burniers sprankelende intellectuele stijl waarin zij het dragen van slobberjasjes van de C&A verbindt met allure en individualiteit, ‘embryonale oerdynamiek’ met toegang tot de ziel, homoseksuelen met ingewijden. Dit alles terwijl held(in) Simone zich in verdoemde relaties stort, in het gekkenhuis belandt, bij het leger gaat en in een bordeel komt te wonen. En het verkleedexperiment?

‘‘Je bent een meisje, hè?’

Mijn hart stond stil. ‘Nee hoor’, zei ik met verstikte stem.

‘Jawel.’

‘Ik ben een jongen’, zei ik, en het klonk heel kinderachtig, als het nietes-welles van zesjarigen. Het café lachte.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.