Spoelen met teerzeep

Hoplakee het weeshuis in

Zeeman Micha¿

De roman heet Spoelen met teerzeep, maar dat had met evenveel recht Tractaat over de zwarte eieren kunnen zijn. Dat zit zo. In een rooms-katholiek weeshuis, ergens op het Tsjechische platteland, is een verzameling verschoppelingen bijeengebracht. Jongens, van de kleuterleeftijd tot die van vroegrijpe pubers. Over hun herkomst bestaat onduidelijkheid, ook al wordt hun ingewreven dat zij het uitschot van de samenleving zijn; over hun afkomst worden hun leugens op de mouw gespeld. Zij zouden door hun ouders van de hand zijn gedaan, zij zouden kinderen van criminelen en hoeren zijn, zij zouden het allerergste uitschot van de samenleving zijn. Niemand wilde hen hebben, zelfs hun eigen ouders niet.

Weten zij veel, die jongens. Zij weten slechts dat zij in een benauwd verdomhoekje zitten en dat zij, zodra de nonnen aan wier zorgen zij zijn toevertrouwd hen betrappen op een leugen, hun mond moeten spoelen met die gore teerzeep. Spoelen met teerzeep: de leugenachtigheid uitbannen, de leugen bezuren. Maar Tsjechië wordt in die dagen juist overgenomen door de communisten, die hard bezig zijn het land te zuiveren met hun eigen variant op de teerzeep, kogels als zwarte eieren. Hebben die rooms-katholieke nonnen, die voor die jongetjes zorgen, nog wel enigerlei verhouding tot de waarheid, die communisten zetten de waarheid naar hun eigen hand. Tsjechië krijgt niet alleen een nieuw landsbestuur, tot in de dorpen toe, het krijgt er meteen ook een nieuwe geschiedenis bij.

De kinderen van hoeren en criminelen in het weeshuis zijn, ten minste ten dele, in werkelijkheid kinderen van een uitgemoorde aristocratie. 'Ilja' en 'Apie', twee broertjes, zijn gered uit het brandende vliegtuig waarmee hun ouders in allerijl naar het Westen hebben geprobeerd te ontkomen. Sabotage, crash, brand: ouders dood, jongetjes in shock, hoplakee, het weeshuis in, met een verzinsel als stamboom. Apie is een debiel, al zou het heel goed kunnen dat hij door de gebeurtenissen onherstelbaar getraumatiseerd is. 'Zo'n misbaksel uit een zwart ei snijdt altijd zijn eigen moeder', schamperen de dorpelingen over hem. Daar zijn die wonderlijke zwarte eieren voor het eerst, als het boek vordert worden het door en door verrotte stinkeieren, worden het ricochetterende kogels. Zoveel grimmigheid was je zelfs met teerzeep niet meer uit iemands geheugen.

Jáchym Topol , de schrijver van dit meeslepende boek, neemt de ontwikkeling van Ilja als leidraad. Die ontwikkeling, te midden van lotgenoten en in de tamelijk afgesloten omgeving van zo'n weeshuis, zou gemakkelijk hebben kunnen leiden tot het verhaal van de broeierigheid en de verwarring, het typische verhaal van gezamenlijk opgroeiende pubers in een jongenskolonie.

Maar doordat hij uiterst geraffineerd het levensverhaal van Ilja gebruikt als een prisma dat de doorslaggevende gebeurtenissen uit de geschiedenis van communistisch Tsjechië breekt, krijg je iets veel minder vertrouwds, iets veel onrustbarenders. Want niet die individuele ontwikkeling van dat ventje is voor Topols verhaal het belangrijkst, maar de wijze waarop en de mate waarin een krankzinnige en krankzinnig wrede buitenwereld daar in doordringt.

Nog zitten die jongetjes niet, enigszins gekalmeerd en doordrongen van de rooms-katholieke huisregels, bij de nonnetjes op schoot, of daar zijn de communisten. Hebben het niet op nonnetjes begrepen, dus die gaan de laadbak van een vrachtwagen in en die zien wij noch de weesjongens ooit meer terug. Uit de ramen wordt de stichtelijke lectuur naar buiten gesmeten, een vreugdevuur van geschiedvervalsing wordt ontstoken. En de leiding gaat over in de handen van figuren die deze stumpers op moeten kweken tot kanonnenvoer.

Heldenverhalen van communistische makelij en eindredactie, waarin de klasse waaruit die kinderen afkomstig zijn het onderspit delft en hun beulen de overwinnaars zijn. Dat is bitter, bitterder dan de teerzeep waarmee de leugen zou worden uitgebannen. Zij zijn de kinderen uit

het zwarte ei, die Vrouw Tsjechië door hun blote bestaan alleen al geschonden hebben. Topol speelt een leep spel met alledaagse motieven - rotte eieren, teerzeep - die geleidelijk aan symbolen van jewelste worden, waardoor zijn rauwe en concrete verhaal ineens een allegorie lijkt te worden. Hij bedient daardoor zowel de gevoeligheid voor een goed verhaal van zijn lezer, als diens intelligentie: je gaat hem op twee niveaus lezen.

Komen de tanks, dat wil zeggen: de Russen. Ilja is ondertussen een behendig soldaatje geworden, zijn geknakte broertje Apie is dood. De weesjongens hebben hem in het anarchistisch interregnum tussen katholicisme en communisme in de wasmachine gestopt. Zo'n bizarre gebeurtenis vertelt Topol in vier regels, terloops en achteloos. Als de tanks komen aanrollen en er een veldslag plaatsvindt, handhaaft hij dat kleine perspectief, dat persoonlijk is en van onderop. Ook een doorslaggevende historische gebeurtenis houdt dat onnadrukkelijke. Ilja heeft geen overzicht, hij heeft slechts overlevingsdrang. Wat er precies gebeurt, weet ook hij niet - hij zoekt slechts naar uitwegen. Het is heel moeilijk om de verleiding te weerstaan daarin niet iets 'typisch Tsjechisch' te zien, die combinatie van vitaliteit en gedoodverfde verliezersgeest.

Vaststaat dat Topol - van 1962, dus van na de generatie van de dissidenten - van wie eerder de roman Nachtwerk in het Nederlands verscheen, zowel de continuïteit als de oorspronkelijkheid van de Tsjechische literatuur uitdrukt. Raar en slim, hij is het allebei.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden